1800-1900
Moderne Tijd
Kenmerkende aspecten
9. De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een
industriële samenleving
10. Discussies over de ‘sociale kwestie’
11. De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
12. De opkomst van emancipatiebewegingen
13. Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen
en vrouwen aan het politiek proces
14. De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme,
nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme
1. De industriële revolutie die in de westerse wereld de
basis legde voor een industriële samenleving
Rond 1750 begint in Engeland de agrarische revolutie. Er komt grootschalige
landbouw door enclosures. Door meer voedsel en betere medische zorg, neemt de
bevolking toe. De mensen gaan zicht zetelen in de stad er ontstaat urbanisatie. de
prijzen van de huisnijverheid neemt af en hierdoor neemt het arbeidersloon ook af. Er
kwamen uitvindingen zoals de schietspoel, spinning jenny,
waterrad en de stoommachines. Doordat er steenkool schaars
was in Nederland, liep Nederland achter. De machines
werden te groot dus rijke mensen investeerde in fabrieken. Ze
waren een industriële kapitalist. Door de machines werden
de productie kosten lager en de productie sneller. De
industriële samenleving houd in dat mensen in steden
wonen en zich bezighouden in de diensten/ industriële sector.
Enclosures: gebieden die omheind zijn
Industriële kapitalist: winst met het maken en verkopen van industriële producten
2. Discussies over de ‘sociale kwestie’
De sociale kwestie is een gevolg van de industriële revolutie. De
sociale kwestie is eigenlijk het vraagstuk van de slechte leef en
werkomstandigheden, hoe verder? En wat is de rol van de overheid
hierin?
De mensen leefden in kleine onhygiënische huisjes waar ziektes zich
gauw verspreidde. Het alcohol gebruik (als je dit kon veroorloven)
leidde tot huiselijk geweld. Vrouwen die niet werkten raakten gauw in
de prostituee. Door het herrie in de fabriek kwam je niet tot rust. Tot
slot zijn er nog hele lage lonen, lange werkdagen en kinderarbeid. De
liberalen en socialisten hebben verschillende meningen.