Paragraaf 1:
Korte kringloop:
Verdampt -> blijft boven de zee -> neerslag
Lange kringloop:
Verdampt -> zweeft naar land -> neerslag -> gaat via riviertjes terug naar de zee en wordt
opgenomen door bijv. bomen en planten.
Meest nuttig?
Lange kringloop, WANT die gaat over het land en kunnen de mensen, dieren en planten
beter benutten. Soms is dit water gewoon op de verkeerde plek geland bijv. op gletsjers of
op landijs.
70% van het aardoppervlak is bedekt met water. Ongeveer 15x dat water zit in de
aardmantel. Ongeveer 2,5% van al het water op aarde is zoet. Van die 2,5% is maar 1%
echt bereikbaar. De rest zit in ijs en de grond.
Oppervlaktewater: water dat je kunt zien. (meren, rivieren, zeeën)
Grondwater: water dat vastzit in gesteente. (kun je niet zien)
Paragraaf 2:
Een normale burger gebruikt ongeveer 15 miljoen liter water per jaar. Een gebied kan op 4
verschillende manieren aan water komen.
1. Neerslag
2. Aanvoer van water uit andere gebieden
3. Fossiel water. Veel gebieden hebben een aquifer. Dit is een waterhoudende laag in
de grond.
4. Door de aanvoer van virtueel water. Dit is water dat denkbeeldig in producten zit
zoals in graan en vlees.
Waterbalans: hoeveel water er bijkomt en hoeveel er wordt gebruikt.
Fossiel water: water uit een ander tijdperk.
Virtueel water: water dat denkbeeldig in producten verpakt zit.
Er is vernieuw en niet-vernieuwbaar water. Als je alleen het vernieuwbare water gebruikt,
doe je aan duurzaam waterbeheer. Denk hierbij aan het gebruik van regenwater. Je hebt ook
niet-vernieuwbaar water. Dit is bijvoorbeeld water uit aquifers.
Korte kringloop:
Verdampt -> blijft boven de zee -> neerslag
Lange kringloop:
Verdampt -> zweeft naar land -> neerslag -> gaat via riviertjes terug naar de zee en wordt
opgenomen door bijv. bomen en planten.
Meest nuttig?
Lange kringloop, WANT die gaat over het land en kunnen de mensen, dieren en planten
beter benutten. Soms is dit water gewoon op de verkeerde plek geland bijv. op gletsjers of
op landijs.
70% van het aardoppervlak is bedekt met water. Ongeveer 15x dat water zit in de
aardmantel. Ongeveer 2,5% van al het water op aarde is zoet. Van die 2,5% is maar 1%
echt bereikbaar. De rest zit in ijs en de grond.
Oppervlaktewater: water dat je kunt zien. (meren, rivieren, zeeën)
Grondwater: water dat vastzit in gesteente. (kun je niet zien)
Paragraaf 2:
Een normale burger gebruikt ongeveer 15 miljoen liter water per jaar. Een gebied kan op 4
verschillende manieren aan water komen.
1. Neerslag
2. Aanvoer van water uit andere gebieden
3. Fossiel water. Veel gebieden hebben een aquifer. Dit is een waterhoudende laag in
de grond.
4. Door de aanvoer van virtueel water. Dit is water dat denkbeeldig in producten zit
zoals in graan en vlees.
Waterbalans: hoeveel water er bijkomt en hoeveel er wordt gebruikt.
Fossiel water: water uit een ander tijdperk.
Virtueel water: water dat denkbeeldig in producten verpakt zit.
Er is vernieuw en niet-vernieuwbaar water. Als je alleen het vernieuwbare water gebruikt,
doe je aan duurzaam waterbeheer. Denk hierbij aan het gebruik van regenwater. Je hebt ook
niet-vernieuwbaar water. Dit is bijvoorbeeld water uit aquifers.