Gaswisseling en
uitscheiding
§ longventilatie
Longventilatie: het voortdurend verversen van de lucht in de longen om de
pO2 en pCO 2 constant te houden
De longen zijn omgeven door twee vliezen (pleura).
De interpleurale ruimte: de ruimte tussen longvlies en borstvlies. – alleen
laag vloeistof
- Er heerst in de interpleurale ruimte een druk die lager is
dan de druk van de buitenlucht
Ribademhaling --> ribben en borstbeen Normale ademhaling, dan
Middenrifademhaling --> alleen middenrif tegelijkertijd.
Rustige inademing Rustige uitademing
(passief)
Buitenste De spieren van de
tussenribspieren trekt inademing ontspannen.
ribben/ borstbeen
omhoog/ naar voren.
De middenrifspieren Veerkracht in de borstholte
platten af --> organen en longweefsel zorgen
weggedrukt en ervoor dat de ribben en
buikwand naar voren. borstbeen terugkeren in
oorspronkelijke stand.
Volumevergroting Middenrif komt terug in
borstholte --> luchtdruk koepelvormige stand,
longen lager dan volume neemt af -->
buitenlucht. luchtdruk in de longen
hoger dan buitenlucht
Je ademt in Je ademt uit
Diepe inademing Diepe uitademing
Spieren in de hals Binnenste
trekken samen --> tussenribspieren trekken
ribben en borstbeen samen, borstkas kleiner
verder omhoog. maken.
Spieren in de buikwand
samentrekken -->
verhoogt de druk in
buikholte. --> middenrif
omhoog
Ademvolume
, Gaswisseling en
uitscheiding
deel van de ingeademde lucht blijft achter in de luchtwegen.
Een
--> dode ruimte
Bij een maximale inademing kan gemiddeld 2,5 L lucht extra ingeademd
worden
--> inspiratoir reservecolume
Bij een macxmale uitademing kan gemiddeld 1,5 L lucht extra uitgeademd
worden.
--> expiratior reservevolume
Er blijft dan 1,5 L extra over in de longen.
--> restvolume
De hoeveelheid lucht die in één ademhaling maximaal kan worden
verplaatst.
--> vitale capaciteit
het totale longvolume is de vitale capaciteit en het restvolume samen.
Binas 83b
Regeling van de ademfrequentie
De diepte en snelheid wordt geregeld in het ademcentrum in de
hersenstam.
In de hersenstam, de wand van de halsslagaders en van
de aorta liggen zintuigcellen waarmee de
koolstofdioxideconcentratie van het bloed wordt
waargenomen --> chemoreceptoren
Bij sterke lichamelijk inspanning stijgt de pCO 2 van het
bloed.
--> Vanuit chemoreceptoren gaan impulsen via zenuwen
naar het ademcentrum.
--> vandaaruit gaan impulsen via zenuwen naar de
ademhalingsspieren.
De zuurstofconcentratie van het bloed beïnvloedt ook indirect de
chemoreceptoren, bv op grote hoogte. Door de lage luchtdruk wordt op
grote hoogte minder snel zuurstof in het bloed opgenomen.
uitscheiding
§ longventilatie
Longventilatie: het voortdurend verversen van de lucht in de longen om de
pO2 en pCO 2 constant te houden
De longen zijn omgeven door twee vliezen (pleura).
De interpleurale ruimte: de ruimte tussen longvlies en borstvlies. – alleen
laag vloeistof
- Er heerst in de interpleurale ruimte een druk die lager is
dan de druk van de buitenlucht
Ribademhaling --> ribben en borstbeen Normale ademhaling, dan
Middenrifademhaling --> alleen middenrif tegelijkertijd.
Rustige inademing Rustige uitademing
(passief)
Buitenste De spieren van de
tussenribspieren trekt inademing ontspannen.
ribben/ borstbeen
omhoog/ naar voren.
De middenrifspieren Veerkracht in de borstholte
platten af --> organen en longweefsel zorgen
weggedrukt en ervoor dat de ribben en
buikwand naar voren. borstbeen terugkeren in
oorspronkelijke stand.
Volumevergroting Middenrif komt terug in
borstholte --> luchtdruk koepelvormige stand,
longen lager dan volume neemt af -->
buitenlucht. luchtdruk in de longen
hoger dan buitenlucht
Je ademt in Je ademt uit
Diepe inademing Diepe uitademing
Spieren in de hals Binnenste
trekken samen --> tussenribspieren trekken
ribben en borstbeen samen, borstkas kleiner
verder omhoog. maken.
Spieren in de buikwand
samentrekken -->
verhoogt de druk in
buikholte. --> middenrif
omhoog
Ademvolume
, Gaswisseling en
uitscheiding
deel van de ingeademde lucht blijft achter in de luchtwegen.
Een
--> dode ruimte
Bij een maximale inademing kan gemiddeld 2,5 L lucht extra ingeademd
worden
--> inspiratoir reservecolume
Bij een macxmale uitademing kan gemiddeld 1,5 L lucht extra uitgeademd
worden.
--> expiratior reservevolume
Er blijft dan 1,5 L extra over in de longen.
--> restvolume
De hoeveelheid lucht die in één ademhaling maximaal kan worden
verplaatst.
--> vitale capaciteit
het totale longvolume is de vitale capaciteit en het restvolume samen.
Binas 83b
Regeling van de ademfrequentie
De diepte en snelheid wordt geregeld in het ademcentrum in de
hersenstam.
In de hersenstam, de wand van de halsslagaders en van
de aorta liggen zintuigcellen waarmee de
koolstofdioxideconcentratie van het bloed wordt
waargenomen --> chemoreceptoren
Bij sterke lichamelijk inspanning stijgt de pCO 2 van het
bloed.
--> Vanuit chemoreceptoren gaan impulsen via zenuwen
naar het ademcentrum.
--> vandaaruit gaan impulsen via zenuwen naar de
ademhalingsspieren.
De zuurstofconcentratie van het bloed beïnvloedt ook indirect de
chemoreceptoren, bv op grote hoogte. Door de lage luchtdruk wordt op
grote hoogte minder snel zuurstof in het bloed opgenomen.