Prof. Jan Cappelle – Academiejaar 2021-2022
Inleiding Private Veiligheid
Kerndomeinen Art. 3 WPV:
Bewaking
o Warme bewaking => psychiatrie.
o Koude bewaking => bewakingsonderneming = ≠ contact tussen bewakingspersoneel en
betrokkenen.
1. Statische bewaking;
2. Mobiele bewaking art 121 WPV x KB ID/1 art. 7-13; => van zodra een
bewakingsagent de openbare weg moet betreden om goederen te bewaken => interventie
na alarm alarmcentrale.
Het domein bewaking wordt opgesplitst in bewakingsondernemingen en interne bewakingsdiensten:
Bewakingsondernemingen: Art 1 WPV 2* x Art 4 WPV: elke rechtspersoon of natuurlijke
persoon die activiteiten bestaande uit de blijvende of tijdelijke levering van diensten
[=bewakingsactiviteiten] aan 3e uitoefent/aanbiedt of zich als dusdanig bekend maakt.
Interne dienst: Art 1 WPV 3* x Art 5 WPV: elke dienst die door een natuurlijke persoon of
rechtspersoon ten eigen behoeve wordt georganiseerd voor het uitoefenen van activiteiten of die zich als
dusdanig bekendmaakt.
Bijzondere interne diensten:
Verenigingsregime evenementen en dansgelegenheden Art 24 WPV
=> onder toezicht van burgemeester.
Concessiehouders betalend parkeren Art. 25 WPV => onder toezicht
burgemeester.
Als het bedrag 30.000 ≠ overschrijdt => ≠ interne bewakingsdienst => valt ≠
onder wet.
o Bijzondere veiligheid openbare vervoersmaatschappijen = veiligheidsdienst => WPV art. 11.
o Maritieme veiligheid = veiligheidsonderneming=> WPV art. 12.
Wanneer statische bewaking op ≠-publieke plaatsen, alarmbeheer, sommige vormen van beveiligd
vervoer en verkeersbegeleiding wordt uitgevoerd vanwege eigen belang en ≠ ten dienste van een 3 e
wordt dit ≠ als bewakingsactiviteit beschouwd => ≠ vergunning vereist => WPV hoeft ≠ gerespecteerd
te worden.
o Brandweerbewaking = bewaking waarbij dat de bewakers worden geroepen om tussen te
komen op een incident dat zelf ≠ hebben meegemaakt. => risico op conflicten =>
tegenstrijdige informatie van partijen met tegengestelde belangen.
Beveiliging: het gebruik, de commercialisering, de uitoefening en opleiding van materialen die dienen
om de zaak veilig te maken. Bijv. camera’s, alarmsystemen en wapens.
3. Beveiligd vervoer WPV art. 129-133 x KB ID/2 x KB ID/3 x MB ID/4 => van
zodra de vervoerder bescherming of bewaking organiseert bij de goederen die hij vervoert.
=> van geld of van bepaalde goederen vanwege hun kostbaar karakter/bijzondere aard aan
bedreiging. => beheer geldtelcentrum => bevoorrading biljettenautomaten, bewaking
biljettenautomaten.
4. Beheer alarmcentrale;
5. Bescherming personen;
6. Winkelinspectie WPV art. 122-125 x KB ID/1 art. 14-15;
7. Evenementenbewaking;
8. Bewaking uitgaansmilieu WPV art. 126 – 127 x KB ID/1 H7;
9. Doorzoekingen naar; spionageapparatuur, wapens, drugs, explosieve stoffen of andere
gevaarlijke voorwerpen. => wel geregeld in WPA.
, 10. Verrichten van vaststellingen WPV art. 128; => uitsluitend betrekking op de
onmiddellijk waarneembare toestand van goederen bevindend op het openbaar domein in
opdracht van bevoegde overheid/houder overheidsconcessie.
11. Verkeersbegeleiding WPV art. 134;
12. Ter beschikking stellen technische middelen WPV art.135;
13. Toezicht en controle van personen op al dan niet publiek toegankelijke plaatsen.
Hieronder vallen:
De onderneming voor alarmsystemen => Art. 6 WPV => biedt diensten aan van
conceptie/installatie/onderhoud/herstelling alarmsystemen.
