SAMENVATTING
, Kenmerken van het strafproces
WEEK 1 o Nemo tenetur-beginsel
o Cautie
,Stappenplan: schending nemo tenetur-
beginsel
Art. 6 EVRM en EHRM Jalloh/Duitsland
Het nemo tenetur-beginsel (art. 6 EVRM) houdt in dat men niet verplicht is om aan zijn eigen veroordeling mee te werken. Het beginsel
zwijgrecht, maar kan onder bepaalde voorwaarden ook betrekking hebben op het overdragen van fysiek bewijs. Hierbij wordt er ondersch
wilsafhankelijk materiaal (bijv. verklaringen) en wilsonafhankelijk materiaal (bijv. bloed, adem en urine). In het arrest EHRM Jalloh/Duitsland zij
waarmee een belangenafweging dient te worden gemaakt of er sprake is van een nemo tenetur-beginsel.
Is er in strijd gehandeld met art. 3 EVRM?
• Ja? ook schending van art. 6 EVRM (EHRM Gäfgen)
• Nee? Jalloh-criteria uitwerken
1. Mate van dwang
o Wilsafhankelijk: minder dwang uitoefenen
o Wilsonafhankelijk: iets meer dwang uitoefenen
o Waarmee is er gedreigd?
2. Processuele waarborgen
o Is er bijv .een cautie gegeven?
3. Gebruik van het bewijs
o Wat voor bewijs is het?
o Is het bewijs van doorslaggevende betekenis in de procedure of dient het als steunbewijs?
, Stappenplan: cautie
Aart. 29 lid 2 Sv en HR Nalatige inspecteur
Op grond van art. 29 lid 2 Sv dient voorafgaand aan het verhoor te worden medegedeeld dat verdachte niet verplicht is tot antwoor
1. Is er sprake van een verdachte?
o Zodra iemand ‘verdachte’ is, kunnen er bepaalde dwangmiddelen worden ingezet en heeft deze persoon bepaalde rechten. Deze staan opgesomd
o Formeel begrip lid 2: wanneer verdachte is aangehouden.
2. Is er sprake van een verhoor? (HR Nalatige Inspecteur)
o Alle vragen van een door een opsporingsambtenaar (1) als verdachte aangemerkte persoon (2) betreffende diens betrokkenheid bij een geconsta