Aantekeningen sociale psychologie
H1: introductie
sociale psychologie:
- Sociale Psychologie bestudeert de manier waar op de gevoelens, cognities en het gedrag van
mensen beïnvloed worden door de impliciete dan wel expliciete aanwezigheid van andere
mensen.
Fundamentele motieven aronson:
- Behoefte om de wereld accuraat waar te nemen
- Behoefte om een positief zelfbeeld te hebben
- Behoefte aan controle
- Behoefte aan liefde, goedkeuring van andere
- Ook biologische drijfveren zoals, dorst en honger
Pyramide van maslow:
persoon-situatie interactie
- Het denken, doen en voelen van mensen wordt sterk beïnvloed door de situatie en hun
interpretatie van de situatie
- Mensen onderschatten de invloed van de situatie op het gedrag van anderen, en soms ook
op hun eigen gedrag
Type variabele:
- Onafhankelijke variabele: De onafhankelijk variabele is wat onderzoekers manipuleren om
te zien of het een causaal effect heeft.
- Afhankelijke variabele: De afhankelijk variabele is wat de onderzoekers meten om te zien of
deze wordt beïnvloed.
Soorten onderzoek:
- Experimenteel: vindt plaats in een lab/ gecontroleerde omgeving
- Correlationeel: er is duidelijk verband tussen de variabeles
Tentamen:
- Vragen over boek
- 8 Vragen over artikelen
, H2: sociale cognitie
Sociale cognitie
- Het denken over onszelf en andere
- Automatische sociale cognitie:
o Snel, geen bewuste afwegingen van gedachtes, percepties of aannames
- Gecontroleerde sociale cognitie:
o Minder snel, weloverwogen, meer inspanning
Vier basisprocessen:
1. Aandacht
o Het proces van focussen op kenmerken van de omgeving of onszelf
o Aandacht is gelimiteerd, dus informatie wordt geselecteerd, dus verschil wordt
gemaakt tussen personen
2. Interpretatie
o Betekenis geven aan informatie die binnenkomt
o Situaties kunnen vaak op meerdere manieren worden geïnterpreteerd
3. Oordeel
o Het gebruiken van informatie om indrukken te maken en een oordeel te vormen
o Vanwege onvolledige informatie vaak gokken
4. Geheugen
o Het opslaan en terug halen van informatie
o Kan beslissingen beïnvloeden door een effect te hebben op hoe/ waar we onze
aandacht richten, en hoe we het interpreteren.
Drie doelen:
1. Efficiëntie/zuinigheid
o Simplificatie strategieën zoals, schema’s en heuristieken.
o Schema’s zijn mentale structuren waarmee we onze kennis over sociale structuren
organiseren.
Schema’s zorgen ook voor vooroordelen, en attributiefouten.
Het is makkelijk om gedrag aan persoonlijkheidskenmerken toe te schrijven.
Men schrijft eigen acties vaak aan de situatie toe, en gedrag van andere aan
de persoon zelf.
o Er zijn verschillende soorten heuristieken zoals:
representativiteitsheuristiek, hoeveel lijkt het op wat je al kent.
Beschikbaarheidsheuristiek, hoe beschikbaar heb je het in je geheugen.
Anker- en correctieheuristiek, begin bij wat je weet, en pas het aan.
o False consensus effect: neiging om te denken dat mensen het meer eens met ons
zijn dan werkelijk is.
2. Zelfbeeld beschermen
o Zelf dienende attributies, neiging om positieve uitkomst aan persoon te koppelen,
en negatieve uitkomst aan externe factoren.
o Lake wobegon effect: mensen hebben de neiging om te denken dat zij beter zijn dan
gemiddeld. “The name of a place in which all the women are strong, all the
men are good looking, and all the children are above average.”
H1: introductie
sociale psychologie:
- Sociale Psychologie bestudeert de manier waar op de gevoelens, cognities en het gedrag van
mensen beïnvloed worden door de impliciete dan wel expliciete aanwezigheid van andere
mensen.
Fundamentele motieven aronson:
- Behoefte om de wereld accuraat waar te nemen
- Behoefte om een positief zelfbeeld te hebben
- Behoefte aan controle
- Behoefte aan liefde, goedkeuring van andere
- Ook biologische drijfveren zoals, dorst en honger
Pyramide van maslow:
persoon-situatie interactie
- Het denken, doen en voelen van mensen wordt sterk beïnvloed door de situatie en hun
interpretatie van de situatie
- Mensen onderschatten de invloed van de situatie op het gedrag van anderen, en soms ook
op hun eigen gedrag
Type variabele:
- Onafhankelijke variabele: De onafhankelijk variabele is wat onderzoekers manipuleren om
te zien of het een causaal effect heeft.
- Afhankelijke variabele: De afhankelijk variabele is wat de onderzoekers meten om te zien of
deze wordt beïnvloed.
Soorten onderzoek:
- Experimenteel: vindt plaats in een lab/ gecontroleerde omgeving
- Correlationeel: er is duidelijk verband tussen de variabeles
Tentamen:
- Vragen over boek
- 8 Vragen over artikelen
, H2: sociale cognitie
Sociale cognitie
- Het denken over onszelf en andere
- Automatische sociale cognitie:
o Snel, geen bewuste afwegingen van gedachtes, percepties of aannames
- Gecontroleerde sociale cognitie:
o Minder snel, weloverwogen, meer inspanning
Vier basisprocessen:
1. Aandacht
o Het proces van focussen op kenmerken van de omgeving of onszelf
o Aandacht is gelimiteerd, dus informatie wordt geselecteerd, dus verschil wordt
gemaakt tussen personen
2. Interpretatie
o Betekenis geven aan informatie die binnenkomt
o Situaties kunnen vaak op meerdere manieren worden geïnterpreteerd
3. Oordeel
o Het gebruiken van informatie om indrukken te maken en een oordeel te vormen
o Vanwege onvolledige informatie vaak gokken
4. Geheugen
o Het opslaan en terug halen van informatie
o Kan beslissingen beïnvloeden door een effect te hebben op hoe/ waar we onze
aandacht richten, en hoe we het interpreteren.
Drie doelen:
1. Efficiëntie/zuinigheid
o Simplificatie strategieën zoals, schema’s en heuristieken.
o Schema’s zijn mentale structuren waarmee we onze kennis over sociale structuren
organiseren.
Schema’s zorgen ook voor vooroordelen, en attributiefouten.
Het is makkelijk om gedrag aan persoonlijkheidskenmerken toe te schrijven.
Men schrijft eigen acties vaak aan de situatie toe, en gedrag van andere aan
de persoon zelf.
o Er zijn verschillende soorten heuristieken zoals:
representativiteitsheuristiek, hoeveel lijkt het op wat je al kent.
Beschikbaarheidsheuristiek, hoe beschikbaar heb je het in je geheugen.
Anker- en correctieheuristiek, begin bij wat je weet, en pas het aan.
o False consensus effect: neiging om te denken dat mensen het meer eens met ons
zijn dan werkelijk is.
2. Zelfbeeld beschermen
o Zelf dienende attributies, neiging om positieve uitkomst aan persoon te koppelen,
en negatieve uitkomst aan externe factoren.
o Lake wobegon effect: mensen hebben de neiging om te denken dat zij beter zijn dan
gemiddeld. “The name of a place in which all the women are strong, all the
men are good looking, and all the children are above average.”