Samenvatting DCD
Zonder adequate behandeling ontgroeien veel van de kinderen met DCD hun motorische problemen
niet. Dit kan een groot effect hebben op de opvoeding en het sociaal-emotioneel functioneren. Er zijn
een aantal kinderen die spontaan verbeteren en andere niet, het is niet te voorspellen wie tot welke
categorie hoort. DCD komt gemiddeld 5-20% voor bij kinderen. Bij jongens komt DCD 2-7x meer voor
dan bij meisjes. Kinderen met DCD hebben een atypisch bewegingspatroon en een verminderde
motorische coördinatie.
De DSM-IV-criteria is een stappenplan dat DCD vast stelt.
- Criterium A: de totaalscore van de Movement ABC ligt op of beneden de standaardscore van
7, of de score op één van de drie clusters van de Movement ABC ligt op of beneden de
standaardscore van 5.
- Criterium B: Uit de hulpvraag blijkt dat de aandoening de schoolse prestaties of de algemene
dagelijkse activiteiten zichtbaar beïnvloedt. Motorische vragenlijsten worden gebruikt voor
aanvullende informatie. Hiervoor worden de DCD Questionnaire voor ouders en de checklist
van de Movement ABC genormeerd voor zowel ouders als leerkrachten. In Nederland mag
ook de Groninger Motoriek Observatieschaal voor leerkrachten gebruikt worden.
- Criterium C: De symptomen beginnen in de vroege ontwikkelingsperiode. De aandoening is
niet het gevolg van een medische conditie volgens de resultaten van een medisch-
neurologisch onderzoek. De diagnose kan alleen gesteld worden door een arts. Voorafgaand
aan de diagnose moet onderzoek plaatsvinden naar: Algemene lichamelijke conditie,
taal/spraak, intelligentie, gedrag en sociale omstandigheden.
- Criterium D: De problemen mogen niet verklaard worden door een verstandelijke beperking.
De diagnose wordt niet gesteld als het IQ op of beneden de 70 valt op een individueel
afgenomen, gestandaardiseerde intelligentietest.
Kenmerken van DCD komen tot uiting op stoornis-/functieniveau en op
activiteiten-/participatieniveau. Kinderen met DCD ervaren problemen met hun balans en
sensorische informatie zoals visuele en tactiele informatie. Uit RCT’s blijkt dat kinderen met DCD
minder fit zijn dan hun leeftijdsgenootjes en dit verschil lijkt groter te worden naarmate de kinderen
ouder worden.
Veelvoorkomende motorische problemen bij kinderen met DCD zijn het schrijven en fijn motorische
taken als kralen rijgen, knoopjes dichtmaken en munten in een spaarpot doen. Maar ook het vangen
van een bal, fietsen en het handhaven van evenwicht kunnen moeilijk zijn. Ook vallen kinderen met
DCD gemiddeld vaker. De problemen lijken niet te verklaren uit, lage intelligentie, neurologische
stoornissen, familie achtergrond of inadequate scholing.
Secundaire problematiek bij kinderen met DCD: laag zelfbeeld, verkeerde attributie stijl, faalangst,
depressiviteit, clown gedrag, teruggetrokken of agressief gedrag en obesitas.
Co-morbiditeit bij kinderen met DCD: ADHD, leerstoornissen, dyslexie, AS/PDD-NOS
- Uit onderzoek blijkt dat 60% van de kinderen met DCD leesproblemen heeft.
- Uit onderzoek blijkt dat 35% van de kinderen met DCD psychopathologie vertoont.
- Uit onderzoek blijkt dat 40-60% van de kinderen met DCD aandacht problematiek ervaart.
- Uit onderzoek blijkt dat 47% van de kinderen met DCD 5 of meer symptomen van ADHD
vertoont, waarbij 19% voldeed aan de criteria voor ADHD.
Alleen kinderen met ernstige DCD blijken bij het verlaten van de basisschool nog problemen te
ervaren.
