Hoofdstuk 2 Leefstijl veranderen
Voor een duurzame verandering in leefstijl is een gedragsverandering noodzakelijk.
Gedragsverandering is moeilijk, maar niet onmogelijk. Eerst moeten mensen zich bewust zijn
van ongezond risicogedrag voordat ze een poging tot leefstijlverandering ondernemen.
Vervolgens zijn er vele factoren van invloed op de motivatie en de intentie om te
veranderen. Maar ook als er een positieve intentie is, wil dat niet automatisch zeggen dat die
intentie daadwerkelijk wordt omgezet in gedrag. De intentie-gedragskloof is vaak groot en
de vraag is hoe je die kleiner maakt. Daarnaast vindt een verandering niet geïsoleerd bij één
persoon plaats. Er is een sociale omgeving bij betrokken die mogelijk steunt, maar ook kan
saboteren. Ten slotte horen bij een gedragsverandering ook altijd momenten van terugval.
Je leefstijl veranderen doe je meestal niet van het ene op het andere moment. Mensen gaan
verschillende veranderingsfasen door. Prochaska en DiClemente onderscheiden in
gedragsverandering vijf fasen:
1. Precontemplatie: er is geen serieuze intentie om gedrag te veranderen. Vaak zijn
mensen zich in deze fase niet bewust van hun gedrag, of ze vinden hun huidige
gewoonte geen probleem.
2. Contemplatie: mensen zijn zich bewust van hun gedrag en denken erover na om dit
te veranderen. In deze fase is er echter nog geen duidelijk commitment om ook
daadwerkelijk in actie te komen. Wat hierbij meespeelt is dat het tijd, energie en
moeite kost om te veranderen. Het is in deze fase nog maar de vraag of dat opweegt
tegen de voordelen van het veranderen.
3. Preparatie: er is een duidelijke intentie om gedrag te veranderen, en ook al op korte
termijn (de komende maand). Er worden al voorbereidingen getroffen en er zijn
mogelijk al kleine veranderingen in gedrag merkbaar.
4. Actie: mensen veranderen daadwerkelijk hun gedrag. Dit kost tijd en energie, iets wat
niet onderschat mag worden. Mensen komen bij hun veranderingsproces problemen
tegen, moeilijke situaties waarin het gedrag lastig vol te houden is. Hun omgeving
stribbelt mogelijk tegen, zij hebben niet altijd gevraagd om een verandering en
hebben er wel last van of krijgen tijdelijk minder aandacht. In de actiefase ervaart de
persoon hoe het echt is om iets voortaan anders te doen.
5. Gedragsbehoud: na verloop van tijd wordt duidelijk of iemand het nieuwe gedrag vol
gaat houden. Het nieuwe gedrag wordt onderdeel van de gewoonten en het dagelijks
leven van een persoon. Terugval blijft op de loer liggen, soms een leven lang (bijv. na
een verslaving). In deze fase gaat het om stabilisatie en het voorkomen van terugval
in oude gewoonten.
Om iets aan je gedrag te kunnen veranderen, moet je je eerst bewust zijn van dat gedrag.
Voor veel leefstijlgedragingen is het bewustzijn verre van optimaal. Veel mensen hebben
mispercepties over hun gedrag, bijvoorbeeld over de hoeveelheid groente en fruit die zij
eten. Ook classificeren veel mensen zich onterecht als een ‘matig eter’. Voor bewegen geldt
hetzelfde: veel mensen weten eigenlijk helemaal niet zo goed hoeveel zij daadwerkelijk
bewegen. Die verkeerde inschatting is in meerderheid van de gevallen de positieve kant op.
Mensen denken meer groente en fruit te eten dan ze daadwerkelijk doen, meer te bewegen
Voor een duurzame verandering in leefstijl is een gedragsverandering noodzakelijk.
Gedragsverandering is moeilijk, maar niet onmogelijk. Eerst moeten mensen zich bewust zijn
van ongezond risicogedrag voordat ze een poging tot leefstijlverandering ondernemen.
Vervolgens zijn er vele factoren van invloed op de motivatie en de intentie om te
veranderen. Maar ook als er een positieve intentie is, wil dat niet automatisch zeggen dat die
intentie daadwerkelijk wordt omgezet in gedrag. De intentie-gedragskloof is vaak groot en
de vraag is hoe je die kleiner maakt. Daarnaast vindt een verandering niet geïsoleerd bij één
persoon plaats. Er is een sociale omgeving bij betrokken die mogelijk steunt, maar ook kan
saboteren. Ten slotte horen bij een gedragsverandering ook altijd momenten van terugval.
Je leefstijl veranderen doe je meestal niet van het ene op het andere moment. Mensen gaan
verschillende veranderingsfasen door. Prochaska en DiClemente onderscheiden in
gedragsverandering vijf fasen:
1. Precontemplatie: er is geen serieuze intentie om gedrag te veranderen. Vaak zijn
mensen zich in deze fase niet bewust van hun gedrag, of ze vinden hun huidige
gewoonte geen probleem.
2. Contemplatie: mensen zijn zich bewust van hun gedrag en denken erover na om dit
te veranderen. In deze fase is er echter nog geen duidelijk commitment om ook
daadwerkelijk in actie te komen. Wat hierbij meespeelt is dat het tijd, energie en
moeite kost om te veranderen. Het is in deze fase nog maar de vraag of dat opweegt
tegen de voordelen van het veranderen.
3. Preparatie: er is een duidelijke intentie om gedrag te veranderen, en ook al op korte
termijn (de komende maand). Er worden al voorbereidingen getroffen en er zijn
mogelijk al kleine veranderingen in gedrag merkbaar.
4. Actie: mensen veranderen daadwerkelijk hun gedrag. Dit kost tijd en energie, iets wat
niet onderschat mag worden. Mensen komen bij hun veranderingsproces problemen
tegen, moeilijke situaties waarin het gedrag lastig vol te houden is. Hun omgeving
stribbelt mogelijk tegen, zij hebben niet altijd gevraagd om een verandering en
hebben er wel last van of krijgen tijdelijk minder aandacht. In de actiefase ervaart de
persoon hoe het echt is om iets voortaan anders te doen.
5. Gedragsbehoud: na verloop van tijd wordt duidelijk of iemand het nieuwe gedrag vol
gaat houden. Het nieuwe gedrag wordt onderdeel van de gewoonten en het dagelijks
leven van een persoon. Terugval blijft op de loer liggen, soms een leven lang (bijv. na
een verslaving). In deze fase gaat het om stabilisatie en het voorkomen van terugval
in oude gewoonten.
Om iets aan je gedrag te kunnen veranderen, moet je je eerst bewust zijn van dat gedrag.
Voor veel leefstijlgedragingen is het bewustzijn verre van optimaal. Veel mensen hebben
mispercepties over hun gedrag, bijvoorbeeld over de hoeveelheid groente en fruit die zij
eten. Ook classificeren veel mensen zich onterecht als een ‘matig eter’. Voor bewegen geldt
hetzelfde: veel mensen weten eigenlijk helemaal niet zo goed hoeveel zij daadwerkelijk
bewegen. Die verkeerde inschatting is in meerderheid van de gevallen de positieve kant op.
Mensen denken meer groente en fruit te eten dan ze daadwerkelijk doen, meer te bewegen