Samenvatting module biosensoren
Hoofdstuk 1
Syndroom = verschillende verschijnselen van een ziekte of aandoening bij elkaar
Bij een syndroom hoort meestal ook een afwijkende biochemische reactie een biosensor meet dat
Biosensor = een klein apparaat dat als resultaat van een biochemische reactie een meetsignaal geeft
(meet een bepaalde variabele)
Onderzoeken:
- Kwalitatief er komt een variabele uit zonder cijfer
- Kwantitatief er komt een variabele uit met cijfer
Hoofdstuk 2
Schema biosensor:
specificiteit snelheid sensitiviteit
Syndroom Biomarker Herkenning Versnellings Meet Meet
kinetiek methode waarde
Biosensor
Bio-organische stoffen hebben niet altijd zelfde molgewicht dat is lastig voor
concentratieberekeningen.
Voorbeelden biosensoren:
Zwangerschapstest
Zwangerschapstest is een kwalitatieve test.
Vrouw is zwanger als embryo zich heeft ingenesteld in het baarmoederslijmvlies.
Na de innesteling komt een stofje vrij in de urine waarmee zwangerschap kan worden aangetoond.
Bevruchte eicel heeft zich vaak gedeeld, waardoor een klompje cellen is ontstaan. Deze kun je
onderverdelen in:
- Embryoblast hieruit groeit het latere kind
- Trofoblast hieruit groeien de placenta en de vruchtvliezen
De chorionvlokken (buitenste cellen van de trofoblast) infiltreren het baarmoederslijmvlies
Deze vlokken maken een hormoon hGC waardoor het loslaten van baarmoederslijmvlies wordt
tegengehouden.
Zolang het hGC niveau in het bloed hoog is, wordt er voldoende progesteron gemaakt om het
baarmoederslijmvlies vast te houden.
Via de nieren wordt het hormoon uit het bloed gefilterd en komt het in de urine terecht.
De eerste 10 weken verdubbeld elke twee à drie dagen de hoeveelheid hGC.
Glucosemeter
Diabetes types:
1. De bèta cellen zijn vernietigd
2. Welvaartsdiabetes, cellen reageren minder goed
, De hoeveelheid glucose neemt na een maaltijd toe.
Koolhydraten is een verzamelnaam voor verbindingen zoals bijvoorbeeld glucose, glycogeen en
zetmeel.
Afbraak van zetmeel tot glucose gaat redelijk langzaam en zorgt daarom niet voor grote verschillen
Afbraak van pure vorm glucose gaat heel snel en zorgt daarom voor grote schommelingen
Eilandjes van Langerhans:
- Bèta-cellen geven insuline af als het glucosegehalte te hoog wordt, zodat glucose omgezet
wordt in glycogeen (hierdoor daalt glucosegehalte).
- Alfa-cellen geven glucagon af als het glucosegehalte te laag wordt, zodat glycogeen
omgezet wordt in glucose (hierdoor stijgt het glucosegehalte).
- Zorgen ervoor dat de glucosewaarden binnen de normen blijft
Criteria diagnose diabetes vaststellen:
1. Te hoge concentratie glucose na een periode van vasten
2. Bij het drinken van water waarin 75 gram glucose is opgelost, mag na twee uur de
glucoseconcentratie niet onder de 11 mmol zitten
Hoofdstuk 3
Biomarker = organische stof die iets zegt over de toestand of proces van een persoon
Veel biomarkers zijn eiwitten.
Eiwitten bestaan uit aminozuren. Algemeen structuurformule aminozuur:
H
H2N C COOH
R
Door condensatiepolymerisatie kunnen twee aminozuren aan elkaar koppelen, er ontstaat een
peptide binding:
O
C N
H
Eiwitstructuren:
- Primair aminozuurvolgorde
- Secundair alfa-helix en beta-sheets (waterstofbruggen tussen de NH-groep en de C=O -
groep)
- Tertiair ligt aan de restgroep. Interacties met de omgeving leidt tot vouwing
- Quarternair eiwitcomplex (meerdere tertiaire structuren). Interacties met meerdere
eiwitten.
