Mensen hebben allemaal behoeftes. Behoeftes verdeel je in 3 delen: basis behoefte,
normale behoefte en luxe behoefte. De 1ste is natuurlijk een primaire behoefte en de laatste
2 zijn de secundaire behoeften of overige behoeften.
Je moet altijd een keuze maken, omdat er niet van alles oneindig is. Dit noem je schaarste.
Schaarste (economie) is dat je middelen nodig hebt om iets te maken.
Consumeren is wanneer men producten koop om te gebruiken.
Diensten zijn dingen waarmee je andere behoefte voorziet
Goederen zijn tastbare producten
Je kan niet al je behoeften vervullen soms moet je een andere manier vinden. Dit noem je
alternatief aanwendbaar
Paragraaf 2: Is kopen kiezen?
Formules:
Week → maand:.......Week bedrag *
Maand →week:..........Maandbedrag *
Budgetlijn: M = Pxx + Pyy
kosten die je met vaste regelmaat betalen zijn vaste lasten. Er zijn dagelijkse- of
huishoudelijke uitgaven zoals eten en persoonlijke verzorging. Als laast heb je incidentele
uitgaven. Dit zijn meestal grote uitgaven die je vaak niet doet
je hebt natuurlijk geld nodig, daarom bestaat er inkomen. Je kan inkomen in verschillende
manier krijgen
● Inkomen uit arbeid: Als je hebt gewerkt
● Inkomen uit bezit: Je bezittingen waarmee je geld verdient (rente of een huis
verhuren
● Overdrachtsinkomen: Geld dat je gewoon krijgt zoals zakgeld
Een budgetlijn is een grafiek die aangeeft hoeveel je van je inkomen kan uitbesteden aan 2
producten
Paragraaf 3: Heb je geld nodig om te ruilen?
Formules:
Procentuele veranderingen: (nieuw - oud) / oud* 100
Indexcijfer: nieuw getal / getal basisjaar * 100
Directe ruil is dat je met goederen gaat ruilen en een indirecte ruil is dat je gaat ruilen met
een ruilmiddel zoals geld
Er zijn in totaal 3 functies van geld
● Ruilmiddel: Betalen
● Rekenmiddel: Om de waarde te berekenen
● Spaarmiddel: Je bewaart geld voor later
Giraal geld is geld dat op de rekening staat en chartaal geld is contant geld.