0.2
Onze keuzes hangen samen met het idee van het goede leven. Het goede leven is
verschillend voor iedereen.
Wat is vrijheid en een goed leven?
Algemeen, vaak een basisvoorwaarde, en dus een essentieel onderdeel van het goede
leven: vrijheid om zelf keuzes te maken. Wie niet vrij is, kan ook niet echt gelukkig zijn.
Wat is vrijheid en een goed leven?
Kritiek op vrijheid die de vrije markt bied:
- Gewone consumenten zijn slaven van de consumptiemaatschappij
- Het doet menselijke vrijheid en geluk
Bij Aristoteles, goede leven: Het gaat vooral om het totale leven dat iemand leeft als persoon
samen met anderen.
Wat is geslaagd, wat is succes?
Centrale vraag: Wat is het goede leven en brengt de vrije markt, als een kerndomein
van de moderne samenleving, ons daar dichterbij of voert ze ons er juist vandaan?
En, als de huidige vrije markt en het goede leven niet altijd samen opgaan, hoe
kunnen we dan inzichten ontwikkelen die hen wel meer op een lijn brengen?
Historische filosofie
Systematische filosofie
Uitgangspunt boek: Het goede leven is niet denkbaar.
H1. De vrije markt en het goede leven in meervoud: vijf dimensies
1.1
Eindterm 4:
De mens is het wezen dat zich tot zichzelf verhoudt
o Zich tot zichzelf-in-de-wereld verhoudt
o We zijn in staat tot reflectie
Oftewel, de mens is in staat naar zichzelf te kijken in relatie tot onze omstandigheden,
doelen te stellen, onszelf te evalueren zelfreflectie.
Cassirer: De mens verhoudt zich tot zichzelf door middel van zich uit te drukken in
tekens, symbolen en taal mens is een symboliserend dier. Dat is het verschil met
mens en dier. Een mens kan zich uitdrukken door symbolen, een dier niet.
Mens tot zichzelf verhouden:
- Voordelen = symboolvorming
Nadelen = het kan een last zijn. Soms zou men wel eens niet hoeven na te denken.
Nietzsche: de mens is een ziek dier.
Nietzsche had moeite met het gedeelde, gemeenschappelijke karakter en de moraal.
Een gedeeld moraal vond hij voor een kudde, een grote massa.
De Ubermensch schept zijn eigen waarden = de mens die waarlijk vrij en creatief is,
vooral bij eigen ideeën over goed en kwaad. Hij is individualist.
,Nietzsche is nu nog steeds een inspiratiebron voor mensen. Men heeft steeds meer het
gevoel dat hun leven een individueel project is. Iets dat ze zelf moeten ondernemen dit
kan tot veel onzekerheden leiden.
In de filosofie, over het goede leven, gaat het niet om piekmomenten van plezier, maar om
langdurig levenspatroon dat door iemand bewust is gekozen en ontwikkeld.
1.2
Vrije markt = specifieke manier waarop de uitwisseling van kapitaal, goederen en diensten
tussen mensen, bedrijven, organisaties en landen wordt georganiseerd.
Echte betekenis: De vrije markt is het wereldwijde systeem waarin ondernemingen en
privépersonen goederen en diensten kunnen ontwikkelen en aanbieden aan elkaar. Daarbij
kunnen ze vrije keuzes maken en beschikken zij over productiemiddelen, koopkracht en
rationaliteit zodat zij tot onderlinge transacties kunnen komen, waarbij de prijs primair wordt
bepaald door de verhouding van vraag en aanbod.
Homo economicus het mensbeeld van de vrije markt
= Het rationele en puur op eigenbelang gerichte individu dat zich weldijverend met anderen
op de markt manifesteert.
- Consumenten
- Producenten
- Financiers
Hoe kijken we naar het succes van landen? de economische status/ BNP. Hier kwam
kritiek op aangezien dit alleen maar op economisch gebied is. Er werd heel weinig gekeken
naar hoe ontwikkeld een land is.
Martha Nussbaum: we moeten kijken naar iets heel anders: leven naar zeggenschap.
Capability approach = maatstaf om te kijken naar hoe succesvol een land is.
De capability approach gaat ervan uit dat het mens-zijn zelf een aantal potenties
heeft. Het is een lijst met capabilities, vermogens, waar mensen over beschikken en
waarvoor ze de ruimte moeten krijgen als ze het goede leven willen realiseren.
Elke goede samenleving geeft op elk van deze punten een basaal minimum. Het is
dan aan de mensen zelf om te kiezen of ze daar gebruik van maken.
Ze komt met een lijst met capabilities waarover mensen beschikken en waarvoor ze
ruimte moeten krijgen om tot bloei te komen.
Een goede samenleving geeft op elk van deze punten een bepaald minimum, er mag
niks van deze onderdrukt worden. Het is dan vervolgens aan de mensen zelf welke
ze belangrijker vinden.
Kritiek:
- De lijst is erg gekleurd door een typisch westers ideaal niet erg realistisch ideaal.
- Het goede leven bevat ook zaken die we niet kunnen kiezen, er zijn een aantal
dingen die ons leven mede bepalen. we kunnen het goede leven niet alleen
bekijken in capaciteiten, want ons bestaan is ook gebonden aan diverse condities die
met het bestaan meekomen.
5 dimensies van het menselijke bestaan waarin het goede leven gestalte dient te krijgen.
deze dimensies kiezen we niet.
