Aardrijkskunde hoofdstuk 2 klimaat
Paragraaf 2.1 de stralingsbalans van de aarde
Begrippen (leren!!!)
• Instraling: Deel van de
zonnestraling dat de aarde bereikt
• Uitstraling: Straling die de aarde
afgeeft aan de ruimte
• Energiebalans (= stralingsbalans):
Het overzicht van instraling en
uitstraling
• Dynamisch evenwicht: Een
evenwicht van eenheden die in
beweging zijn (bijv. energiebalans)
• Absorptie: omzetten van kortgolvige straling in langgolvige straling (=warmte)
De zon is de belangrijkste energiebron vd aarde, de straling die de aarde ontvangt wordt
door de atmosfeer en het aardoppervlak verwerkt en uiteindelijk weer terug naar het heelal
gekaatst.
Inkomende kortgolvige straling (100)
31 eenheden kaatsen direct terug.
20 eenheden worden geabsorbeerd door stof en
wolken
49 eenheden worden geabsorbeerd door het
aardoppervlak
Kortgolvige straling worden geabsorbeerd door de
grond en omgezet in langgolvige straling
Uitgaande straling = langgolvige straling
Naast absorptie van de aarde(49) straalt de aarde in
totaal 144 eenheden langgolvige straling uit.
Door het broeikaseffect = de atmosfeer houdt een deel
van de warmte van de aarde tegen
114 langgolvige uitstraling, 23 latente energie(water
verdampt), 7 voelbare warmte.
Atmosfeer raakt opgewarmd en en straalt langgolvige
straling uit naar aarde(95) en het heelal(57+12)
,Kortgolvige straling: binnen de straling wordt energie compact vervoerd.
De atmosfeer is te dun om kortgolvige straling goed te kunnen absorberen.
Het aardoppervlak straalt weer straling uit
langgolvige straling
Langgolvige straling: binnen de straling wordt energie minder compact vervoerd
Gek is dat het aardoppervlak veel meer langgolvige straling uitstraalt dan dat het kortgolvige
ontvangt.
dit komt doordat het aardoppervlak naast kortgolvige straling ook nog langgolvige straling
ontvangt door het broeikaseffect.
De restjes die achterblijven op het aardoppervlak verdelen we in 2 groepen energie:
-latente energie: er verdampt water
-voelbare warmte: direct voelbaar als warmte, er is geen stralingsvorm meer
Stralingsbalans:
de 100 inkomende kortgolvige straling worden verwerkt en uiteindelijk weer als 31
eenheden kortgolvige straling en 69 eenheden langgolvige straling teruggegeven aan het
heelal: dit is uitgaande straling.
dit evenwicht noemen we het dynamisch evenwicht.
1% gassen in de atmosfeer fungeren als ‘deken’ die de aarde warm houden o.a. water (H2O),
methaan (CH4), koolstofdioxide (CO2)
Uitstoot CO2, CH4 en andere gassen versterkt het broeikaseffect
Natuurlijk broeikaseffect: Het verschijnsel dat de atmosfeer (vooral door de aanwezigheid
van kooldioxide, methaan en waterdamp) een deel van de warmtestraling van de aarde
tegenhoudt.
Versterkt broeikaseffect: Toename van het gehalte aan broeikasgassen in de atmosfeer,
waardoor de atmosfeer meer warmtestraling van de aarde tegenhoudt en de temperatuur
stijgt.
, wanneer de mens meer broeikasgassen als koolstofdioxide aan te atmosfeer toevoegt,
ontstaat er een versterkt broeikaseffect.
Hoeveelheid straling haalt het aardoppervlak:
1. De dichtheid van het wolkendek
2. De breedteligging op aarde
3. De lengte van de dag en de zonnestand gedurende
de dag.
4. Albedo-effect (weerkaatsing/reflectie) -> reflectie
van bv. zand of ijs. Albedo hoger = minder
opwarming
Bij de evenaar staat de zon hoog aan de hemel en de zonnestralen
vallen hierdoor loodrecht in en verwarmen een klein oppervlak.
Op onze breedte staat de zon laag aan de hemel waardoor de zonnestralen schuin invallen hierdoor
is het ook kouder
Ook in de bergen is het kouder, hoe hoger hoe dunner de lucht, een ijlere lucht heeft een minder
broeikaseffect waardoor het kouder is in de bergen.
(albedo = reflectie = terugkaatsing)
• Albedo hoger: minder absorptie / opwarming
• Albedo hoger: bij lage invalshoek zon en lichte kleur
aardoppervlak
Paragraaf 2.1 de stralingsbalans van de aarde
Begrippen (leren!!!)
