Paragraaf 1 – geluid horen en maken
Door de beweging van het trommelvlies kun je horen, dit komt door dat de moleculen in
beweging worden gebracht. Alles wat geluid maakt zijn geluidsbronnen, speaker, telefoon,
een mond en een gitaar etc. de tussen stof (stof tussen bron en ontvanger) word het
medium genoemd ieder medium heeft een anderen snelheid bij lucht is het bijvoorbeeld
343 m/s.
Lucht 343 m/s = snelheid
Formule s = v x t
S = afstand in meters of kilometers
V = snelheid in m/s of km/h
T = tijd in seconden of uren
Paragraaf 2 – toonhoogte en frequentie
Als je weinig moleculen hebt is de lijn laag, als je veel moleculen hebt is de lijn hoog.
Het apparaat dat geluid omzet in zichtbare geluidsgolven heet een oscilloscoop. Deze golven
kun je in een tabel zetten en daarbij is de tijd erg belangrijk.
Trillingstijd (t) = d etijd die nodig is voor 1 trilling.
Als je dit wil bereken dan moet je twee gelijken punten pakken in de tabel en die –
elkaar doen.
Bv 0,2-0,0 = 0,2 sec
Bv 0,7-0,5 = 0,2 sec
Als je t hebt kun je de frequentie (f) uitrekken.
Frequentie = het aantal trillingen dat in 1seconde past
Bv t = 0,2 s bereken f door 1: 0,2 = 5 hertz
Hertz is de eenheid waar frequentie mee gemeten.
Formule is 1: t = f
Heb je t nodig ipv f doe 1: f = t
Hoe lager de hertz hoe lager de toon. Bv 5hz = een lagere toon dan 15hz.