Rijk Als Economische Wereldmacht
De economische voorsprong had alles te maken met de Britse koloniën. Die leverden het Rijk
veel grondstoffen en plantageproducten op. Ook de handel over zee was winst gevend. In
GB werd veel nagedacht over mogelijkheden om bestaande successen te vergroten en
bestaande problemen te overwinnen. In ENG was al sinds de 17e eeuw veel meer aandacht
voor ontwikkelingen en experimenteren dan in de meeste andere landen. Een uitvinding was
de Spinning Jenny. Dat was een machine die in staat was om tegelijkertijd meerdere draden
te maken van ruwe katoen of wol. Na deze uitvinding verliep de productie van weefgaren
dus veel sneller. Samen met andere vernieuwingen en verbeteringen van het
productieproces zorgde dit voor een revolutie in de textielindustrie.
Aan het begin van de 18e eeuw werd de eerste werkende stoommachine gebouwd. Rond
1775 lukt het de Britse uitvinder James Watt een goed bruikbare stoommachine te bouwen.
De stoom werd opgewekt door water te verhitten. De druk van de stoom kon in de machine
van Watt zo hoog oplopen dat het grote stalen wielen in beweging bracht en in beweging
hield. De stoommachine kon zo gebruikt worden als motor die de nieuwe machines in de
textielindustrie in Noord-ENG aandreef. Daardoor hoefde dit niet meer met de hand gedaan
worden, en kon er sneller en langer door gewerkt worden. De industrielerevolutie zorgde
ervoor dat Engeland in een relatief korte tijd, van een landbouw stedelijke samenleving
veranderde in een industriële samenleving. De meeste mensen werkten niet meer in de
landbouw, maar industrie. Doordat er steeds meer producten werden gemaakt in de
fabrieken, verdween de huisnijverheid. Mensen die hierin hun levensonderhoud hadden
konden niet tegen de concurrentie van de fabrieken.
Dat er steeds meer textiel werd geproduceerd, kwam goed uit. Niet alleen omdat
handelaren textiel in de koloniën konden verkopen, maar ook doordat er in GB zelf een
toenemende vraag was. Dat kwam doordat het aantal Britten snel toenam. Deze
bevolkingsgroei had twee oorzaken:
* Verbeterde landbouw. Hierdoor ontstonden voedseloverschotten
* De aandacht voor verbetering van hygiëne en de bestrijding van ziekten nam toe.
Daardoor werden de Britten gemiddeld ouder.
De bevolkingsgroei nam een grote vraag naar kleding en huishoud textiel met zich mee. Dit
zorgde dat er steeds meer goedkopere arbeiders beschikbaar waren. De uitvinding van
verschillende landbouwmachines en het invoeren van betere landbouwtechnieken hadden
ervoor gezorgd dat het werk op het land door veel minder mensen kon worden gedaan.
Daardoor trokken steeds meer mensen van het platteland naar de steden in de hoop dat ze
werk zouden vinden in de (textiel)fabrieken. In hoog tempo werden in de steden nieuwe
wijken gebouwd waar arbeiders met hun gezinnen konden wonen, liefst zo dicht mogelijk bij
de fabriek. Voor fabrikanten was de gezondheid van de arbeiders niet heel belangrijk, want
er waren zoveel mensen beschikbaar dat een zwakke of zieke arbeider zo vervangen kon
worden.
Grote fabrieken en nieuwe industriesteden werden veelal bij water gebouwd. Dit deden ze
omdat het gemakkelijk was om via het water grondstoffen, eindproducten en arbeiders te