• Instraling: Deel van de
zonnestraling dat de aarde bereikt
• Uitstraling: Straling die de aarde
afgeeft aan de ruimte
• Energiebalans (= stralingsbalans):
Het overzicht van instraling en
uitstraling
• Dynamisch evenwicht: Een
evenwicht van eenheden die in
beweging zijn (bijv. energiebalans)
• Absorptie: omzetten van kortgolvige straling in langgolvige straling (=warmte)
De zon is de belangrijkste energiebron vd aarde, de straling die de aarde ontvangt wordt
door de atmosfeer en het aardoppervlak verwerkt en uiteindelijk weer terug naar het heelal
gekaatst.
Inkomende kortgolvige straling (100)
31 eenheden kaatsen direct terug.
20 eenheden worden geabsorbeerd door stof en
wolken
49 eenheden worden geabsorbeerd door het
aardoppervlak
Kortgolvige straling worden geabsorbeerd door de
grond en omgezet in langgolvige straling
Uitgaande straling = langgolvige straling
Naast absorptie van de aarde(49) straalt de aarde in
totaal 144 eenheden langgolvige straling uit.
Door het broeikaseffect = de atmosfeer houdt een deel
van de warmte van de aarde tegen
114 langgolvige uitstraling, 23 latente energie(water
verdampt), 7 voelbare warmte.
Atmosfeer raakt opgewarmd en en straalt langgolvige
straling uit naar aarde(95) en het heelal(57+12)
,Kortgolvige straling: binnen de straling wordt energie compact vervoerd.
De atmosfeer is te dun om kortgolvige straling goed te kunnen absorberen.
Het aardoppervlak straalt weer straling uit
langgolvige straling
Langgolvige straling: binnen de straling wordt energie minder compact vervoerd
Gek is dat het aardoppervlak veel meer langgolvige straling uitstraalt dan dat het kortgolvige
ontvangt.
dit komt doordat het aardoppervlak naast kortgolvige straling ook nog langgolvige straling
ontvangt door het broeikaseffect.
De restjes die achterblijven op het aardoppervlak verdelen we in 2 groepen energie:
-latente energie: er verdampt water
-voelbare warmte: direct voelbaar als warmte, er is geen stralingsvorm meer
Stralingsbalans:
de 100 inkomende kortgolvige straling worden verwerkt en uiteindelijk weer als 31
eenheden kortgolvige straling en 69 eenheden langgolvige straling teruggegeven aan het
heelal: dit is uitgaande straling.
dit evenwicht noemen we het dynamisch evenwicht.
1% gassen in de atmosfeer fungeren als ‘deken’ die de aarde warm houden o.a. water (H2O),
methaan (CH4), koolstofdioxide (CO2)
Uitstoot CO2, CH4 en andere gassen versterkt het broeikaseffect
Natuurlijk broeikaseffect: Het verschijnsel dat de atmosfeer (vooral door de aanwezigheid
van kooldioxide, methaan en waterdamp) een deel van de warmtestraling van de aarde
tegenhoudt.
Versterkt broeikaseffect: Toename van het gehalte aan broeikasgassen in de atmosfeer,
waardoor de atmosfeer meer warmtestraling van de aarde tegenhoudt en de temperatuur
stijgt.
, wanneer de mens meer broeikasgassen als koolstofdioxide aan te atmosfeer toevoegt,
ontstaat er een versterkt broeikaseffect.
Hoeveelheid straling haalt het aardoppervlak:
1. De dichtheid van het wolkendek
2. De breedteligging op aarde
3. De lengte van de dag en de zonnestand gedurende
de dag.
4. Albedo-effect (weerkaatsing/reflectie) -> reflectie
van bv. zand of ijs. Albedo hoger = minder
opwarming
Bij de evenaar staat de zon hoog aan de hemel en de zonnestralen
vallen hierdoor loodrecht in en verwarmen een klein oppervlak.
Op onze breedte staat de zon laag aan de hemel waardoor de zonnestralen schuin invallen hierdoor
is het ook kouder
Ook in de bergen is het kouder, hoe hoger hoe dunner de lucht, een ijlere lucht heeft een minder
broeikaseffect waardoor het kouder is in de bergen.
(albedo = reflectie = terugkaatsing)
• Albedo hoger: minder absorptie / opwarming
• Albedo hoger: bij lage invalshoek zon en lichte kleur
aardoppervlak