Samenvatten se-1 klas 6 Nederlands
FUNCTIES VAN EEN TEKSTGEDEELTE
In elke examenopgave komen vragen voor naar de functie van een tekstgedeelte.
Het duidelijkste komt dat naar voren als ik een vraag hierover aanhaal.
Over een bepaalde alinea (uit het Examen 2002 I) wordt naar de functie gevraagd. Je moet in opgave
1 kiezen uit de volgende begrippen:
bewijs, constatering, gevolg, oorzaak, samenvatting, tegenwerping, toepassing, uitwerking,
voorbeeld, vraagstelling.
Nu, deze woorden zijn niet zo moeilijk, de meeste begrippen ken je wel. Bedenk dat bij een oorzaak
vaak het woord ‘waardoor’ voorkomt, terwijl een reden vaak wordt ingeleid met het woord
‘waarom’.
Maar er zijn meer van zulke woorden die je in andere vragen van dit type kunt tegenkomen. Enkele
van die woorden volgen hier met de betekenis erachter. Dat zijn woorden als: aanbeveling (er wordt
een advies gegeven), afweging (denken over het voor en tegen van iets), bewering ( een mening met
argumenten), hypothese (een nog niet bewezen veronderstelling), stelling ( dit komt heel dicht bij de
inhoud van het woord ‘bewering’), tegenwerping (een bezwaar tegen een eerder argument of
eerdere bewering of stelling), toepassing (uitleg over hoe een bepaalde theorie wordt toegepast,
weerlegging (het aantonen dat een bepaalde bewering niet juist is).
Probeer deze woorden met hun betekenis te onthouden.
In de examens VWO van de afgelopen jaren komen begrippen als tegenwerping, toepassing,
afweging en weerlegging vaak voor in vragen.
B. DE SAMENVATTING
Als de helft van de tijd om is, dus na ongeveer anderhalf uur, begin dan met de tweede opdracht, de
samenvatting.
Lees eerst de tekst aandachtig, voor dat lezen gelden dezelfde opmerkingen die hier eerder zijn
gemaakt over het lezen van de eerste tekst.
DE OPDRACHT
En nu is het zeer belangrijk dat je erg goed de opdracht leest.
De opdrachten zijn doorgenummerd en de samenvattingopdracht is dus de laatste genummerde
vraag van het examen Nederlands.
Je wordt gevraagd de tweede tekst samen te vatten in 180 woorden. In sommige jaren stelt men: in
200 woorden. Bekijk de opdracht dus heel goed. Zo was de opgave in het examen 2001 Herexamen
om een samenvatting van 150 woorden te schrijven, in latere examens was dit aantal 180 of soms
200 woorden.
Er is meer dat je aandacht vereist.
Er worden in de opdracht aandachtspunten genoemd. Die punten moeten in jouw samenvatting
worden opgenomen.
Het kunnen vijf, zes, soms zeven punten zijn.
De tekst die je krijgt is, evenals de eerste tekst, ongeveer 1200 woorden. Het is altijd een zakelijke
tekst. Een verhalende tekst is bij een samenvatting nooit aan de orde. Het kan een beschouwende
tekst, een betogende tekst of een combinatie daarvan zijn. Ook is het mogelijk dat de tekst voor een
deel uiteenzettend is.
Het beste kun je nu eens een paar van zulke teksten met opdrachten bekijken. Probeer ze echt eerst
zelf helemaal te maken voordat je het correctievoorschrift inkijkt!
FUNCTIES VAN EEN TEKSTGEDEELTE
In elke examenopgave komen vragen voor naar de functie van een tekstgedeelte.
Het duidelijkste komt dat naar voren als ik een vraag hierover aanhaal.
Over een bepaalde alinea (uit het Examen 2002 I) wordt naar de functie gevraagd. Je moet in opgave
1 kiezen uit de volgende begrippen:
bewijs, constatering, gevolg, oorzaak, samenvatting, tegenwerping, toepassing, uitwerking,
voorbeeld, vraagstelling.
Nu, deze woorden zijn niet zo moeilijk, de meeste begrippen ken je wel. Bedenk dat bij een oorzaak
vaak het woord ‘waardoor’ voorkomt, terwijl een reden vaak wordt ingeleid met het woord
‘waarom’.
Maar er zijn meer van zulke woorden die je in andere vragen van dit type kunt tegenkomen. Enkele
van die woorden volgen hier met de betekenis erachter. Dat zijn woorden als: aanbeveling (er wordt
een advies gegeven), afweging (denken over het voor en tegen van iets), bewering ( een mening met
argumenten), hypothese (een nog niet bewezen veronderstelling), stelling ( dit komt heel dicht bij de
inhoud van het woord ‘bewering’), tegenwerping (een bezwaar tegen een eerder argument of
eerdere bewering of stelling), toepassing (uitleg over hoe een bepaalde theorie wordt toegepast,
weerlegging (het aantonen dat een bepaalde bewering niet juist is).
Probeer deze woorden met hun betekenis te onthouden.
In de examens VWO van de afgelopen jaren komen begrippen als tegenwerping, toepassing,
afweging en weerlegging vaak voor in vragen.
B. DE SAMENVATTING
Als de helft van de tijd om is, dus na ongeveer anderhalf uur, begin dan met de tweede opdracht, de
samenvatting.
Lees eerst de tekst aandachtig, voor dat lezen gelden dezelfde opmerkingen die hier eerder zijn
gemaakt over het lezen van de eerste tekst.
DE OPDRACHT
En nu is het zeer belangrijk dat je erg goed de opdracht leest.
De opdrachten zijn doorgenummerd en de samenvattingopdracht is dus de laatste genummerde
vraag van het examen Nederlands.
Je wordt gevraagd de tweede tekst samen te vatten in 180 woorden. In sommige jaren stelt men: in
200 woorden. Bekijk de opdracht dus heel goed. Zo was de opgave in het examen 2001 Herexamen
om een samenvatting van 150 woorden te schrijven, in latere examens was dit aantal 180 of soms
200 woorden.
Er is meer dat je aandacht vereist.
Er worden in de opdracht aandachtspunten genoemd. Die punten moeten in jouw samenvatting
worden opgenomen.
Het kunnen vijf, zes, soms zeven punten zijn.
De tekst die je krijgt is, evenals de eerste tekst, ongeveer 1200 woorden. Het is altijd een zakelijke
tekst. Een verhalende tekst is bij een samenvatting nooit aan de orde. Het kan een beschouwende
tekst, een betogende tekst of een combinatie daarvan zijn. Ook is het mogelijk dat de tekst voor een
deel uiteenzettend is.
Het beste kun je nu eens een paar van zulke teksten met opdrachten bekijken. Probeer ze echt eerst
zelf helemaal te maken voordat je het correctievoorschrift inkijkt!