Week 2
Onderwerp: Inleiding hypotheek, vestigingsvereisten, de inschrijving en rangordeproblemen
Literatuur: Pitlo H 14.5 nrs. 838 t/m 861
Arresten: Wever/Aruba Bank NV
Voorbereiding Hoorcollege week 2
Hypotheek
Strekt tot verhaal met voorrang op het verbonden goed wanneer de schuldenaar zijn
verplichting niet nakomt ex 3:227 lid 1
Voor hypotheek vatbare goederen ex 3:228 jo. 3:227: alle registergoederen onder de
voorwaarde dat het registergoed overdraagbaar is.
Vestigingsvereisten ex 3:98 jo. 3:84 lid 1: 3:260 lid 1 bevat een lex specialis voor de wijze van
het vestigen van het recht van hypotheek. Lid 4 bepaalt dat voor het overige de algemene
voorschriften voor het vestigen van beperkte rechten op registergoederen ook op de
vestiging van hypotheek van toepassing zijn.
NB. Eisen zijn constitutief
DUS: ex 3:260 lid 4 jo. 3:98 jo. 3:84 lid 1
- Levering (de in 3:260 lid 1 voorgeschreven vestigingshandeling; vestiging geschied bij een
tussen partijen opgemaakte notariële akte gevolgd door inschrijving ervan in de daartoe
bestemde openbare registers*)
- Geldige titel
- Beschikkingsbevoegd (is pas ten tijde van de inschrijving van de hypotheekakte vereist)
*notariële akte van vestiging ex 3:260 = hypotheekakte.
- Sanctie van het niet in acht nemen van de notariële vorm heeft nietigheid van de
hypotheek tot gevolg ex 3:39.
- Tevens dienen zowel de hypotheekgever- als houder vermeld te worden in de akte en
beiden dienen het ondertekend te hebben op straffe van mislukking van vestiging
- Ook dient uit de akte te blijken dat het tot verlening van hypotheek strekt (24 lid 2 sub b
Kadw)
- Daarbij dient het te verhypothekeren registergoed in de akte voldoende bepaald te zijn
(= specialiteitseis, 20 lid 1 Kadw = bij afwijken feitelijke omschrijving en kadastrale
aanduiding prevaleert de feitelijke omschrijving als weergave van de wil van de partijen)
- Bedrag vermelden waarvoor hypotheek wordt verleend ex 3:260 lid 1 derde zin/24 lid 2
Kadw (Gaat de vordering van de schuldeiser namelijk het in de akte genoemde bedrag te
boven, dan kan hij als hypotheekhouder slechts tot het in de hypotheekakte benoemde
maximumbedrag met voorrang op de executieopbrengst verhalen. Voor het overige
heeft de schuldeiser niet meer dan een concurrente vordering die hij uitsluitend langs de
normale regels kan verhalen)
- Pas met de inschrijving is de vestigingshandeling voltooid ex 3:260 lid 1 jo. 3:16 (Als
tijdstip van de inschrijving telt het tijdstip van aanbieding ex 3:19 lid 2. Tijdstip van
inschrijving bepaalt dan ook de onderlinge rangorde van de verschillende inschrijvingen,
TENZIJ uit de wet een andere rangorde voortvloeit ex 3:21 lid 1)
Hypotheekgever en schuldenaar hoeven niet dezelfde persoon te zijn, dan is er
derdenhypotheek
Onderwerp: Inleiding hypotheek, vestigingsvereisten, de inschrijving en rangordeproblemen
Literatuur: Pitlo H 14.5 nrs. 838 t/m 861
Arresten: Wever/Aruba Bank NV
Voorbereiding Hoorcollege week 2
Hypotheek
Strekt tot verhaal met voorrang op het verbonden goed wanneer de schuldenaar zijn
verplichting niet nakomt ex 3:227 lid 1
Voor hypotheek vatbare goederen ex 3:228 jo. 3:227: alle registergoederen onder de
voorwaarde dat het registergoed overdraagbaar is.
Vestigingsvereisten ex 3:98 jo. 3:84 lid 1: 3:260 lid 1 bevat een lex specialis voor de wijze van
het vestigen van het recht van hypotheek. Lid 4 bepaalt dat voor het overige de algemene
voorschriften voor het vestigen van beperkte rechten op registergoederen ook op de
vestiging van hypotheek van toepassing zijn.
NB. Eisen zijn constitutief
DUS: ex 3:260 lid 4 jo. 3:98 jo. 3:84 lid 1
- Levering (de in 3:260 lid 1 voorgeschreven vestigingshandeling; vestiging geschied bij een
tussen partijen opgemaakte notariële akte gevolgd door inschrijving ervan in de daartoe
bestemde openbare registers*)
- Geldige titel
- Beschikkingsbevoegd (is pas ten tijde van de inschrijving van de hypotheekakte vereist)
*notariële akte van vestiging ex 3:260 = hypotheekakte.
- Sanctie van het niet in acht nemen van de notariële vorm heeft nietigheid van de
hypotheek tot gevolg ex 3:39.
- Tevens dienen zowel de hypotheekgever- als houder vermeld te worden in de akte en
beiden dienen het ondertekend te hebben op straffe van mislukking van vestiging
- Ook dient uit de akte te blijken dat het tot verlening van hypotheek strekt (24 lid 2 sub b
Kadw)
- Daarbij dient het te verhypothekeren registergoed in de akte voldoende bepaald te zijn
(= specialiteitseis, 20 lid 1 Kadw = bij afwijken feitelijke omschrijving en kadastrale
aanduiding prevaleert de feitelijke omschrijving als weergave van de wil van de partijen)
- Bedrag vermelden waarvoor hypotheek wordt verleend ex 3:260 lid 1 derde zin/24 lid 2
Kadw (Gaat de vordering van de schuldeiser namelijk het in de akte genoemde bedrag te
boven, dan kan hij als hypotheekhouder slechts tot het in de hypotheekakte benoemde
maximumbedrag met voorrang op de executieopbrengst verhalen. Voor het overige
heeft de schuldeiser niet meer dan een concurrente vordering die hij uitsluitend langs de
normale regels kan verhalen)
- Pas met de inschrijving is de vestigingshandeling voltooid ex 3:260 lid 1 jo. 3:16 (Als
tijdstip van de inschrijving telt het tijdstip van aanbieding ex 3:19 lid 2. Tijdstip van
inschrijving bepaalt dan ook de onderlinge rangorde van de verschillende inschrijvingen,
TENZIJ uit de wet een andere rangorde voortvloeit ex 3:21 lid 1)
Hypotheekgever en schuldenaar hoeven niet dezelfde persoon te zijn, dan is er
derdenhypotheek