LEERJAAR 1 BLOK 1
2020/2021
,Inhoudsopgave
Werkcollege 2: Inleiding en de Nederlandse staat.................................................................................2
Werkcollege 3: Grondrechten................................................................................................................6
Werkcollege 4: Regering en parlement..................................................................................................9
Werkcollege 5: Wetgeving....................................................................................................................12
Werkcollege 6: Decentralisatie.............................................................................................................14
1
, Werkcollege 1; deze is niet plaatsgevonden vanwege aanpassing rooster.
Werkcollege 2: Inleiding en de Nederlandse staat
Onderwerp: Inleiding
Lesstof: Hoofdstuk 1 en 3
Open vragen
1. In de Grondwet komen woorden voor die van belang zijn voor de staatsinrichting van
Nederland. Zoek op in welke artikelen van de Grondwet de volgende woorden voorkomen en geef
aan wat die woorden betekenen:
a. De regering: (art.42 lid 1 Gw) orgaan van de staatkundige organisatie. De regering heeft de
bevoegdheid om de wetgeving tot uitvoering te brengen binnen de grenzen van het grondgebied
waarover ze die bevoegdheid heeft. Bestaat uit de koning en minister.
b. De ministerraad: beraadslaagt en besluit over het algemeen regeringsbeleid en bevordert de
eenheid van dat beleid.
c. De minister-president: is voorzitter van de ministerraad. Hoofd van de regering. Beschikt
over uitvoerende macht.
d. De Staten-Generaal: vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk. Bestaat uit de eerste
en tweede kamer.
e. Rechterlijke macht: artikel 112 / macht waaraan de rechtspraak is opgedragen. De wet regelt
het toezicht door leden van de rechterlijke macht met rechtspraak belast uit te oefenen op de
ambtsvervulling door zodanige leden en door de personen bedoeld in het vorige lid.
f. Gemeenteraad : art.125 lid 1 groep gekozen volksvertegenwoordigers binnen een gemeente.
Dit orgaan controleert het dagelijkse bestuur.
2. Zoek de Wet op de parlementaire enquête 2008 op in de wettenbundel en beantwoord de
volgende vragen:
a. Geef aan wat de citeertitel van deze wet is en in welk wetsartikel je dat kunt vinden.
- art. 48 WPE 2008. Deze wet wordt aangehaald als de wet op de parlementaire enquête,
met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.
b. Citeer die gedeeltes van de wet waarin de aanhef en de considerans tot uiting komen.
- Aanhef: “Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van oranje
Nassau, enz, enz, enz. Considerans: Zo is het, dat Wij, de raad van state gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
c. Uit welke wetsartikelen bestaat het corpus van de regeling?
- Artikel 1 t/m 48
2