D3 religie en samenleving
Religie is altijd belangrijk geweest voor verschillende samenlevingen in het verleden, ze uitten dit in
de vorm van tempels en in de middeleeuwen met kathedralen.
Techniek, prestige en kapitaal zijn voor moderne mensen net zo belangrijk als vroeger de goden in
oude culturen, dit uitten ze in de vorm van hoge gebouwen.
Religie en politiek waren in de oudheid nauw met elkaar verbonden, vaak had 1 persoon de leiding
over beiden.
Strijd tussen kerk en staat in de Middeleeuwen
Het Westen werd bestuurd door Duitse Keizers, zij stelden zelf bisschoppen aan. Die niet alleen een
geestelijke taak hadden, maar ook de verantwoordelijkheid voor het politieke bestuur van een deel
van het keizerrijk. Voordeel was dat zij geen nakomelingen mochten krijgen en daardoor geen eigen
rijkjes konden vormen. (Celibaat ; geen seks)
De paus was tevens de algemeen leider van de Christenen.
De investituurstrijd draaide om de vraag wie nu eigenlijk bisschoppen mocht benoemen; de keizer of
de paus?
Maar tevens ging het over de vraag wie nu opperste leider was van de christenen in het west-
romeinse rijk.
Door het concordaat van Worms werd de wereldlijke/politieke macht gescheiden van de
kerkelijke/geestelijke macht. Keizer; wereldlijke macht (niet-kerkelijk). Paus; geestelijke
De grote scheuring van de Reformatie
De kerk had veel rijkdom, bezittingen en grote landgoederen. Gelovigen schonken geld en goederen
aan de kerk als vergeving voor hun zonden (aflaat).
Luther scheidde zich af van de kerk omdat hij tegen de aflaatbrieven maar ook het hele gezag van de
kerk was.
Zijn volgelingen en andere hervormers zoals Calvijn, vormde de Protestantse kerk.
—> dit heet de reformatie.
Katholieke kerk —> de mens kan uit vrije wil besluiten om dingen te doen.
Protestantse kerk —> niets hangt af van de daden van de mens, god bepaalt alles.
Humanist Erasmus —> geloofde in god, maar had ook vertrouwen in de vrije wil van de mens. Hij
sloot zich niet aan bij de Reformatie.
Veel vorsten steunden de reformatie wel, zodat zij rijke landgoederen van de kerk in beslag konden
nemen. Zij voerden het protestantisme in, Europa raakte hierdoor verdeeld in Protestantse en
Katholieke gebieden.
Aanhangers van Calvijn vonden dat vorsten niet over hun godsdienst konden beslissen. Via
burgeroorlogen voerden zij een officiële openbare kerk in, maar andere religies werden niet
uitgebannen. Dit had ook de reden omdat Nederland vanwege de handel iedereen met welk geloof
dan ook welkom wilde heten.