Methoden van Bedrijfseconomisch Onderzoek
Bedrijfseconomie 2021/2022
Blok 1: het onderzoeksproces
Hoorcollege 1
Inleiding
Het 7-staps onderzoeksproces:
1. Definieer het bedrijfsprobleem
2. Formuleer de probleemstelling
3. Geef een conceptuele achtergrond = Cursus IMO
4. Kies een onderzoeksontwerp
5. Verzamel data
6. Ontwikkel theorie
7. Schrijf op = Cursus BMO
Het Bedrijfsprobleem (Stap 1)
Wat is een goed bedrijfsprobleem:
Feasiblity
o Het probleem is afbakend
o Kan worden uitgedrukt in variabelen
Variabele moeten variëren
Meetbaar
Concreet
o Benodigde data kan verkregen worden (bestaand vs. nieuw)
Relevance
Praktische relevantie
o Managers
Bedrijf (vestiging)
Een industrie (bedrijfstak)
Meerdere industriën
o Eindgebruikers
Consumenten
Investeerders
o Beleidmakers
Europese Unie
Academische relevantie
o Nieuwe topic
Het topic is belangrijk, maar er is nog geen onderzoek naar gedaan
o Nieuwe context
Er is eerder onderzoek gedaan, maar niet in deze context
o Integreren van versnipperd bestaand onderzoek
o Verzoenen van tegenstrijdige resultaten in bestaand onderzoek
,De probleemstelling (Stap 2)
Wat is een goede probleemstelling:
Geformuleerd in termen van,
o Variabelen
o Relaties
Open vraag
Duidelijk vermeld, geen dubbelzinnigheid (interpreteert een lezer de
probleemstelling op dezelfde manier zoals de auteur dat bedoeld heeft)
Wat zijn goede onderzoeksvragen:
Moeten gezamenlijk de probleemstelling beantwoorden
Eerst theoretisch, dan praktische onderzoeksvragen (in dezelfde volgorde zoals
vermeld staat in het onderzoeksrapport)
Duidelijk vermeld, geen ondubbelzinnig
Theoretische onderzoeksvragen
Contextuele vragen
o Alleen als de context om uitleg vraagt
Conceptualisatie vragen
o Alleen voor de belangrijkste variabelen die uitleg nodig hebben
Relatie vragen
o Alle relaties uit de probleemstelling moeten behandeld worden
Praktische onderzoeksvragen
Relatie vragen
o Wat is de relatieve sterkte van de relatie? (In hoeverre, in welke mate…)
Implicatie vragen
o Hoe kunnen managers de resultaten van jouw onderzoek implementeren
o Open vraag
Het theoretisch kader (Stap 3)
Definities variabele:
Variabele naam is informatief (houd het kort indien mogelijk)
Variabele definitie bevat geen jargon
o Gebaseerd op een zorgvuldige literatuurstudie
o Definitie niet nodig indien vanzelfsprekend (Sales, Net Income)
o Valkuil: voorbeelden vervangen goede definities niet!
Een of twee referenties per definitie
Verschillende variabelen:
Afhankelijke variabele
Onafhankelijke variabele
Mediërende variabele (Mediator)
Modererende variabelen (Moderator)
Controle variabele (Control)
, Volledige mediatie: X heeft alleen een effect op Y via MED
Partiële mediatie: X heeft slechts een deel effect op Y via MED, maar heeft ook een direct
effect op Y
Pure moderation: moderator beïnvloedt de relatie tussen X en Y, maar heeft geen directe
invloed op independent variable Y.
Quasi moderation: moderator beïnvloedt de relatie tussen X en Y (correlatie), maar heeft
ook een directe invloed op independent variable Y.
Hypothese (Stap 4)
Op basis van data ga je kijken of een bepaalde uitspraak (hypothese) waar is of niet. Ook hier
is weer een checklist voor om te kijken of een hypothese goed is opgesteld:
Het moet te testen zijn door middel van variabelen
Geen meningen maar feiten op basis van theorie en data
Het moet duidelijk beschreven worden
Directionele hypothesen (eenzijdig): wanneer alle argumenten/bestaand bewijs een
bepaalde richting suggereren, indien enkel het merendeel van het bewijs een richting
suggereert is een duidelijke vermelding noodzakelijk
Non-directionele hypothesen (tweezijdig): Er is sprake van een bepaalde relatie na
aanleiding van het resultaat, maar de richting is niet bekend.
Hoorcollege 2
Het kiezen van een onderzoeksstrategie
Wat is een onderzoeksontwerp?
