In de 18e eeuw dachten mensen dat kerkelijke rituelen effect hadden. Voltaire was het hier
niet mee eens en noemde het geloof dogmatisch.
=> iets wat zonder bewijs waar werd genomen en geen kritiek op mocht komen.
Voltaire deed het tegenovergestelde en onderbouwde zijn standpunten met logische
redeneringen. Hij gebruikte ook geen standpunten gebaseerd op traditie, geloof of ideeën
van schrijvers uit de oudheid.
» Andere 18e eeuwse geleerde noemde deze denkwijze ‘verlichting’.
De verlichting = aanduiding van een periode waarin een kritische houding ontstond
tegenover geloof en traditie en een groot vertrouwen in de mogelijkheid de wereld
rationeel te doorgronden.
Veel verlichte denken vonden dat er onnodig veel onderdrukking, armoede en uitbuiting in de
samenleving was en ze vonden dat mensen moesten worden opgevoed tot
verantwoordelijke en kritische burgers. (denkers in 18e eeuw heel positief ingesteld.)
Beter onderwijs zou leiden tot meer onderzoek en dus meer kennis.
Verlichte denkers debatteren vaak, sommige zagen in de mens iets heel slechts. De
belangrijkste onderwerpen waren:
God » ze zochten voor wonderen een wetenschappelijke verklaring. Het probleem
was wanneer houdt deze kritiek op. Veel verlichte denkers waren wel gelovig,
volgens hen bewees natuuronderzoek hoe mooi God de wereld heeft geschapen, ze
hadden een optimistisch god- en wereldbeeld.
Deïsme = het idee dat het bestaan van God blijkt uit de werking van de
natuur. Soms wordt hij ook niet meer als een persoon gezien.
Moraal » mens moest eigen verstand gebruiken en een moraal volgen die tot nut van
de samenleving als geheel was.
Politiek en staat » 3 belangrijke ideeën:
1. John Locke, mensen natuurlijke rechten (leven, bezit, vrijheid). Regering
regeert op basis van vertrouwen, als deze faalt mogen de burgers zich
verzetten.
2. Rousseau, volkssoevereiniteit = hoogste macht in staat bij het volk.
3. Montesquieu, scheiding der machten (trias politica) = 3 machten :
wetgevend, uitvoerend, rechtsprekend.
Rechtspraak » bewijzen in rechtspraak onbetrouwbaar en kritiek op lijfstraffen, deze
waren irrationeel want ze hadden geen doel.
Ontwikkeling van volken » iedereen dezelfde innerlijke geloofskracht, uiterlijk
verschillend.
Cultuurrelativisme = het idee dat je een vreemde cultuur niet op grond van je eigen
cultuur moet beoordelen.