N-terminale uiteinde = waar de aminozuurketen eindigt met de NH 2 groep
C-terminale uiteinde = waar de aminozuurketen eindigt met de COOH groep
Hoofdstuk 1
Syndroom = verschillende verschijnselen van een ziekte of aandoening bij elkaar
Bij een syndroom hoort meestal ook een afwijkende biochemische reactie een biosensor meet dat
Biosensor = een klein apparaat dat als resultaat van een biochemische reactie een meetsignaal geeft
(meet een bepaalde variabele)
Onderzoeken:
- Kwalitatief er komt een variabele uit zonder cijfer
- Kwantitatief er komt een variabele uit met cijfer
Hoofdstuk 2
Schema biosensor:
specificiteit snelheid sensitiviteit
Syndroom Biomarker Herkenning Versnellings Meet Meet
kinetiek methode waarde
Biosensor
Bio-organische stoffen hebben niet altijd zelfde molgewicht dat is lastig voor
concentratieberekeningen.
Voorbeelden biosensoren:
Zwangerschapstest
Zwangerschapstest is een kwalitatieve test.
Vrouw is zwanger als embryo zich heeft ingenesteld in het baarmoederslijmvlies.
Na de innesteling komt een stofje vrij in de urine waarmee zwangerschap kan worden aangetoond.
Bevruchte eicel heeft zich vaak gedeeld, waardoor een klompje cellen is ontstaan. Deze kun je
onderverdelen in:
- Embryoblast hieruit groeit het latere kind
- Trofoblast hieruit groeien de placenta en de vruchtvliezen
De chorionvlokken (buitenste cellen van de trofoblast) infiltreren het baarmoederslijmvlies
Deze vlokken maken een hormoon hGC waardoor het loslaten van baarmoederslijmvlies wordt
tegengehouden.
Zolang het hGC niveau in het bloed hoog is, wordt er voldoende progesteron gemaakt om het
baarmoederslijmvlies vast te houden.
Via de nieren wordt het hormoon uit het bloed gefilterd en komt het in de urine terecht.
De eerste 10 weken verdubbeld elke twee à drie dagen de hoeveelheid hGC.
Glucosemeter
Diabetes types:
1. De bèta cellen zijn vernietigd
2. Welvaartsdiabetes, cellen reageren minder goed
, De hoeveelheid glucose neemt na een maaltijd toe.
Koolhydraten is een verzamelnaam voor verbindingen zoals bijvoorbeeld glucose, glycogeen en
zetmeel.
Afbraak van zetmeel tot glucose gaat redelijk langzaam en zorgt daarom niet voor grote verschillen
Afbraak van pure vorm glucose gaat heel snel en zorgt daarom voor grote schommelingen
Eilandjes van Langerhans:
- Bèta-cellen geven insuline af als het glucosegehalte te hoog wordt, zodat glucose omgezet
wordt in glycogeen (hierdoor daalt glucosegehalte).
- Alfa-cellen geven glucagon af als het glucosegehalte te laag wordt, zodat glycogeen
omgezet wordt in glucose (hierdoor stijgt het glucosegehalte).
- Zorgen ervoor dat de glucosewaarden binnen de normen blijft
Criteria diagnose diabetes vaststellen:
1. Te hoge concentratie glucose na een periode van vasten
2. Bij het drinken van water waarin 75 gram glucose is opgelost, mag na twee uur de
glucoseconcentratie niet onder de 11 mmol zitten
Hoofdstuk 3
Biomarker = organische stof die iets zegt over de toestand of proces van een persoon
Veel biomarkers zijn eiwitten.
Eiwitten bestaan uit aminozuren. Algemeen structuurformule aminozuur:
H
H2N C COOH
R
Door condensatiepolymerisatie kunnen twee aminozuren aan elkaar koppelen, er ontstaat een
peptide binding:
O
C N
H
Eiwitstructuren:
- Primair aminozuurvolgorde
- Secundair alfa-helix en beta-sheets (waterstofbruggen tussen de NH-groep en de C=O -
groep)
- Tertiair ligt aan de restgroep. Interacties met de omgeving leidt tot vouwing
- Quarternair eiwitcomplex (meerdere tertiaire structuren). Interacties met meerdere
eiwitten.
N-terminale uiteinde = waar de aminozuurketen eindigt met de NH 2 groep
C-terminale uiteinde = waar de aminozuurketen eindigt met de COOH groep