Samenvatting geschiedenis D5+6 se-week 3 klas 5 Gymnasium Bernrode
Terreur en Terrorisme d5
Voorbeelden van terreur uit de geschiedenis:
Sicarii (dolkmannen) – joodse groep uit Palestina in 1 e eeuw na christus die zich verzette tegen
romeinse overheersing.
Ze pleegden moorden onder de joden die samenwerkten met de Romeinen; zo kweekten ze een
anti-romeinse stemming.
Arabisch islamitische rijk – meningsverschil tussen sjiïeten en soennieten over de opvolger van
Mohammed. De assassijnen mengen zich onder het gevolg van degenen die ze uit de weg wilde
ruimen en sloegen vervolgens op klaarlichte dag toe om de grootste paniek te veroorzaken.
Koninkrijk Engeland – protestantse reformatie zorgde voor woede bij katholieken. Met een
buskruitcomplot wilden ze een aanslag plegen onder het hoger huis met de bedoeling dat er een
volksopstand zou uitbreken, waardoor er een katholieke koning op de troon kon komen. De aanslag
werd ter nauwer nood verkomen.
Kenmerken terrorisme:
-heilige overtuiging (religieuze overtuiging )
-geen schijn van kans om op een andere manier iets te bereiken
-angst proberen te zaaien om het gedrag van een grote groep mensen te beïnvloeden (veel doden)
-doelen met een belangrijke symbolische waarde (machthebber)
-terroristen kiezen voor gebeurtenissen in het openbaar die veel aandacht trekken. (Aandacht
trekken vaak belangrijker dan het resultaat )
3 typen van terreur:
1. Onafhankelijk bestaan in het teken van een eigen godsdienst of cultuur.
2. De eigen leer willen opleggen aan anderen
3. Het vervangen van het gezag door ander gezag
Staatsterreur = onderdanen angst aanjagen om hen te doen gehoorzamen aan de politiek/leider
Niccolo Machiavelli= Italiaans politiek filosoof, die staatsterreur omschreef als een goede vorm om
burgers te laten gehoorzamen.
Maximillien de Robespierre = was tijdens de Franse revolutie voorstander van het uit de weg ruimen
van tegenstanders van de wil van het volk: datgene waar het volk het over eens was. Wie zich hier
tegen verzette moest het zwijgen worden opgelegd.
Saint-Just= revolutionair die zelfs vond dat onverschilligen en mensen die passief in de republiek
leefden en er niets voor deden ook gestraft moesten worden.
Latere regimes die het belang van het volk vertegenwoordigden en vele slachtoffers maakten:
-Russische revolutionaire leider Lenin
-zijn opvolger Stalin
-dictator Hitler, Mao (China) en ook minder bekende Pol Pot (Cambodja)
Anarchisme = ze zijn van mening dat staatsgezag altijd het doel heeft om de belangen van de rijke
bovenlaag te dienen en het arme volk te onderdrukken.
Omdat de arme laag onwetend is duurt het lang voordat deze mede in opstand zal komen, vandaar
Terreur en Terrorisme d5
Voorbeelden van terreur uit de geschiedenis:
Sicarii (dolkmannen) – joodse groep uit Palestina in 1 e eeuw na christus die zich verzette tegen
romeinse overheersing.
Ze pleegden moorden onder de joden die samenwerkten met de Romeinen; zo kweekten ze een
anti-romeinse stemming.
Arabisch islamitische rijk – meningsverschil tussen sjiïeten en soennieten over de opvolger van
Mohammed. De assassijnen mengen zich onder het gevolg van degenen die ze uit de weg wilde
ruimen en sloegen vervolgens op klaarlichte dag toe om de grootste paniek te veroorzaken.
Koninkrijk Engeland – protestantse reformatie zorgde voor woede bij katholieken. Met een
buskruitcomplot wilden ze een aanslag plegen onder het hoger huis met de bedoeling dat er een
volksopstand zou uitbreken, waardoor er een katholieke koning op de troon kon komen. De aanslag
werd ter nauwer nood verkomen.
Kenmerken terrorisme:
-heilige overtuiging (religieuze overtuiging )
-geen schijn van kans om op een andere manier iets te bereiken
-angst proberen te zaaien om het gedrag van een grote groep mensen te beïnvloeden (veel doden)
-doelen met een belangrijke symbolische waarde (machthebber)
-terroristen kiezen voor gebeurtenissen in het openbaar die veel aandacht trekken. (Aandacht
trekken vaak belangrijker dan het resultaat )
3 typen van terreur:
1. Onafhankelijk bestaan in het teken van een eigen godsdienst of cultuur.
2. De eigen leer willen opleggen aan anderen
3. Het vervangen van het gezag door ander gezag
Staatsterreur = onderdanen angst aanjagen om hen te doen gehoorzamen aan de politiek/leider
Niccolo Machiavelli= Italiaans politiek filosoof, die staatsterreur omschreef als een goede vorm om
burgers te laten gehoorzamen.
Maximillien de Robespierre = was tijdens de Franse revolutie voorstander van het uit de weg ruimen
van tegenstanders van de wil van het volk: datgene waar het volk het over eens was. Wie zich hier
tegen verzette moest het zwijgen worden opgelegd.
Saint-Just= revolutionair die zelfs vond dat onverschilligen en mensen die passief in de republiek
leefden en er niets voor deden ook gestraft moesten worden.
Latere regimes die het belang van het volk vertegenwoordigden en vele slachtoffers maakten:
-Russische revolutionaire leider Lenin
-zijn opvolger Stalin
-dictator Hitler, Mao (China) en ook minder bekende Pol Pot (Cambodja)
Anarchisme = ze zijn van mening dat staatsgezag altijd het doel heeft om de belangen van de rijke
bovenlaag te dienen en het arme volk te onderdrukken.
Omdat de arme laag onwetend is duurt het lang voordat deze mede in opstand zal komen, vandaar