Lesbrief Europa: Samenvatting
Shannon Nouwen, H5D
Hoofdstuk 1
- De internationale concurrentiepositie van een land wordt bepaald door de
arbeidsproductiviteit en de loonkosten.
- De trek naar een ander land om daar te gaan werken heet arbeidsmigratie
Open en gesloten economie
We spreken van een open economie als een land veel handelt met het buitenland,
dus relatief veel importeert en exporteert. De exportquote is de waarde van de
uitvoer van goederen en diensten, in procenten van het BBP. Hiermee wordt
bedoeld welk deel van de productie is afgezet in het buitenland. Zo heb je ook nog
de importquote, de waarde van de invoer van goederen en diensten, in procenten
van het BBP. Hiermee wordt bedoeld hoeveel procent er wordt ingevoerd ten
opzichte van onze productie.
Belangrijke oorzaken waarom landen zich specialiseren zijn:
- Natuurlijke oorzaken
- De loonkosten per product en de kwaliteit per product
- Infrastructuur
- Stabiliteit
Protectionisme
Het beschermen van de eigen productie en werkgelegenheid (EU) en het
antidumpingsargument.
- Tarifaire maatregelen
Invoerheffing: extra heffing op producten buiten de EU
Exportsubsidie: overheidssubsidie aan binnenlandse producten
- Non-tarifaire maatregelen
Invoerquotum: maximaal aantal producten per periode
Kwaliteitseisen: minder invoer van producten
Nadelige gevolgen hoog overheidstekort en staatsschulden
Hoge overheidstekorten kunnen inflatie veroorzaken. De uitgaven zijn hoger dan de
inkomsten. De uitgaven van de overheid zorgen zo óók voor meer vraag. Meer vraag
ten opzichte van de productiecapaciteit zorgt voor inflatie. Daarom is er een
maximaal EMU-tekort van 3% om de inflatie te beperken.
Hoge overheidstekorten kunnen ook de rente opdrijven. Bij een tekort wordt er geld
geleend, en zo stijgt de vraag naar geld en dus ook de rente. Dit remt investeringen
van bedrijven en consumenten, wat ook weer de productie laat dalen.
Hoge overheidstekorten en staatsschulden kunnen overheidstaken in gevaar
brengen. Een grotere schuld zorgt voor hogere rentelasten. Hierdoor blijft er minder
geld over voor overheidstaken.
Arbeidsindeling
Shannon Nouwen, H5D
Hoofdstuk 1
- De internationale concurrentiepositie van een land wordt bepaald door de
arbeidsproductiviteit en de loonkosten.
- De trek naar een ander land om daar te gaan werken heet arbeidsmigratie
Open en gesloten economie
We spreken van een open economie als een land veel handelt met het buitenland,
dus relatief veel importeert en exporteert. De exportquote is de waarde van de
uitvoer van goederen en diensten, in procenten van het BBP. Hiermee wordt
bedoeld welk deel van de productie is afgezet in het buitenland. Zo heb je ook nog
de importquote, de waarde van de invoer van goederen en diensten, in procenten
van het BBP. Hiermee wordt bedoeld hoeveel procent er wordt ingevoerd ten
opzichte van onze productie.
Belangrijke oorzaken waarom landen zich specialiseren zijn:
- Natuurlijke oorzaken
- De loonkosten per product en de kwaliteit per product
- Infrastructuur
- Stabiliteit
Protectionisme
Het beschermen van de eigen productie en werkgelegenheid (EU) en het
antidumpingsargument.
- Tarifaire maatregelen
Invoerheffing: extra heffing op producten buiten de EU
Exportsubsidie: overheidssubsidie aan binnenlandse producten
- Non-tarifaire maatregelen
Invoerquotum: maximaal aantal producten per periode
Kwaliteitseisen: minder invoer van producten
Nadelige gevolgen hoog overheidstekort en staatsschulden
Hoge overheidstekorten kunnen inflatie veroorzaken. De uitgaven zijn hoger dan de
inkomsten. De uitgaven van de overheid zorgen zo óók voor meer vraag. Meer vraag
ten opzichte van de productiecapaciteit zorgt voor inflatie. Daarom is er een
maximaal EMU-tekort van 3% om de inflatie te beperken.
Hoge overheidstekorten kunnen ook de rente opdrijven. Bij een tekort wordt er geld
geleend, en zo stijgt de vraag naar geld en dus ook de rente. Dit remt investeringen
van bedrijven en consumenten, wat ook weer de productie laat dalen.
Hoge overheidstekorten en staatsschulden kunnen overheidstaken in gevaar
brengen. Een grotere schuld zorgt voor hogere rentelasten. Hierdoor blijft er minder
geld over voor overheidstaken.
Arbeidsindeling