College 6
In volgorde klein naar groot:
Cellen (kleinste eenheid, verschillende typen cellen, stofwisseling om cel in leven te houden
etc)
Weefsels (groep gelijksoortige cellen met een gemeenschappelijke functie)
Organen (groep weefsels met een gemeenschappelijke functie)
Orgaanstelsel (meerdere organen die met elkaar samenwerken)
Organisme (wij)
Hoe ziet een cel eruit?
Celmembraan -> vorig college
Cytoplasma -> waterige oplossing met opgeloste stoffen, waar alle organellen in ‘dobberen’:
Water (75%)
Zouten
Eiwitten
Koolhydraten
Vetten
Kern (nucleus) -> regelcentrum van de cel
Grootste organel van de cel
Bevat DNA en mRNA
Bevat kernmembraan -> poriën voor RNA
Celorganellen:
Nucleus -> kern
Endoplasmatisch reticulum (met daarop ribosomen)
Ruw Endoplasmatisch reticulum (RER)
Functie: Eiwitsynthese, transport
Ruw omdat er veel ribosomen op zitten
Glad Endoplasmatisch reticulum (SER)
Synthese van lipiden
In de lever: afbraak van giftige stoffen zoals drugs/ alcohol/ medicatie
Membranensysteem van platte holten, blaasjes en verbindingsbuisjes
Golgi- apparaat/complex (GA)
‘stapeltje holle cellen’
Producten ER (eiwitten en lipiden) omzetten in (Polysacchariden en glycoproteïnen)
en verder vervoeren in blaasjes (vesicles)
Lysosomen
, Afbreken van grote moleculen, celresten en bacteriën in kleinere moleculen
Membranen fuseren met elkaar van endocytose en lysosoom, dus inhoud komt
samen
Lage Ph waarde (+/- 4)
Mitochondriën
Energieleverancier van de cel
Aerobe verbranding
Vorming van ATP
Veel filmpjes hierover te bekijken vanuit de pp college 6
1 = celkern
2 = kernmembraan
3 = ribosoom
4 = vesicles
5 = RER
6 = golgi apparaat
8 = SER
9 = mitochondriën
10 = lysosomen
Rest hoeven we niet te kennen
Celdeling in 4 fases:
(Alles is al dubbel door vorige fases interfase etc hoeven we niet te kennen, alleen de
delingsfase globaal)
- Profase: Kernmembraan verdwijnt, centraallichaampjes gaan paarsgewijs naar de
polen.
- Metafase: Spoelfiguur ontstaat, rangschikken chromosomen, hechting aan
centromeren.
- Anafase: Deling centromeren en chromatiden komen los van elkaar te liggen.
- Telofase: Verdwijnen spoelfiguur, nieuw kernmembraan en verschijnen nucleolus.
2 soorten celdood:
Apoptose (cel gaat dood na zijn functie voldaan te hebben, bijv rode bloedcel na 3
mnd, wordt vervangen)
Necrose (cel gaat dood eerder dood dan gepland als gevolg van beschadiging, bijv
virus etc)
Weefsels -> bestaat uit de cellen en het interstitium dus het spul tussen de cellen.
In volgorde klein naar groot:
Cellen (kleinste eenheid, verschillende typen cellen, stofwisseling om cel in leven te houden
etc)
Weefsels (groep gelijksoortige cellen met een gemeenschappelijke functie)
Organen (groep weefsels met een gemeenschappelijke functie)
Orgaanstelsel (meerdere organen die met elkaar samenwerken)
Organisme (wij)
Hoe ziet een cel eruit?
Celmembraan -> vorig college
Cytoplasma -> waterige oplossing met opgeloste stoffen, waar alle organellen in ‘dobberen’:
Water (75%)
Zouten
Eiwitten
Koolhydraten
Vetten
Kern (nucleus) -> regelcentrum van de cel
Grootste organel van de cel
Bevat DNA en mRNA
Bevat kernmembraan -> poriën voor RNA
Celorganellen:
Nucleus -> kern
Endoplasmatisch reticulum (met daarop ribosomen)
Ruw Endoplasmatisch reticulum (RER)
Functie: Eiwitsynthese, transport
Ruw omdat er veel ribosomen op zitten
Glad Endoplasmatisch reticulum (SER)
Synthese van lipiden
In de lever: afbraak van giftige stoffen zoals drugs/ alcohol/ medicatie
Membranensysteem van platte holten, blaasjes en verbindingsbuisjes
Golgi- apparaat/complex (GA)
‘stapeltje holle cellen’
Producten ER (eiwitten en lipiden) omzetten in (Polysacchariden en glycoproteïnen)
en verder vervoeren in blaasjes (vesicles)
Lysosomen
, Afbreken van grote moleculen, celresten en bacteriën in kleinere moleculen
Membranen fuseren met elkaar van endocytose en lysosoom, dus inhoud komt
samen
Lage Ph waarde (+/- 4)
Mitochondriën
Energieleverancier van de cel
Aerobe verbranding
Vorming van ATP
Veel filmpjes hierover te bekijken vanuit de pp college 6
1 = celkern
2 = kernmembraan
3 = ribosoom
4 = vesicles
5 = RER
6 = golgi apparaat
8 = SER
9 = mitochondriën
10 = lysosomen
Rest hoeven we niet te kennen
Celdeling in 4 fases:
(Alles is al dubbel door vorige fases interfase etc hoeven we niet te kennen, alleen de
delingsfase globaal)
- Profase: Kernmembraan verdwijnt, centraallichaampjes gaan paarsgewijs naar de
polen.
- Metafase: Spoelfiguur ontstaat, rangschikken chromosomen, hechting aan
centromeren.
- Anafase: Deling centromeren en chromatiden komen los van elkaar te liggen.
- Telofase: Verdwijnen spoelfiguur, nieuw kernmembraan en verschijnen nucleolus.
2 soorten celdood:
Apoptose (cel gaat dood na zijn functie voldaan te hebben, bijv rode bloedcel na 3
mnd, wordt vervangen)
Necrose (cel gaat dood eerder dood dan gepland als gevolg van beschadiging, bijv
virus etc)
Weefsels -> bestaat uit de cellen en het interstitium dus het spul tussen de cellen.