Introductie
Aardplaten Delen van de aardkorst die als geheel bewegen ten opzichte van
andere delen
Delta Nieuw land in zee dat ontstaat op een plaats waar een rivier in zee
uitmondt en sediment ophoopt
Endogene processen Processen die ’van binnenuit’ op de aardkorst inwerken, zoals
aardbevingen, vulkanisme, platentektoniek en gebergtevorming
Exogene processen Processen zoals verwering, erosie en sedimentatie, die ’van
buitenaf’ op de aardkorst inwerken
Plooiingsgebergte Gebergte dat ontstaat door de druk in de aardkorst waarbij
gesteente geplooid en opgeheven wordt
Sediment Het losse materiaal dat door stromend water, wind of bewegend ijs
wordt meegenomen
Stroomgebied Gebied waarbinnen al het regen- en smeltbare via één hoofdrivier
naar zee stroomt
Epicentrum Punt op het aardoppervlak direct boven de haard van de
aardbeving waar de meeste beweging door een aardbeving
plaatsvindt
Vulkaankegel Een berg die ontstaan is door de lagen as en lava van een reeks
uitbarstingen
Paragraaf 2.1 De opbouw van de aarde
Gesteente: bestaat uit aantal mineralen die samengegroeid zijn tot een hechte massa
Mineralen: bezitten een homogene chemische samenstelling. Bestaan uit elementen. Mineralen in
vaste vorm zijn kristallen.
Je hebt twee soorten aardkorsten:
De oceanische korst bestaat vooral uit basalt (5-10 cm dik), basalt heeft een hogere dichtheid en is
veel zwaarder dan graniet.
De continentale korst bestaat vooral uit graniet (20-70 cm dik).
Basalt: Veldspaat en Olivijn
Graniet: Kwarts, Veldspaat en Mica
De aardkorst drijft op de aardmantel.
De oceaanbodem kent ook hoogteverschillen, in het midden ligt een soort onderwatergebergte
—> de midoceanische rug
Ook liggen er diepzeetroggen langs de Grote Oceaan deze kunnen kilometers diep zijn,
diepzeetroggen = kloof in de zeebodem
Het is onmogelijk om dieper dan 10 km de aarde binnen te dringen, ze scannen nu daarom de aarde.
Ze gebruiken trillingen die bij elke aardbeving dwars door de aarde gaan, deze kunnen over de hele
wereld worden opgevangen en geregistreerd.
De snelheid en richting van de trillingen worden beïnvloed door eigenschappen van gesteente, zoals
temperatuur, dichtheid en vloeibaarheid.
,Door het verzamelen van duizenden gegevens kunnen seismologen (aardbevingsdeskundigen)
bepalen hoe de aarde van binnen is opgebouwd.
1. Aardkern = vast gesteente
3
Ook wel binnenkern (ijzer), (aardkorst)
vast en verwarmt
1 2 buitenkern
4 2. Warmte uitstraling = vast gesteente
Ook wel buitenkern (ijzer), ( aardmantel)
5 vloeibaar en verwarmt
mantel
3. Convectiestromen = vloeibaar gesteente
Nummer 3 is ook wel de (aardmantel)
mantel (peridotiet), deels
Het vaste gedeelte inclusief de vloeibaar en deels vast
aardkorst = lithosfeer 4. Aardmantel
Het gesteente stroomt hier
Het vloeibare gedeelte
5. Aardkorst
= asthenosfeer
Paragraaf 2.2
De smalle zones met aardbevingen vormen de grenzen tussen de aardplaten. De meeste aardplaten
bestaan uit zowel continent als oceaanbodem.
Type bewegingen:
1. Convergente plaatgrenzen = wanneer een stuk oceaanbodem botst op een stuk continent,
duikt de zwaardere oceaanbodem onder het continent de mantel in —> subductie
Op de grens ontstaan de diepzeetroggen
2. Divergente plaatgrenzen = wanneer twee aardplaten uit elkaar bewegen.
Door het stollen van de lava die uit de scheur komt, ontstaat een nieuwe oceaanbodem
3. Transforme plaatgrenzen = wanneer twee aardplaten langs elkaar bewegen
Het gaat om platen die in tegen gestelde richting bewegen, of aardplaten die met
verschillende snelheden in dezelfde richting bewegen.
Het aangroeien van oceaanbodem rond een midoceanische rug wordt gecompenseerd door het
verdwijnen van de aardbodem bij een subductie zone.
, Theorie van Alfred Wegener;
• Aardkorsten bestaan uit platen (bewezen; de vormen passen in elkaar)
• Meeste platen zijn een continent (bewezen; landschapszones strekte zich over meerdere
continenten uit)
• Deze platen met continenten hebben ooit als een legpuzzel in elkaar gelegen (bewezen; op
verschillende continenten kwam Wegener dezelfde fossielen tegen)
Fossielen over verschillende continenten platen in elkaar landschapzones lopen over
Schollentheorie;
De aarde is opgebouwd uit een aantal starre lithosfeerplaten of schollen. Een schol of plaat is dus
een gebroken deel van de lithosfeer.
Op deze afbeelding zie je
bewegende schollen
Er zijn 3 theorieën achter platen tektoniek;
1. Drijven; convectiestroming, de aardkorst drijft mee
2. Duwen; opstijgende magma duwt de aardkorst uit
elkaar
3. Trekken; de zware wegduikende oceaanbodem trekt
de rest van de plaat mee