Week 2
Onderwerp: Verticale natrekking en horizontale natrekking, grenzen van een onroerende
zaak/kabels/leidingen
Literatuur: Pitlo H 10.3
Arresten: Kabelarrest
Voorbereiding hoorcollege week 2
Eigendom
Niet onbeperkt: rekening houden met rechten van anderen/wettelijke
beperkingen/ongeschreven recht
Kenmerken: volledigste recht/nooit dochterrecht/bevoegdheden eigenaar vormen
eenheid/absoluut karakter/droit de suite
Bevoegdheid tot vrij gebruik is een exclusieve bevoegdheid. Uitzondering hier op is dat het
NIET geldt voor niet-afgesloten erven (5:22 en 5:23)
Vergunning is GEEN vrijbrief, want je kan een ander alsnog in zijn eigendomsgebruik
belemmeren.
Misbruik eigendomsrecht ex 3:13
Gebruikmaking van je eigendom is in beginsel geoorloofd, maar onder bepaalde
omstandigheden NIET.
Omstandigheden zijn: het gebruiken van je bevoegdheid voor een ander doel dan waartoe
die verleend is/handelen met bedoeling om de ander te benadelen zonder dat men daar zelf
een redelijk belang bij heeft/te grote onevenredigheid tussen het persoonlijk belang dat men
dient en het belang van de ander dat men schaadt.
Eigendom van onroerende zaken
Eigendom van grond: middels kadastrale indeling kunnen de opgedeelde stukken voorwerp
van afzonderlijke eigendom zijn. De grondeigenaar is in beginsel ook altijd eigenaar van de
gebouwen, bomen en planten op zijn grond ex 5:20. In de grond begraven roerende zaken
vallen er NIET onder de natrekking, net zoals grondwater. Deze is res nullius tot het aan de
oppervlakte is gekomen ex 5:20 sub c en dan is de grondeigenaar ook daar eigenaar van. Ook
is de grondeigenaar GEEN eigenaar van de onder zijn grond doorschietende kelder van het
buurpand ex 5:20 sub e slot.
NB. Grondeigenaar heeft NIET alles onder de oppervlakte in eigendom, maar hoeft niet
bemoeienissen van derden te ondergaan ex 5:21, want hij heeft exclusieve gebruiksrecht van
de ruimte onder het oppervlakte
Verticale natrekking: degene die dergelijk bouwwerk op andermans grond heeft gezet met
eigen materialen heeft GEEN goederenrechtelijke aanspraken op dat bouwwerk, hoogstens
een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking (6:212) tegen de eigenaar of een
retentierecht (3:285 jo. 3:290)
Grens tussen erven: wordt vermoed samen te vallen met het midden van de afscheiding ex
5:36. Wordt dit vermoeden NIET weerlegd, dan is de vaste afscheiding mandelig. Dit houdt in
dat het mede-eigendom is van de erf-eigenaren (5:62) en dan hebben partijen ten aanzien
van de vloeibare afscheiding dezelfde rechten en verplichtingen als mede-eigenaren (5:59)
Onderwerp: Verticale natrekking en horizontale natrekking, grenzen van een onroerende
zaak/kabels/leidingen
Literatuur: Pitlo H 10.3
Arresten: Kabelarrest
Voorbereiding hoorcollege week 2
Eigendom
Niet onbeperkt: rekening houden met rechten van anderen/wettelijke
beperkingen/ongeschreven recht
Kenmerken: volledigste recht/nooit dochterrecht/bevoegdheden eigenaar vormen
eenheid/absoluut karakter/droit de suite
Bevoegdheid tot vrij gebruik is een exclusieve bevoegdheid. Uitzondering hier op is dat het
NIET geldt voor niet-afgesloten erven (5:22 en 5:23)
Vergunning is GEEN vrijbrief, want je kan een ander alsnog in zijn eigendomsgebruik
belemmeren.
Misbruik eigendomsrecht ex 3:13
Gebruikmaking van je eigendom is in beginsel geoorloofd, maar onder bepaalde
omstandigheden NIET.
Omstandigheden zijn: het gebruiken van je bevoegdheid voor een ander doel dan waartoe
die verleend is/handelen met bedoeling om de ander te benadelen zonder dat men daar zelf
een redelijk belang bij heeft/te grote onevenredigheid tussen het persoonlijk belang dat men
dient en het belang van de ander dat men schaadt.
Eigendom van onroerende zaken
Eigendom van grond: middels kadastrale indeling kunnen de opgedeelde stukken voorwerp
van afzonderlijke eigendom zijn. De grondeigenaar is in beginsel ook altijd eigenaar van de
gebouwen, bomen en planten op zijn grond ex 5:20. In de grond begraven roerende zaken
vallen er NIET onder de natrekking, net zoals grondwater. Deze is res nullius tot het aan de
oppervlakte is gekomen ex 5:20 sub c en dan is de grondeigenaar ook daar eigenaar van. Ook
is de grondeigenaar GEEN eigenaar van de onder zijn grond doorschietende kelder van het
buurpand ex 5:20 sub e slot.
NB. Grondeigenaar heeft NIET alles onder de oppervlakte in eigendom, maar hoeft niet
bemoeienissen van derden te ondergaan ex 5:21, want hij heeft exclusieve gebruiksrecht van
de ruimte onder het oppervlakte
Verticale natrekking: degene die dergelijk bouwwerk op andermans grond heeft gezet met
eigen materialen heeft GEEN goederenrechtelijke aanspraken op dat bouwwerk, hoogstens
een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking (6:212) tegen de eigenaar of een
retentierecht (3:285 jo. 3:290)
Grens tussen erven: wordt vermoed samen te vallen met het midden van de afscheiding ex
5:36. Wordt dit vermoeden NIET weerlegd, dan is de vaste afscheiding mandelig. Dit houdt in
dat het mede-eigendom is van de erf-eigenaren (5:62) en dan hebben partijen ten aanzien
van de vloeibare afscheiding dezelfde rechten en verplichtingen als mede-eigenaren (5:59)