Bedrijfseconomie 2021/2022
Blok 1: het onderzoeksproces
Hoorcollege 1
Inleiding
Het 7-staps onderzoeksproces:
1. Definieer het bedrijfsprobleem
2. Formuleer de probleemstelling
3. Geef een conceptuele achtergrond = Cursus IMO
4. Kies een onderzoeksontwerp
5. Verzamel data
6. Ontwikkel theorie
7. Schrijf op = Cursus BMO
Het Bedrijfsprobleem (Stap 1)
Wat is een goed bedrijfsprobleem:
Feasiblity
o Het probleem is afbakend
o Kan worden uitgedrukt in variabelen
Variabele moeten variëren
Meetbaar
Concreet
o Benodigde data kan verkregen worden (bestaand vs. nieuw)
Relevance
Praktische relevantie
o Managers
Bedrijf (vestiging)
Een industrie (bedrijfstak)
Meerdere industriën
o Eindgebruikers
Consumenten
Investeerders
o Beleidmakers
Europese Unie
Academische relevantie
o Nieuwe topic
Het topic is belangrijk, maar er is nog geen onderzoek naar gedaan
o Nieuwe context
Er is eerder onderzoek gedaan, maar niet in deze context
o Integreren van versnipperd bestaand onderzoek
o Verzoenen van tegenstrijdige resultaten in bestaand onderzoek
,De probleemstelling (Stap 2)
Wat is een goede probleemstelling:
Geformuleerd in termen van,
o Variabelen
o Relaties
Open vraag
Duidelijk vermeld, geen dubbelzinnigheid (interpreteert een lezer de
probleemstelling op dezelfde manier zoals de auteur dat bedoeld heeft)
Wat zijn goede onderzoeksvragen:
Moeten gezamenlijk de probleemstelling beantwoorden
Eerst theoretisch, dan praktische onderzoeksvragen (in dezelfde volgorde zoals
vermeld staat in het onderzoeksrapport)
Duidelijk vermeld, geen ondubbelzinnig
Theoretische onderzoeksvragen
Contextuele vragen
o Alleen als de context om uitleg vraagt
Conceptualisatie vragen
o Alleen voor de belangrijkste variabelen die uitleg nodig hebben
Relatie vragen
o Alle relaties uit de probleemstelling moeten behandeld worden
Praktische onderzoeksvragen
Relatie vragen
o Wat is de relatieve sterkte van de relatie? (In hoeverre, in welke mate…)
Implicatie vragen
o Hoe kunnen managers de resultaten van jouw onderzoek implementeren
o Open vraag
Het theoretisch kader (Stap 3)
Definities variabele:
Variabele naam is informatief (houd het kort indien mogelijk)
Variabele definitie bevat geen jargon
o Gebaseerd op een zorgvuldige literatuurstudie
o Definitie niet nodig indien vanzelfsprekend (Sales, Net Income)
o Valkuil: voorbeelden vervangen goede definities niet!
Een of twee referenties per definitie
Verschillende variabelen:
Afhankelijke variabele
Onafhankelijke variabele
Mediërende variabele (Mediator)
Modererende variabelen (Moderator)
Controle variabele (Control)
, Volledige mediatie: X heeft alleen een effect op Y via MED
Partiële mediatie: X heeft slechts een deel effect op Y via MED, maar heeft ook een direct
effect op Y
Pure moderation: moderator beïnvloedt de relatie tussen X en Y, maar heeft geen directe
invloed op independent variable Y.
Quasi moderation: moderator beïnvloedt de relatie tussen X en Y (correlatie), maar heeft
ook een directe invloed op independent variable Y.
Hypothese (Stap 4)
Op basis van data ga je kijken of een bepaalde uitspraak (hypothese) waar is of niet. Ook hier
is weer een checklist voor om te kijken of een hypothese goed is opgesteld:
Het moet te testen zijn door middel van variabelen
Geen meningen maar feiten op basis van theorie en data
Het moet duidelijk beschreven worden
Directionele hypothesen (eenzijdig): wanneer alle argumenten/bestaand bewijs een
bepaalde richting suggereren, indien enkel het merendeel van het bewijs een richting
suggereert is een duidelijke vermelding noodzakelijk
Non-directionele hypothesen (tweezijdig): Er is sprake van een bepaalde relatie na
aanleiding van het resultaat, maar de richting is niet bekend.
Hoorcollege 2
Het kiezen van een onderzoeksstrategie
Wat is een onderzoeksontwerp?