Klinisch redeneren kennistoets 2.1
Klinisch redeneren: het nadenken over je professioneel handelen met betrekking tot
de patiënt.
Klinisch redeneren heeft als doel om klinische problemen systematisch te
verwoorden, te analyseren en op te lossen.
Klinisch redeneren is een complex proces met elementen die voor elke discipline, ongeacht
het gehanteerde model, gelijk zijn: de toepassing van (klinische) kennis, de rol van
cognitieve en metacognitieve vaardigheden en de contextafhankelijkheid. De fysiotherapeut
moet in staat zijn om op effectieve wijze denkvaardigheden – zoals analyseren,
hypothesevorming en besluitvorming, synthetiseren en evalueren van gegevens – te
gebruiken. En hij moet in staat zijn metacognitieve vaardigheden – zoals bewustzijn van het
denkproces, reflecteren, beschouwen en het ontwikkelen van (nieuwe) concepten – toe te
passen. Het stellen van de indicatie voor fysiotherapie, juiste diagnose en prognose en het
vakkundig behandelen en her evalueren van de patiënt is gebaseerd op dit denk- en
redeneerproces.
Classificatie:
De International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) is een
internationaal veelgebruikte classificatie om het menselijk functioneren te beschrijven in de
volgende domeinen:
het domein van het menselijke organisme (functies en anatomische eigenschappen)
het menselijk handelen (activiteiten)
de mens als deelnemer aan het maatschappelijke leven (participatie)
Daarnaast worden in de ICF persoonlijke en externe factoren (samen ook contextuele
factoren genoemd) beschreven, die van invloed kunnen zijn op de verschillende domeinen.
Het ICF is een classificatie om gezondheid en ziekte binnen verschillende domeinen
(functies en anatomische eigenschappen, activiteiten en participatie) in te delen.
Evidance-based practice:
Evidance-based practice (EBP) impliceert ‘het integreren van individuele klinische expertise
met het beste externe bewijsmateriaal dat vanuit systematisch onderzoek beschikbaar is. De
voorkeuren, wensen en verwachtingen van patiënten spelen bij de besluitvorming een
centrale rol.’ EBP stelt de patiënt centraal en staat een integratie voor van kennis uit
wetenschappelijk onderzoek en de ervaringsdeskundigheid van de zorgverlener, om in
samenspraak met de patiënt tot de beste zorg te komen. De ‘vierde dimensie’ van EBP is de
klinische expertise van de zorgverlener: het stellen van de indicatie voor fysiotherapie, juiste
diagnose en prognose en het vakkundig en wetenschappelijk onderbouwd behandelen en
her evalueren van de patiënt. EBP is een wezenlijk onderdeel van het denken en handelen
van de fysiotherapeut en is ook niet uit de opleiding tot fysiotherapeut weg te denken. Bij het
hanteren van de principes van de EBP gaat het om de beoordeling van de literatuur en
wetenschappelijke onderzoek, bij voorkeur gepubliceerd in peer reviewed tijdschriften, als
ook om het kennisnemen van de gepubliceerde mening van deskundigen.
Klinimetrie:
Klinimetrie is een methodologische discipline die zich bezighoudt met het meten van
klinische verschijnselen. De meetinstrumenten kunnen gebaseerd zijn op lichamelijk
onderzoek, zelfrapportage (vragenlijsten), functietests, laboratoriumbevindingen,
beeldvormende technieken enzovoort. Meetinstrumenten kunnen gebruikt worden om
bijvoorbeeld de kwaliteit en intensiteit van pijn, de mate van functionele beperkingen of de
algehele gezondheidsstatus te meten. Klinimetrie draagt bij aan het zichtbaar maken van de
uitkomsten van zorg en daardoor aan de transparantie van het zorgverleningsproces.
Klinisch redeneren: het nadenken over je professioneel handelen met betrekking tot
de patiënt.
Klinisch redeneren heeft als doel om klinische problemen systematisch te
verwoorden, te analyseren en op te lossen.
Klinisch redeneren is een complex proces met elementen die voor elke discipline, ongeacht
het gehanteerde model, gelijk zijn: de toepassing van (klinische) kennis, de rol van
cognitieve en metacognitieve vaardigheden en de contextafhankelijkheid. De fysiotherapeut
moet in staat zijn om op effectieve wijze denkvaardigheden – zoals analyseren,
hypothesevorming en besluitvorming, synthetiseren en evalueren van gegevens – te
gebruiken. En hij moet in staat zijn metacognitieve vaardigheden – zoals bewustzijn van het
denkproces, reflecteren, beschouwen en het ontwikkelen van (nieuwe) concepten – toe te
passen. Het stellen van de indicatie voor fysiotherapie, juiste diagnose en prognose en het
vakkundig behandelen en her evalueren van de patiënt is gebaseerd op dit denk- en
redeneerproces.
Classificatie:
De International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) is een
internationaal veelgebruikte classificatie om het menselijk functioneren te beschrijven in de
volgende domeinen:
het domein van het menselijke organisme (functies en anatomische eigenschappen)
het menselijk handelen (activiteiten)
de mens als deelnemer aan het maatschappelijke leven (participatie)
Daarnaast worden in de ICF persoonlijke en externe factoren (samen ook contextuele
factoren genoemd) beschreven, die van invloed kunnen zijn op de verschillende domeinen.
Het ICF is een classificatie om gezondheid en ziekte binnen verschillende domeinen
(functies en anatomische eigenschappen, activiteiten en participatie) in te delen.
Evidance-based practice:
Evidance-based practice (EBP) impliceert ‘het integreren van individuele klinische expertise
met het beste externe bewijsmateriaal dat vanuit systematisch onderzoek beschikbaar is. De
voorkeuren, wensen en verwachtingen van patiënten spelen bij de besluitvorming een
centrale rol.’ EBP stelt de patiënt centraal en staat een integratie voor van kennis uit
wetenschappelijk onderzoek en de ervaringsdeskundigheid van de zorgverlener, om in
samenspraak met de patiënt tot de beste zorg te komen. De ‘vierde dimensie’ van EBP is de
klinische expertise van de zorgverlener: het stellen van de indicatie voor fysiotherapie, juiste
diagnose en prognose en het vakkundig en wetenschappelijk onderbouwd behandelen en
her evalueren van de patiënt. EBP is een wezenlijk onderdeel van het denken en handelen
van de fysiotherapeut en is ook niet uit de opleiding tot fysiotherapeut weg te denken. Bij het
hanteren van de principes van de EBP gaat het om de beoordeling van de literatuur en
wetenschappelijke onderzoek, bij voorkeur gepubliceerd in peer reviewed tijdschriften, als
ook om het kennisnemen van de gepubliceerde mening van deskundigen.
Klinimetrie:
Klinimetrie is een methodologische discipline die zich bezighoudt met het meten van
klinische verschijnselen. De meetinstrumenten kunnen gebaseerd zijn op lichamelijk
onderzoek, zelfrapportage (vragenlijsten), functietests, laboratoriumbevindingen,
beeldvormende technieken enzovoort. Meetinstrumenten kunnen gebruikt worden om
bijvoorbeeld de kwaliteit en intensiteit van pijn, de mate van functionele beperkingen of de
algehele gezondheidsstatus te meten. Klinimetrie draagt bij aan het zichtbaar maken van de
uitkomsten van zorg en daardoor aan de transparantie van het zorgverleningsproces.