Hoofdstuk 3 De inhoud en implementatieopties bepalen
Stap 7: De gedragsveranderingstechnieken (BCT’s) bepalen
In deze stap bepalen we welke BCT’s de interventiefuncties kunnen vervullen die we
relevante beleidscategorieën hebben gevonden. Een BCT omschrijven we als een ‘actieve
component van een interventie die bedoeld is om gedrag te veranderen’. De typische
kenmerken van een BCT zijn dat ze een ‘waarneembare, repliceerbare, niet-herleidbare
component is van een interventie die bedoeld is om gedrag te veranderen en een
verondersteld actief bestanddeel is van de interventie. Ze is dus de kleinste component die
veronderstelde actieve bestanddelen in zich heeft, ofwel het voorgestelde
veranderingsmechanisme, en ze kan zelfstandig of in combinatie met andere BCT’s worden
gebruikt’.
De eerste stap is dat je gaat nadenken over welke BCT’s allemaal in aanmerking komen voor
een specifieke functie. Als je de BCT’s in overweging neemt, is het essentieel dat je je laat
leiden door de omschrijving ervan en niet door het label. Bij de volgende stap ga je de
longlist van BCT’s terugbrengen tot een korte lijst van BCT’s die zeer waarschijnlijk geschikt
zijn voor de situatie waarin je intervenieert. Naast het toepassen van de APEASE-criteria kun
je de lijst ook inkorten door eerst de BCT’s in overweging te nemen die het vaakst worden
gebruikt voordat je minder vaak gebruikte BCT’s in overweging neemt. Bij de koppeling van
het BCW aan de BCT’s is duidelijk geworden dat er voor alle interventiefuncties taxonomieën
van BCT’s moeten worden ontwikkeld. Hiervoor is een gedetailleerde analyse nodig van de
interventies die zich richten op het niveau van de groep/gemeenschap, de organisatie en de
hele populatie, op min of meer dezelfde manier als is gedaan voor de interventies die zich
rechtstreeks op het individu richten.
Stap 7: De gedragsveranderingstechnieken (BCT’s) bepalen
In deze stap bepalen we welke BCT’s de interventiefuncties kunnen vervullen die we
relevante beleidscategorieën hebben gevonden. Een BCT omschrijven we als een ‘actieve
component van een interventie die bedoeld is om gedrag te veranderen’. De typische
kenmerken van een BCT zijn dat ze een ‘waarneembare, repliceerbare, niet-herleidbare
component is van een interventie die bedoeld is om gedrag te veranderen en een
verondersteld actief bestanddeel is van de interventie. Ze is dus de kleinste component die
veronderstelde actieve bestanddelen in zich heeft, ofwel het voorgestelde
veranderingsmechanisme, en ze kan zelfstandig of in combinatie met andere BCT’s worden
gebruikt’.
De eerste stap is dat je gaat nadenken over welke BCT’s allemaal in aanmerking komen voor
een specifieke functie. Als je de BCT’s in overweging neemt, is het essentieel dat je je laat
leiden door de omschrijving ervan en niet door het label. Bij de volgende stap ga je de
longlist van BCT’s terugbrengen tot een korte lijst van BCT’s die zeer waarschijnlijk geschikt
zijn voor de situatie waarin je intervenieert. Naast het toepassen van de APEASE-criteria kun
je de lijst ook inkorten door eerst de BCT’s in overweging te nemen die het vaakst worden
gebruikt voordat je minder vaak gebruikte BCT’s in overweging neemt. Bij de koppeling van
het BCW aan de BCT’s is duidelijk geworden dat er voor alle interventiefuncties taxonomieën
van BCT’s moeten worden ontwikkeld. Hiervoor is een gedetailleerde analyse nodig van de
interventies die zich richten op het niveau van de groep/gemeenschap, de organisatie en de
hele populatie, op min of meer dezelfde manier als is gedaan voor de interventies die zich
rechtstreeks op het individu richten.