5 Financiering met vreemd vermogen
5.1 Lang vreemd vermogen
Lang vreemd vermogen: Een schuld in de vorm van een lening waarbij de aflossingstermijn
langer dan een jaar is.
- Het interestpercentage is vaak een stuk lager dan geldt voor vreemd vermogen op
korte termijn. Daardoor is het voor een onderneming aantrekkelijker om een lening
met een langere looptijd af te sluiten.
Onderhandse leningen: Niet bij een bank afgesloten. Twee partijen spreken samen de
leningsvoorwaarden af.
Openbare lening: De inschrijving staat open voor meerdere geldgevers. De geldnemer stelt
de leningsvoorwaarden vast.
Er zijn verschillende soorten leningen
Hypothecaire lening
- Bij het uitlenen van grote bedragen verlangt de geldgever vaak een onderpand van
de geldnemer. (zekerheid van terugbetaling)
- Het onderpand bestaat uit onroerend goed. Dit kan alleen verkocht worden via de
notaris. De notaris moet de eigendomsoverdracht vastleggen in de daarvoor
bestemde registers.
- Onroerende goederen heten ook wel registergoederen.
- Recht van hypotheek: De geldnemer (eigenaar onroerend goed) geeft het recht van
hypotheek aan de geldgever. De geldgever mag dan, als er niet is betaald, de
onroerende goederen openbaar verkopen. De opbrengst van de verkoop dient dan
om de hypothecaire lening af te lossen
Onderhandse lening die niet bij een bank is afgesloten
- Looptijd is langer dan een jaar.
- Onderneming leent geld van geldgever(s) zonder tussenkomst van de bank.
- Er is direct contact tussen beide partijen.
- Beide partijen maken samen de afspraken.
Obligatielening
- De BV en NV kunnen vreemd vermogen aantrekken door uitgifte van obligaties.
- Obligatie: Een waardepapier met de naam van de onderneming, de nominale waarde
en het interestpercentage.
- De onderneming kan zelf over de nominale waarde van de obligaties beslissen.
- De nominale waarde van obligaties ligt meestal hoger dan de nominale waarde van
aandelen.
- De onderneming maakt bij het uitschrijven van een obligatielening een brochure
waarin precies staat welke voorwaarden gelden voor de lening. Hierin staat onder
andere de maximale hoogte van de lening, nominale waarde van een obligatie,
interestpercentage, de uitgiftekoers en de manier van aflossen.
- Een rechtspersoon mag een obligatie uitgeven a pari, boven pari en onder pari.
- Ligt de uitgiftekoers onder pari, is er sprake van disagio.
5.1 Lang vreemd vermogen
Lang vreemd vermogen: Een schuld in de vorm van een lening waarbij de aflossingstermijn
langer dan een jaar is.
- Het interestpercentage is vaak een stuk lager dan geldt voor vreemd vermogen op
korte termijn. Daardoor is het voor een onderneming aantrekkelijker om een lening
met een langere looptijd af te sluiten.
Onderhandse leningen: Niet bij een bank afgesloten. Twee partijen spreken samen de
leningsvoorwaarden af.
Openbare lening: De inschrijving staat open voor meerdere geldgevers. De geldnemer stelt
de leningsvoorwaarden vast.
Er zijn verschillende soorten leningen
Hypothecaire lening
- Bij het uitlenen van grote bedragen verlangt de geldgever vaak een onderpand van
de geldnemer. (zekerheid van terugbetaling)
- Het onderpand bestaat uit onroerend goed. Dit kan alleen verkocht worden via de
notaris. De notaris moet de eigendomsoverdracht vastleggen in de daarvoor
bestemde registers.
- Onroerende goederen heten ook wel registergoederen.
- Recht van hypotheek: De geldnemer (eigenaar onroerend goed) geeft het recht van
hypotheek aan de geldgever. De geldgever mag dan, als er niet is betaald, de
onroerende goederen openbaar verkopen. De opbrengst van de verkoop dient dan
om de hypothecaire lening af te lossen
Onderhandse lening die niet bij een bank is afgesloten
- Looptijd is langer dan een jaar.
- Onderneming leent geld van geldgever(s) zonder tussenkomst van de bank.
- Er is direct contact tussen beide partijen.
- Beide partijen maken samen de afspraken.
Obligatielening
- De BV en NV kunnen vreemd vermogen aantrekken door uitgifte van obligaties.
- Obligatie: Een waardepapier met de naam van de onderneming, de nominale waarde
en het interestpercentage.
- De onderneming kan zelf over de nominale waarde van de obligaties beslissen.
- De nominale waarde van obligaties ligt meestal hoger dan de nominale waarde van
aandelen.
- De onderneming maakt bij het uitschrijven van een obligatielening een brochure
waarin precies staat welke voorwaarden gelden voor de lening. Hierin staat onder
andere de maximale hoogte van de lening, nominale waarde van een obligatie,
interestpercentage, de uitgiftekoers en de manier van aflossen.
- Een rechtspersoon mag een obligatie uitgeven a pari, boven pari en onder pari.
- Ligt de uitgiftekoers onder pari, is er sprake van disagio.