Samenvatting formuleren
Paragraaf 1 dubbelop
1. Onjuiste herhaling
Als een vast voorzetsel ten onrechte twee keer wordt gebruikt, is dat een onjuiste herhaling.
Voorbeeld:
Onjuist: op z’n meisje zouden de leerlingen van school niet op moeten stemmen
Juist: op z’n meisje zouden de leerlingen de school niet moeten stemmen
2. Tautologie
Als hetzelfde twee keer wordt gezegd met verschillende woorden van dezelfde woordsoort (synoniemen).
Voorbeeld:
Onjuist: ik heb reeds mijn profielwerkstuk al af
Juist: ik heb reeds mijn profielwerkstuk af
3. Pleonasme
Bij een pleonasme wordt een deel van de betekenis van een woord of een woordgroep nog eens door een ander woord
uitgedrukt. Dat andere woord is meestal van een andere woordsoort.
Voorbeeld:
Onjuist: het rode bloed ziet er vies uit.
Juist: het bloed ziet er vies uit.
4. Contaminatie
Als twee woorden of uitdrukkingen worden verward en ten onrechte worden vermengd.
Voorbeeld:
Onjuist: uitprinten
Juist: printen
5. Dubbele ontkenning
In zinnen met een werkwoord dat al een ontkennend karkater heeft wordt soms ten onrechte een tweede ontkenning
toegevoegd.
Voorbeeld:
Onjuist: ik raad je af om dat niet te doen.
Juist: ik raad je aan om dat niet te doen.
.
Par 2 fouten met verwijswoorden
- Mannelijke, vrouwelijke of onzijdige woorden
Onzijdig: het-woorden
Mannelijk: de-woorden
Vrouwelijk: de-woorden
Vrouwelijke personen en dieren, de woorden met: heid, nis, ing, st, schap, te, de, ie, ij, iek, theek, teit, uur.
.
- Hen of hun?
Gebruik hen wanneer het lijdend voorwerp is.
Gebruik hen na een voorzetsel.
Gebruik hun nooit als onderwerp!
Gebruik hun als het meewerkend voorwerp is.
.
- Dat of wat?
Gebruik het verwijswoord dat als je verwijst naar een het-woord.
Gebruik het verwijswoord wat alleen als je verwijst naar
- Een onbepaald voornaamwoord (alles, iets, niets, het enige)
- Een overtreffende trap (het beste, het mooiste, het grootste)
- Een hele zin
.
- Wie of waar?
Gebruik bij personen wie en bij zaken waar.
.
- Onduidelijk verwijzen
Soms wijst een verwijswoord terug naar iets wat helemaal niet in de tekst staat. Het heeft dan geen antecedent.
Paragraaf 1 dubbelop
1. Onjuiste herhaling
Als een vast voorzetsel ten onrechte twee keer wordt gebruikt, is dat een onjuiste herhaling.
Voorbeeld:
Onjuist: op z’n meisje zouden de leerlingen van school niet op moeten stemmen
Juist: op z’n meisje zouden de leerlingen de school niet moeten stemmen
2. Tautologie
Als hetzelfde twee keer wordt gezegd met verschillende woorden van dezelfde woordsoort (synoniemen).
Voorbeeld:
Onjuist: ik heb reeds mijn profielwerkstuk al af
Juist: ik heb reeds mijn profielwerkstuk af
3. Pleonasme
Bij een pleonasme wordt een deel van de betekenis van een woord of een woordgroep nog eens door een ander woord
uitgedrukt. Dat andere woord is meestal van een andere woordsoort.
Voorbeeld:
Onjuist: het rode bloed ziet er vies uit.
Juist: het bloed ziet er vies uit.
4. Contaminatie
Als twee woorden of uitdrukkingen worden verward en ten onrechte worden vermengd.
Voorbeeld:
Onjuist: uitprinten
Juist: printen
5. Dubbele ontkenning
In zinnen met een werkwoord dat al een ontkennend karkater heeft wordt soms ten onrechte een tweede ontkenning
toegevoegd.
Voorbeeld:
Onjuist: ik raad je af om dat niet te doen.
Juist: ik raad je aan om dat niet te doen.
.
Par 2 fouten met verwijswoorden
- Mannelijke, vrouwelijke of onzijdige woorden
Onzijdig: het-woorden
Mannelijk: de-woorden
Vrouwelijk: de-woorden
Vrouwelijke personen en dieren, de woorden met: heid, nis, ing, st, schap, te, de, ie, ij, iek, theek, teit, uur.
.
- Hen of hun?
Gebruik hen wanneer het lijdend voorwerp is.
Gebruik hen na een voorzetsel.
Gebruik hun nooit als onderwerp!
Gebruik hun als het meewerkend voorwerp is.
.
- Dat of wat?
Gebruik het verwijswoord dat als je verwijst naar een het-woord.
Gebruik het verwijswoord wat alleen als je verwijst naar
- Een onbepaald voornaamwoord (alles, iets, niets, het enige)
- Een overtreffende trap (het beste, het mooiste, het grootste)
- Een hele zin
.
- Wie of waar?
Gebruik bij personen wie en bij zaken waar.
.
- Onduidelijk verwijzen
Soms wijst een verwijswoord terug naar iets wat helemaal niet in de tekst staat. Het heeft dan geen antecedent.