Algemeen houding en gedrag
Roos van Leary
De basis: het assenstelsel
- Verticaal: boven-onder→ veel-weinig invloed
Horizontaal tegen-samen→ mate van acceptatie→ samen=acceptatie,
tegen= andere belangen als resultaat
Actie-reactie
- gedrag roept gedrag op→ actie reactie
- Bij Roos van Leary→ boven roept onder op, onder roept boven op, samen
roept samen op en tegen tegen
- Allebei boven of onder→ conflict→ iemand zal positie moeten wisselen
Werken binnen en buiten de comfortzone
- Standaard oplossingen die binnen je comfort zone liggen helpen niet
altijd→ buiten comfort zone treden om gedrag van de ander te
veranderen→ leerzone: geleerd om op een andere manier te reageren
door buiten je comfort zone te gaan
3 verschillende zones:
- (1) comfort zone: het bekende veilige + maximale vaardigheden
- (2) leerzone: begeleider staat open voor leren→ kans op mislukken is
groot, zit op grens van niet meer weten wat te doen
- (3) Paniek zone: niet meer mogelijk om te leren→ geen grip meer op
situatie
- Oprekken van zones: oprekken van comfortzone en leerzone→ niet snel
meer in paniek zone
- Nieuwe situatie: Na het oprekken kun je met bekende context uit de
comfort-leerzone werken
Contact maken en regulieren
- Dit zijn 2 dingen die de basis leggen van succesvolle bewegingsactiviteiten
Contact maken en houden
- Kinderen willen gezien worden→ oogcontact, maar ook kennis hebben van
mogelijkheden en beperkingen van het kind
- Soms kun je kinderen niet bereiken met de natuurlijke manier waarop je
contact maakt→ andere manier zien te vinden→ Flexibility of Behaviour
- Belangrijk hierin is: zelfreflectie, besef van voorkeursattitude, openstaan
voor feedback, en je comfortzone durven te verlaten.
, Hoe organiseer ik een activiteit
Ruim van te voren heb je:
- Kennis van bewegingsniveau, stoornissen, cognitieve niveau.
- Kennis van de activiteit→ differentieerbaar
- Kennis context→ waar gaat het om bij de activiteit
- Doelen voor de deelnemer en activiteit
- Afspraken met mede begeleiders
- Rol- en taakverdeling
Vlak van te voren heb je:
- De zaal veilig ingericht
- Kennis over groep/deelnemer→ hoe hangt de vlag erbij
- Eventueel activiteiten bijstellen
- Eventueel afspraken met begeleiders herzien
Kleine context: zaal waarin je de activiteiten met de deelnemers doet
Grote context: organisatie waar je alles voor doet
Als je de organisatie en het contact met de deelnemers voor elkaar hebt, kun je
aan je doelen werken
Flexibility of Behaviour
- Invloed uitoefenen op systeem (familie en beïnvloeders) en omgeving
(fysieke letterlijke omgeving) → hoe complexer dit is, hoe meer flexibiliteit
gevraagd
- Complexe beweegsituaties: gedrag is moeilijk verstaanbaar, verschillende
bewegingsniveaus, deelnemers bewegen in grote ruimte, onrust door
inrichting zaal, veilige situatie in zaal
- Begeleider is het belangrijkste→ moet flexibel zijn in gedrag
Verschillende attitudes die belangrijk zijn als begeleider:
- Laisser faire: ruimte geven om te experimenteren
- Directief: Duidelijk naar deelnemers→ deelnemers weten wat ze aan je
hebben
- Volgend/leidend: wat hebben deelnemers van je nodig? → observeren dan
leiden
- Begeleidend
- Begrijpend→ begrip tonen
- Rustig en afwachtend
- Militaristisch: opdracht=opdracht
- Enthousiast en stimulerend
- Zorgend
- Op afstand: verbale ondersteuning
- Dichtbij met lichamelijk contact
Het is belangrijk om je attitude op de deelnemer(s) aan te passen