Shannon Nouwen, H5D
De industrialisatie van Nederland was laat op gang gekomen: pas een eeuw na het
begin van de industriële revolutie in Groot-Brittannië. Bij het uitbreken van de
Tweede Wereldoorlog bleek dat Nederland ook op militair gebied hopeloos
achterliep. Nederland zette het land onder water in de hoop de Duitsers tegen te
houden, maar de Duitse vliegtuigen vlogen er gewoon overheen. Koloniën eisten
hun recht op onafhankelijkheid op, en de Koude Oorlog tussen de VS en de Sovjet-
Unie ontstond. Wel waren de West-Europese landen welvarender dan ooit tevoren.
In de jaren 50 groeide de welvaart sterk.
Hoofdstuk 1: De Nederlandse maatschappij (1948-1978)
In de periode van 1948 tot 1978 koos Nederland voor een actievere rol in de
wereldpolitiek. Na de Tweede Wereldoorlog voelden veel Nederlanders een nieuwe
dreiging, die van de Sovjet-Unie. Ze vonden dat hun land niet meer neutraal kon
blijven. Nederland werd daarom lid van de NAVO. De Verenigde Staten gaven
financiële steun aan Nederland (Marshallhulp). Ook werd de Europese
Gemeenschap voor Kolen en Staal opgericht. Een van de doelen van meer
Europese samenwerking was nieuwe oorlogen binnen Europa te voorkomen.
Door de oorlog was Nederland sterk verarmd. De wederopbouw duurde tot
halverwege de jaren 50. Daarna groeide de welvaart in Nederland snel, onder
andere door de Amerikaanse Marshallhulp. Veel Nederlanders waren bovendien
bereid hard te werken en sober te leven om hun land er weer bovenop te krijgen. Er
ontstonden rooms-rode regeringen. Deze politici geloofden in een maakbare
samenleving waarin de regering de economie kon sturen. Ook voerden ze een
geleide loonpolitiek in. Hierbij hield de overheid alle lonen in Nederland laag.
Hierdoor konden werkgevers meer mensen in dienst nemen, waardoor er minder
werkloosheid was. Ook werden Nederlandse producten relatief goedkoop, waardoor
de export steeg. Nederland profiteerde daarbij van het economisch herstel van
Duitsland, dat veel Nederlandse producten importeerde. In de jaren 60 werd in
Groningen bovendien een grote hoeveelheid aardgas gevonden.
De snelgroeiende welvaart had twee belangrijke gevolgen. De verzorgingsstaat werd
ingevoerd, waarbij in 1957 de Algemene Ouderdomswet (AOW) ontstond. Ook
ontstond er een consumptiemaatschappij. In de jaren 60 kwam namelijk een einde
aan de geleide loonpolitiek en stegen de lonen ineens sterk.
Direct na de Tweede Wereldoorlog groeide de bevolking in Nederland snel door de
babyboom. Daarnaast werd het aantal inwoners beïnvloed door migratie. Begin jaren
50 was er vooral sprake van emigratie. Eind jaren 60 keerde de migratiestroom om.
Gastarbeiders uit landen als Spanje, Italië, Turkije en Marokko bleven in de jaren 70
in Nederland wonen. Ook door dekolonisatie kwamen nieuwe groepen mensen naar
Nederland.
De dekolonisatie van Indonesië verliep op gewelddadige wijze. Mensen uit Indonesië
verhuisden min of meer gedwongen naar Nederland, omdat zij aan de kant van