Zonder adequate behandeling ontgroeien veel van de kinderen met DCD hun motorische problemen
niet. Dit kan een groot effect hebben op de opvoeding en het sociaal-emotioneel functioneren. Er zijn
een aantal kinderen die spontaan verbeteren en andere niet, het is niet te voorspellen wie tot welke
categorie hoort. DCD komt gemiddeld 5-20% voor bij kinderen. Bij jongens komt DCD 2-7x meer voor
dan bij meisjes. Kinderen met DCD hebben een atypisch bewegingspatroon en een verminderde
motorische coördinatie.
De DSM-IV-criteria is een stappenplan dat DCD vast stelt.
- Criterium A: de totaalscore van de Movement ABC ligt op of beneden de standaardscore van
7, of de score op één van de drie clusters van de Movement ABC ligt op of beneden de
standaardscore van 5.
- Criterium B: Uit de hulpvraag blijkt dat de aandoening de schoolse prestaties of de algemene
dagelijkse activiteiten zichtbaar beïnvloedt. Motorische vragenlijsten worden gebruikt voor
aanvullende informatie. Hiervoor worden de DCD Questionnaire voor ouders en de checklist
van de Movement ABC genormeerd voor zowel ouders als leerkrachten. In Nederland mag
ook de Groninger Motoriek Observatieschaal voor leerkrachten gebruikt worden.
- Criterium C: De symptomen beginnen in de vroege ontwikkelingsperiode. De aandoening is
niet het gevolg van een medische conditie volgens de resultaten van een medisch-
neurologisch onderzoek. De diagnose kan alleen gesteld worden door een arts. Voorafgaand
aan de diagnose moet onderzoek plaatsvinden naar: Algemene lichamelijke conditie,
taal/spraak, intelligentie, gedrag en sociale omstandigheden.
- Criterium D: De problemen mogen niet verklaard worden door een verstandelijke beperking.
De diagnose wordt niet gesteld als het IQ op of beneden de 70 valt op een individueel
afgenomen, gestandaardiseerde intelligentietest.
Kenmerken van DCD komen tot uiting op stoornis-/functieniveau en op
activiteiten-/participatieniveau. Kinderen met DCD ervaren problemen met hun balans en
sensorische informatie zoals visuele en tactiele informatie. Uit RCT’s blijkt dat kinderen met DCD
minder fit zijn dan hun leeftijdsgenootjes en dit verschil lijkt groter te worden naarmate de kinderen
ouder worden.
Veelvoorkomende motorische problemen bij kinderen met DCD zijn het schrijven en fijn motorische
taken als kralen rijgen, knoopjes dichtmaken en munten in een spaarpot doen. Maar ook het vangen
van een bal, fietsen en het handhaven van evenwicht kunnen moeilijk zijn. Ook vallen kinderen met
DCD gemiddeld vaker. De problemen lijken niet te verklaren uit, lage intelligentie, neurologische
stoornissen, familie achtergrond of inadequate scholing.
Secundaire problematiek bij kinderen met DCD: laag zelfbeeld, verkeerde attributie stijl, faalangst,
depressiviteit, clown gedrag, teruggetrokken of agressief gedrag en obesitas.
Co-morbiditeit bij kinderen met DCD: ADHD, leerstoornissen, dyslexie, AS/PDD-NOS
- Uit onderzoek blijkt dat 60% van de kinderen met DCD leesproblemen heeft.
- Uit onderzoek blijkt dat 35% van de kinderen met DCD psychopathologie vertoont.
- Uit onderzoek blijkt dat 40-60% van de kinderen met DCD aandacht problematiek ervaart.
- Uit onderzoek blijkt dat 47% van de kinderen met DCD 5 of meer symptomen van ADHD
vertoont, waarbij 19% voldeed aan de criteria voor ADHD.
Alleen kinderen met ernstige DCD blijken bij het verlaten van de basisschool nog problemen te
ervaren.