STAATSTRECHT
LEERJAAR 1 BLOK 1
Begrippenlijst + uitleg over bepaalde stukken die je moet kennen voor het
tentamen. De begrippenlijst is aan de hand van de lesweken opgesteld! Ook is
elke hoofdstuk dat je moet kennen, samengevat.
,Inhoudsopgave
Week 1...................................................................................................................................................2
Hoofdstuk 1............................................................................................................................................2
Hoofdstuk 3 De organisatie van de Nederlandse staat en het koninkrijk...............................................6
Samenvatting hoofdstuk 3..................................................................................................................8
Hoofdstuk 2 Grondrechten...................................................................................................................10
Samenvatting hoofdstuk 2................................................................................................................12
Hoofdstuk 4 regering en parlement.....................................................................................................13
Samenvatting hoofdstuk 4................................................................................................................16
Week 5 wet en regelgeving..................................................................................................................18
Samenvatting hoofdstuk 5................................................................................................................19
Hoofdstuk 7..........................................................................................................................................23
Samenvatting hoofdstuk 7................................................................................................................24
1
, Week 1
1. Nationaal recht = privaatrecht en publiekrecht.
2. Privaatrecht = personen en familierecht, vermogensrecht. Onderlinge
verhouding tussen burgers.
3. Publiekrecht = staatsrecht, strafrecht, bestuursrecht. Verhouding tussen
burgers en overheid.
Hoofdstuk 1
1. Gemeenschap = groep mensen die een gemeenschap vormen omdat ze
daarin geboren zijn (zogeheten afstamming). Of op eigenverzoek de
nationaliteit van de staat hebben gekregen.
2. Grondgebied = Het grondgebied van een staat, het territorium, kent grenzen
die soms na talloze oorlogen tot stand zijn gekomen en in een verdrag met
buurlanden zijn vastgelegd.
3. Gezag = de staat heeft exclusieve zeggenschap op en over zijn gehele
grondgebied. Het hoogste gezag van de staat is gericht op het scheppen en
handhaven van de orde en recht.
4. Geweldsmonopolie = alleen het hoogste gezag mag geweld gebruiken. De
politie is een voorbeeld.
5. Algemeen belang = datgene wat in het belang is van de meeste burgers en
van de staat als geheel.
6. Bestuursrecht = rechtsgebied dat de manier regelt waarop de staat wordt
bestuurd.
7. Burgerlijk recht = rechtsgebied dat de rechtsverhoudingen tussen (rechts)
personen regelt.
8. Constitutie = Staatsregeling, al dan niet verdeeld over meerdere
rechtsbronnen.
9. Derde generatie = In Nederland geboren kind van niet Nederlandse ouders
die in het koninkrijk zijn geboren.
10.Diplomatieke bescherming = bescherming van de eigen staat in het
buitenland.
11.Exterritoriale werking = Werking buiten de landsgrenzen van een staat.
12.Gemeenschapsonderdaan = burger van een lidstaat van de Europese unie.
13.Gewoonterecht = recht dat is gebaseerd op een bepaald gebruik, dat een
zekere zin voortduurt en waarvan men vindt dat het juridisch gezien zo hoort.
2