Chronisch zieke zorgvrager
Boek vvt h6
Begeleiden h32
Kernmerken
Er is sprake van een chronische ziekte als:
Ziekte duurt minimaal zes maanden;
Er is geen genezing mogelijk;
De ziekte zorgt voor beperkingen in zelfzorg, onafhankelijk wonen en sociale interactie;
Er gevolgen zijn voor activiteiten en maatschappelijke participatie;
Eer beroep gedaan wordt op de gezondheidszorg
Verloop van een chronische ziekte
Prodromale fase (voorafgaande fase) : de eerste verschijnselen zijn te zien.
Diagnostische fase : de zorgvrager meldt zich bij de huisarts.
Behandelfase : er wordt gekeken wat er aan gedaan kan worden.
Chronische fase : er is geen herstel meer mogelijk. Het ziekte verloop in de chronische fase
kan verschillen:
Progressief ziekteverloop: de verschijnselen worden erger en de beperkingen nemen
toe
Permanent ziekteverloop: de verschijnselen en beperkingen blijven lange tijd
hetzelfde
Cyclisch ziekteverloop: er zijn periodes dat de ziekteverschijnselen toenemen en ook
weer afnemen
Zorg- en begeleidingsbehoeften van chronisch ziekte zorgvrager
Problemen bij de verwerking
Coping = de manier waarop iemand met problemen en stress omgaat. Coping bestaat uit
deze reacties:
Actief aanpakken (vechten en verstandelijk)
Sociale steun zoeken (vechten en emotioneel)
Vermijden en afwachten (vluchten en verstandelijk)
Afleiding gedrag (vluchten en emotioneel)
De mate waarin een zorgvrager naar de behandelingen gaat en de adviezen die er gegeven
opvolgt = therapietrouw.
Verstoord zelfbeeld
Zelfbeeld = het beeld wat je van jezelf hebt. Dit kan doordat je een chronische aandoening
hebt, sterk veranderen.
Als verpleegkundige is het erg belangrijk dat je het gedrag observeert van de zorgvrager en
met hem in gesprek komt hoe hij zichzelf ziet en beoordeelt.
Chronische pijn
Pijn = een onplezierige sensorische en/ of emotionele ervaring, veroorzaakt door feitelijke of
mogelijke weefselbeschadiging of die beschreven wordt in termen van een dergelijke
beschadiging.
Als de pijn langer is dan 6 maanden is het een chronische pijn.
Verpleegkundige taken bij chronische pijn
Signaleren, observeren en beoordelen van de pijn;
Farmacologische (pillen) en niet-farmacologische pijnbestrijding (bijv. een warme kruik);
Geven van advies, voorlichting en informatie aan de zorgvrager;
Communicatie met de zorgvrager over de pijnklachten.
, Revalidatie
Revalidatie = weer valide worden na een ziekte, ongeval of medische ingreep.
Drie kenmerken:
Lichamelijk herstel: zo snel mogelijk naar huis
Functioneel herstel: ervoor zorgen dat de zorgvrager zo optimaal mogelijk
functioneert
Sociaal herstel: de zorgvrager kan sociale contacten, werk en positie in de
maatschappij weer opnemen
Zelfmanagement = de activiteiten van een zorgvrager als hij de coördinatie van de
verschillende bijdragen aan zijn behandeling en zorg zelf op zich neemt.
Hospitalisatie
= letterlijk het opgenomen worden.
In gedrag houdt het in dat de zorgvrager zijn gedrag volledig afstemt op de zorgorganisatie en
zorgverleners en niets meer uit zichzelf doet.
Apathisch gedrag = de zorgvrager is lusteloos en gedraagt zich onverschillig.
Oorzaken van hospitalisatie en apathie
Zorgvragers verliezen hun zeggenschap en zelfstandigheid
Depressief gedrag (lusteloosheid, somber) ‘het heeft allemaal geen zin meer’.
Kenmerken bij hospitalisatie
Vlakke emoties
Passiviteit
Lijdzaam gedrag
Zinloze activiteiten (tikken op de tafel)
Ongeïnteresseerdheid
Als verpleegkundige kun je hospitalisatie en apathie voorkomen door zo veel mogelijk in te spelen op
de zelfredzaamheid van de zorgvrager en door zijn zelfstandigheid zo veel mogelijk te stimuleren.
Zorgvragers met diabetes mellitus
Pathologie h24.4 en h25.1.7
Vvt h17 en 18
Wordt ook wel suikerziekte genoemd
Bij suikerziekte kan het lichaam de bloedglucose niet meer in evenwicht houden. Dit komt doordat
het lichaam geen of te weinig van het hormoon insuline (regelt de bloedglucosespiegel) heeft.
Anatomie en fysiologie van de alvleesklier
Alvleesklier = pancreas
Functies:
Produceert alvleeskliersap (taak bij de spijsvertering) en hormonen (stofwisseling van
de suiker).
Glucagon bevordert de omzetting van glycogeen in glucose.
Glucagon brengt ook het bloedglucosegehalte omhoog.
Het ziektebeeld diabetes mellitus
Waarde bij een normaal mens van de bloedglucosegehalte = 4.0-8.0 mmol.