Koop
De definitie van de koopovereenkomst staat in art. 7:1 BW. Het moet
hierbij gaan om een:
Zaak. Een zaak verwijst naar art. 3:2. Daarin is neergelegd dat een
zaak een stoffelijk voorwerp is dat voor menselijke beheersing
vatbaar is. Hier is echter een uitzondering op in art. 7:47, namelijk
dat de kooptitel ook geldt voor vermogensrechten.
o De Beeldbrigade/Hulskamp Uit het stelsel van de wet
volgt dat de aanschaf van standaardsoftware binnen het
bereik van een kooptitel kan vallen (7:47). Vereisten zijn dat:
De overeenkomst niet in tijdsduur is beperkt
Gebruik tegen betaling van een bepaald bedrag
geschiedt.
o Holle Bolle Gijs Beheer Over de vraag of goodwill een
vermogensrecht is in de zin van art. 7:47 heft de Hoge Raad
zich niet uitgelaten. Echter: ook indien goodwill zelf niet
aangemerkt kan worden als een zaak of een vermogensrecht,
staat dat aan toepassing van art. 7:17 niet in de weg. Eigenlijk
is aan de orde of de verkochte onderneming een bepaalde
eigenschap/kwaliteit al dan niet heeft.
De zaak is een essentialium. Als er geen zaak is of kan worden
bepaald, komt er geen koopovereenkomst tot stand. Het moet helder
en bepaalbaar zijn wat er moet worden geleverd. Het hoeft nog niet
specifiek bepaald te zijn.
Er moet een prijs in geld worden betaald. Een overeenkomst waarbij
partijen artikelen ruilen wordt niet als een koopovereenkomst
gekwalificeerd. De regels zijn echter krachtens art. 7:50 wel van
overeenkomstige toepassing op de ruilovereenkomst.
De koop komt tot stand door aanbod en aanvaarding (art. 6:217). Slechts
wanneer duidelijk is dat de aanbieder door de aanvaarding zonder enig
voorbehoud definitief gebonden wenst te raken, kan van een aanbod tot
koop worden gesproken. Soms wordt er over veel punten gediscussieerd:
dan is het moment van totstandkoming het moment dat partijen het eens
zijn over de essentiële punten zoals prijs en hoeveelheid. Als uit de
onderhandelingen lijkt dat prijs niet belangrijk is, omdat daar niet over
gesproken is, dan wordt dit niet als essentieel gezien en is het ook niet van
belang. Volgens art. 7:4 is dan een redelijke prijs verschuldigd.
Peters/Peters Art. 7:4 heeft een beperkte strekking. Het is alleen
van belang als partijen zich niet over de prijs hebben bekommerd.
Art. 7:4 vindt geen toepassing als partijen wel hebben onderhandeld
over de prijs, maar er niet uitgekomen zijn. Als partijen er wel over
hebben onderhandeld, maar ze zijn er niet uitgekomen, is er nog
geen overeenkomst tot stand gekomen. Dit omdat partijen het dan
dus niet eens zijn over de essentiële punten.
1
, Koop van onroerende zaken
Hier gelden speciale regelingen voor: 7:2, 7:8 en 7:3 BW. 7:8 en 7:2 gelden
speciaal voor de consumentenkoop van een onroerende zaak. De koop
moet ingevolge art. 7:2 schriftelijk worden aangegaan door een
opgemaakte akte. Dit geldt niet indien de overeenkomst wordt gesloten
door twee professionals. Totdat het schriftelijk is vastgelegd, mag zowel de
koper als de verkoper zich terugtrekken. Ook geldt er na ondertekening
van de akte nog een bedenktijd voor de koper (7:2 lid 2). Zelfs na deze
bedenktijd kan de koper nog ontbinden (6:22). Dit is als de koper zijn
financiering niet rond kan krijgen (ontbindende financieringsvoorwaarde).
Hij moet zich dan wel voldoende hebben ingespannen.
Cassatie in het belang der wet (7:2) Als partijen mondeling
overeenkomen een huis te verkopen en een van de partijen werkt
niet mee aan het opmaken en ondertekenen van de akte, mag de
andere partij, mits deze particulier is, zich erop beroepen dat de
mondelinge overeenkomst geen rechtsgevolg toekomt.
De eigendom gaat pas over op het moment van inschrijven. Dit is ook zo
bij niet-consumentenkoop. Om de eerste koper te beschermen tegen de
mogelijkheid dat in de tussenliggende periode van het sluiten van de
overeenkomst en de inschrijving, er aan koper II wordt verkocht is art. 7:3
door de wetgever opgenomen (Vormerkung). De koop kan dan worden
ingeschreven, en heeft dan een zakelijke werking. De bescherming uit lid 3
en 4 is limitatief. Dit is eigenlijk een doorbreking van het wettelijk beginsel
dat alle crediteuren gelijk zijn, omdat een crediteur hiermee bevoordeelt
wordt. Een oplossing voor de andere crediteuren is om derdenbeslag onder
de koper op de koopsom te leggen. De koper kan dan niet meer bevrijdend
betalen aan de verkoper.
HR: de voor de bescherming van het persoonlijk recht van de koper
noodzakelijk geachte zakelijke werking van de inschrijving van de
koop heeft de wetgever nauwkeurig omschreven door in 7:3 lid 3
precies te bepalen welke rechtsfeiten niet aan de koper kunnen
worden tegengeworpen. Tot die opsomming behoort niet het hier
aan de orde zijnde geval van een derdenbeslag onder de koper van
de koopsom. (Wel is hierover een wetsvoorstel ingediend wat er op
neer komt dat de koper bevrijdend kan betalen aan de notaris en
dat het beslag gaat rusten op het bedrag wat de notaris onder zich
heeft).
Verplichtingen verkoper
De verkoper heeft drie uit de wet voortvloeiende verplichtingen: de
verkochte zaak met toebehoren in eigendom over te dragen en af te
leveren. Tevens moet de zaak beantwoorden aan de overeenkomst.
1. Met toebehoren in eigendom overdragen
Onder toebehoren worden bijvoorbeeld verstaan de aankoopbewijzen en
gebruiksaanwijzingen. Zaken die niet zelfstandig zijn (zoals een
ingebouwde keuken) gaan van rechtswege mee (3:4). De zaak moet
worden overgedragen zonder rechtsgebreken (7:15), tenzij de koper ze
uitdrukkelijk heeft aanvaard. Het is dus niet voldoende of de koper hiervan
2