Onderzoek 2
Algemeen:
Toetsing: open vragen
Stof: Sheets, praktijkgericht onderzoek in bedrijven en materiaal op BS.
Oefenen is belangrijk!
Leerdoel: de student bewerkt de data van een eenvoudig kwantitatief onderzoek zodanig
dat de basis is gelegd voor het nemen van onberouwde bedrijfskundige beslissen.
, Les 1:
Soorten variabelen:
Afhankelijke: datgene wat je wil onderzoeken (bijv. de tevredenheid over een dienst)
Onafhankelijke: een variabel die mogelijk een relatie heeft met de uitkomst van de
afhankelijke variabele
Achtergrondkenmerken: een variabele die een kenmerk van de respondent weergeeft. (bijv.
geslacht, leeftijd, functie)
Soorten onderzoek: kwantitatief en kwalitatief
Soorten data meetniveau’s:
Kwalitatief:
Nominale schaal: variabel met kenmerk kan niet geordend worden (bv. kleuren, grote
praktijk, kleine praktijk, geslacht, provincie, ja/nee vraag)
Ordinale schaal: variabele meet kenmerk kan in een zinvolle volgorde gezet worden (bv.
sterren hotel, gelijk, meer of minder moeite, 18t/m30, vmbo/have/vwo, goud/zilver/brons)
Kwantitatief:
Intervalschaal: variabel meet kenmerk die in zinvolle volgorde gezet kan worden zonder
natuurlijk 0 punt. (Bijv. temperatuur in C, tijdstip in uren, IQ of systeem gemak)
Ratioschaal: variabel meet kenmerk die in zinvolle volgorde gezet kan worden met natuurlijk
0 punt bijvoorbeeld leeftijd. (Bijv. leeftijd in jaren, afstand naar werk, wachttijd in uren,
aantal klachten)
Cijfers betrokken erbij is altijd kwantitatieve waarde dus of ratio of interval!
Ieder aspect dat een rol speelt bij het beantwoorden van een onderzoeksvraag wordt
‘variabel’ genoemd.
Algemeen:
Toetsing: open vragen
Stof: Sheets, praktijkgericht onderzoek in bedrijven en materiaal op BS.
Oefenen is belangrijk!
Leerdoel: de student bewerkt de data van een eenvoudig kwantitatief onderzoek zodanig
dat de basis is gelegd voor het nemen van onberouwde bedrijfskundige beslissen.
, Les 1:
Soorten variabelen:
Afhankelijke: datgene wat je wil onderzoeken (bijv. de tevredenheid over een dienst)
Onafhankelijke: een variabel die mogelijk een relatie heeft met de uitkomst van de
afhankelijke variabele
Achtergrondkenmerken: een variabele die een kenmerk van de respondent weergeeft. (bijv.
geslacht, leeftijd, functie)
Soorten onderzoek: kwantitatief en kwalitatief
Soorten data meetniveau’s:
Kwalitatief:
Nominale schaal: variabel met kenmerk kan niet geordend worden (bv. kleuren, grote
praktijk, kleine praktijk, geslacht, provincie, ja/nee vraag)
Ordinale schaal: variabele meet kenmerk kan in een zinvolle volgorde gezet worden (bv.
sterren hotel, gelijk, meer of minder moeite, 18t/m30, vmbo/have/vwo, goud/zilver/brons)
Kwantitatief:
Intervalschaal: variabel meet kenmerk die in zinvolle volgorde gezet kan worden zonder
natuurlijk 0 punt. (Bijv. temperatuur in C, tijdstip in uren, IQ of systeem gemak)
Ratioschaal: variabel meet kenmerk die in zinvolle volgorde gezet kan worden met natuurlijk
0 punt bijvoorbeeld leeftijd. (Bijv. leeftijd in jaren, afstand naar werk, wachttijd in uren,
aantal klachten)
Cijfers betrokken erbij is altijd kwantitatieve waarde dus of ratio of interval!
Ieder aspect dat een rol speelt bij het beantwoorden van een onderzoeksvraag wordt
‘variabel’ genoemd.