Paragraaf 1 – licht en kleur
Je hebt natuurlijke lichtbronnen en je hebt kunstmatige lichtbronnen.
Natuurlijke lichtbronnen gemaakt door de natuur
Zon/sterren
Bliksem/flits
Vuurvliegje
Vuur/kampvuur
Kunstmatige lichtbronnen gemaakt door mensen
Lampen
Je hebt wit licht. Wit licht bestaat uit allerlei verschillende kleuren, deze kleuren kun je zien
als het licht door een prisma of kleine waterdruppeltjes (regen)
3 primaire kleuren bij licht (belangrijkste kleuren)
- Rood
- Blauw
- Groen
Als je een wit blokje hebt schijnt het witte licht op het blokje en word
alles teruggekaatst en word er niks geabsorbeerd. Als je dit doet met
een zwart blokje dan schijnt het witte licht op het blokje en absorbeert
alles en word er niks teruggekaatst. Bij een rood blokje valt er ook weer
wit licht op maar nu word alles geabsorbeerd behalve de rode kleur dit
word teruggekaatst en dan kun je de kleur rood zien.
Als je in het donker loopt heb je vaak geel licht door dit gele licht lijkt de
hele omgeving geel.
Paragraaf 2 – direct, indirect en diffuus
Lichtstralen gaan altijd recht door in een rechte lijn
Direct licht = licht dat je rechtsreeks van uit de bron (zon, lamp) ziet. Bijvoorbeeld om een
boek nauwkeurig (goed de kleine letters) te lezen. Direct licht is vaak heel fel. Soms is het te
fel en dan is het schadelijke voor je ogen.
lichtbron boek