OPTOLINQ
Optometrie jaar 2 Blok D
Hogeschool Utrecht
, Tentamengame begrippen
Oogleden: de oogleden zijn 2 huidplooien die aan de voorkant van het oog bevinden. De oogleden
hebben 3 functies; stevigheid, beweeglijkheid en traanfilm fysiologie. In de oogleden zitten 3
belangrijke soorten klieren: klieren van moll (zweetklier), klieren van Zeis (talkgklier) en klieren van
meibom (talgklieren). Op het ooglid bevinden zich 2-4 rijen wimpers, die zorgen dat er geen
stofdeeltjes in het oogkomen.
Conjunctiva: de slijmvliesbekleding van de binnenzijde van de oogleden en van de buitenzijde van de
oogbol.
Conjunctiva bulbi slijmvlies over het oogwit
Conjunctiva palpebralis slijmvlies van het ooglid
Fornix = omslagplooi de overgang van oogwit en ooglid
Limbus: de overgang tussen de sclera en het cornea. De limbus bevat limbale stamcellen en heeft
een herstelfunctie (behoud van epitheel van cornea) en een barrièrefunctie (voorkomt dat
conjunctiva-cellen over de cornea gaan groeien).
Cornea: voorste laag van het oog. Het is doorzichtig en ongeveer een halve mm dik. De cornea
bestaat uit 5 lagen; epitheel, membraam van bowman, stroma, membraan van decement en
endotheel. Het bevat geen bloedvaten. Een dicht netwerk van zenuwvezels maakt de cornea erg
gevoelig. De belangrijkste functie van de cornea is het brekend vermogen.
Voorste oogkamer: ligt tussen de cornea en de iris. Deze ruimte is gevuld met kamerwater. Het
oogvocht wordt aangemaakt in het corpus Ciliaire en stroom vanuit de achterste oogkamer door de
pupil naar de voorste oogkamer.
Iris: bestaat uit 2 gepigmenteerde spieren, kringspier en radiaire spier, die hoeveelheid licht dat het
oog binnenkomt regelen.
Ooglens: een van de belangrijkste brekende systemen van het oog. De lens breekt ongeveer 20
dioptrie. De lens bestaat uit 7 lagen: anterior kapsel, subcapsulaire ruimte, anterior cortex, nucleus,
posterior cortex, subcapsulaire ruimte en posterior kapsel.
Corpus vitreum: glasachtig lichaam. Het is een bindweefselachtige structuur in het oog. Het heeft
een gel achtige structuur. En het volume bedraagt ongeveer 4 ml. Het bevindt zich in de achterste
oogkamer.
Choroidea: het vaatvlies. Het is een netwerk van bloedvaten dat het oog voedt. Het zorgt voor
aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen naar de staafjes en kegeltjes en voor afvoer van
afvalstoffen.
Retina: het netvlies is de binnenbekleding van het oog. Het is verdeeld in 10 (+RPE) afzonderlijke
lagen, en samengesteld uit fotoreceptoren, neuronen en steunweefsel. De macula en papil met de
daaruit komende bloedvaten zijn belangrijkste structuren.