De onderneming voor camerasystemen => Art. 7 WPV => biedt diensten aan van
conceptie/installatie/onderhoud/herstelling bewakingscamera’s.
o Opleidingsinstelling => Art. 10 WPV
Opsporing: geregeld in de Detectivewet.
Privédetective = iemand die tegen betaling en voor een opdrachtgever activiteiten uitoefent bestaande
uit – Art. 1:
Opsporen personen/goederen.
Inwinnen informatie over personen.
Verzamelen bewijsmateriaal.
Opsporen bedrijfsspionage.
Restcategorie => bepaald bij Ministerraad overleg Kb.
Adviesverlening (bestraffing & uitvoering).
Beschouwd als onderneming voor veiligheidsadvies => Art. 8 WPV => geeft advies aangaande
voorkoming strafbare feiten tegen personen/goederen, werkt/voert uit, evalueert doorlichtingen,
analyses, strategieën, concepten, procedures en trainingen op veiligheidsgebied.
Activiteiten art. 9 WPV ≠ onderneming voor veiligheidsadvies => advies inherent aan een
hoofdactiviteit; advies verleent door de overheid; advies met betrekking tot informaticasystemen.
Private veiligheid Publieke veiligheid
Uitvoerder = privaat Uitvoerder = publiek
Context =commercieel. Context = niet-commercieel
Verhouding opdrachtgever = contract Verhouding opdrachtgever = in-house
security {de veiligheid wordt georganiseerd security {de veiligheid wordt georganiseerd
door een externe leverancier; equivalent aan intern in de organisatie; equivalent aan
bewakingsondernemingen} interne bewakingsdiensten}
Aard opdrachtgever = privaat. Aard opdrachtgever = publiek.
Plaats uitvoering = private ruimte. Plaats uitvoering = publieke ruimte.
Belang = particulier. Belang = algemeen.
, Verklaringsmodellen
Junior-Partner theorie grondleggers Kakalik & Wildhorn in de Vs. vanaf 1971
= theorie van budgettaire beperkingen.
Economische crisis zet de verzorgingsstaat onder druk => budgettaire beperkingen in alle domeinen
=> politie trekt zich terug uit tal van veiligheidsdomeinen => vacuüm wordt ingevuld door de private
veiligheidssector => private bewakingsondernemingen staan de publieke politie bij in de
criminaliteitsbestrijding => als het ware ‘Junior-partners in law enforcement’.
Gevolg:
Politiële kerntaak = repressieve functie => opsporing criminaliteit => ‘hard-policing’.
Privésector => preventieve functie => voorkomen criminaliteit => ‘soft-policing’.
Economische theorie grondleggers Shearing & Stenning in Canada vanaf 1981
Vanaf jaren ’60 structurele verschuivingen in samenleving => ontstaan grootschalige eigendommen
(conglomeraten) waar een groot stuk van het maatschappelijk leven zich afspeelt in de private ruimte
=> politietoezicht beperkt tot publieke ruimte => de sociale controle in de conglomeraten (private
towns) gebeurt door de private veiligheid.
o Moonlightning: politiefunctionarissen werken in hun vrije tijd in de privésector.
o Old boys network: dienstig om voordelen en informele informatie te krijgen vanwege
de politie.
o Blue dream: Mensen uit het politiewezen trekken weg naar de privésector, aangezien
de privésector aantrekkelijkere loopbaanvoordelen heeft.
o Hydraulische samenwerking: Naarmate een staat rechtsregels heeft en een
strafprocedure hanteert waarbij confrontatie van burger <=> politie/staat aan de
verdediging een aantal rechten worden toegekend, groeit de neiging om aan de private
sector “dirty talk” activiteiten/handelingen uit te besteden.
o Grey policing: niet duidelijk wat nu precies tot de publieke en wat tot de private sector
toebehoort.
Gevolg:
Automatische groei private veiligheidssector.
Private ruimte stijgt => publieke ruimte neemt af.
Toezicht op publiek neemt toe indien het gaat om private ondernemingen => neemt af indien
het gaat over politie => politie incidenteel betrokken.
JP-theorie versus economische theorie
JP-theorie: algemene belang veronderstelt dat de politie informatie krijgt over de criminaliteit.
Criminaliteit = strafrechtelijk.