Engels grammatica
Present simple
De present simple word gebruikt voor dingen die volgens schema gaan
gebeuren:
The bus leaves at 6.32 p.m
Present continous
De present continous word gebruikt voor dingen die gepland zijn en vrijwel zeker
gaan gebeuren:
We are having a party next Saturday
Unfortuntaly. Uncle rob isn’t coming.
Te be going to + hele werkwoord
1. Als het plan er al was voor het gesprek
I’m going to take lots of photos.
2. bij een voorspelling die is gebaseerd op een aanwijzing:
Look at that blue sky! It’s going to be a lovely day.
Will/shall + hele werkwoord
1.Als het plan al staat tijdens een gesprek
Are you hungry ? i’ll get you some food.
2. bij een voorspelling die is gebaseerd op een mening
I think the safari will be great.
3. bij een spontaan aanbond, weigering, beloftes, voorstellen of verzoeken
I’ll carry your bag for you.
Will you bring me some fruit?
Present simple
De present simple word gebruikt voor dingen die volgens schema gaan
gebeuren:
The bus leaves at 6.32 p.m
Present continous
De present continous word gebruikt voor dingen die gepland zijn en vrijwel zeker
gaan gebeuren:
We are having a party next Saturday
Unfortuntaly. Uncle rob isn’t coming.
Te be going to + hele werkwoord
1. Als het plan er al was voor het gesprek
I’m going to take lots of photos.
2. bij een voorspelling die is gebaseerd op een aanwijzing:
Look at that blue sky! It’s going to be a lovely day.
Will/shall + hele werkwoord
1.Als het plan al staat tijdens een gesprek
Are you hungry ? i’ll get you some food.
2. bij een voorspelling die is gebaseerd op een mening
I think the safari will be great.
3. bij een spontaan aanbond, weigering, beloftes, voorstellen of verzoeken
I’ll carry your bag for you.
Will you bring me some fruit?