1. Relaties met medemensen
2. Instituties
3. Het lichaam
, 4. De natuur
5. De geestelijke/ zin
Nieuwe centrale vraag: In hoeverre kan de vrije markt, zoals die in de moderne tijd is
opgekomen en ingericht, bijdragen dan wel afbreuk doen aan het goede leven met de
dimensies van relaties, instituties, het lichaam, de natuur en de zinervaring?
H2. Plato en Aristoteles over het goede leven
2.1
Contrastbron = andere culturen kunnen zowel een inspiratiebron zijn, maar ze kunnen ook zo
anders zijn dat we die culturen niet kunnen overnemen. culturen die ons vreemd zijn,
maar ons ook hebben beïnvloedt.
1. Het oude Athene
2. Christendom
2.2: Situatie in het oude Griekenland en Athene
Aristocratische samenleving:
- Aderlijke families hadden veel rechten
- Soort democratie: veel mannen die meevochten in het leger, werden regelmatig
geraadpleegd voor belangrijke militaire beslissingen. Ze hadden iets van recht van
spreken.
- Er was een democratie, maar eigenlijk ook niet echt. Ongeveer maar 10% had
volwaardig burgerschap.
- Athene was heel erg machtig waardoor er chaos ontstond.
Verder niet echt democratie:
1. Adel
2. Vrije mannen
3. Boeren/ werklui
4. Vrouwen
5. Slaven
Er was een steady state economy = de economie was niet gericht op groei/uitbreiding, maar
op voldoende produceren voor de staat.
Goede leven beschrijven voor een aristocratische griek: niet groei maar stabiliteit.
De stabiliteit kwam steeds meer onder druk te staan. Athene werd te machtig,
waardoor er chaos ontstond. Athene werd rijk, over de rug van anderen en
ontwikkelden zich tot een imperium.
Ondertussen gaat Socrates het gesprek met medeburgers aan.
Socrates + Plato + Hegel Wat is nu echt het goede leven, anders dan aanzien, acht, korte
termijn succes en winzicht over de rug van anderen?
2.3
Eindterm 6
Plato’s antwoord op ondergang Athene:
Oorzaak: er was onmatigheid, eigendunk, geldzucht en eigenbelang. Er was totaal geen
samenlevingsgevoel meer, iedereen werd individueel. Het gevoel van aretè – gevoel van
waardigheid en edelheid – is verloren.
Oplossing: Zoek een oplossing op het niveau van de samenleving als geheel. Samenleving
zo inrichten dat het nooit meer mis kan gaan. De aretè moet tot bloei kunnen komen.
Volgens Plato moet de staat zo ingericht worden als hoe de menselijke ziel/geest in elkaar zit
(rechtvaardigheid):
, 1. Vegetatief = verlangend deel = zwart paard verstandigheid streven naar
onsterfelijkheid de boeren
2. Thymotisch = eergevoelig = wit paard = moed streven naar onsterfelijkheid
strijders – wachters
3. Denkend = schouwend = menner = matigheid tonen om vereerd te worden na
dood Koning-filosofen
Ideale staat Plato:
- Alles is gericht op stabiliteit
- Geen privébezit
- Geen familiebanden
- Kinderen worden collectief opgevoed
Hierarchie:
1. Koning-filosofen (menner) toonbeeld goede leven. Ze beschikken over aretè -
deugd, voortreffelijkheid. Leidinggevenden.
2. Wachters/ strijders (Witte paarden)
3. Ambachtslieden/ boeren (zwarte paarden)
De Koning-filosofen moesten het toonbeeld geven van het goede leven, en dus beschikken
over deugd: Kardinale/centrale deugden:
1. Matigheid – Vegetatief – Zwarte paard – Boeren
2. Dapperheid/ moed – Thymotisch – Witte paard - Strijders
3. Bedachtzaamheid – Denkend – Menner - Filosofen
4. Rechtvaardigheid – De staat zelf
Door deze koning-filosofen kan de samenleving weer goed komen. voorkomen dat de
stad ontspoort.
Ook moet voorkomen worden dat de markt en handel niet zijn stabiliteit verliest.
Individuele vrijheid heeft geen plaats meer
Plato’s idee van samenleving was een utopie geworden = ideale samenleving. De ideeën
leken op papier heel goed, alleen ging het in de praktijk heel slecht.
Centrale vraag: Kan een samenleving zo georganiseerd worden dat het altijd allemaal
helemaal goed komt? Of offer je dan te veel vrijheid van de mensen op?
- Plato’s reactie op neergang: Athene is ten onder gegaan aan onmatigheid,
eigendunk, geldzucht. De burgers hebben het besef van een waardig, deugdzaam
leven verloren.
- Hiërarchische orde in samenleving is afspiegeling van de menselijke ziel. Koning-
filosofen (matigheid), Wachters/strijders (Moed),
Ambachtslieden/boeren(verstandigheid)
- Ideale staat utopie streven naar een samenleving waar altijd alles goed gaat.
Dystopie Plato wilde de hemel op aarde. Popper is meer van mensen leven, en
maken fouten en kunnen hier vervolgens weer van leren in een democratie kan dit.
Bij een open samenleving is geen sprake van een dominant idee dat verwerkelijkt
moet worden en dus alleen maar fout kan gaan.
2.4
Aristoteles: Er bestaat niet 1 vast recept voor een goede staat.
Een democratie is een slechte zaak volgens hem, omdat de mening van iedereen geldt, in
plaats van het verstandige inzicht van de deugdelijke elite.
Gegeven is een bepaalde orde. Hoe kunnen mensen goed zijn in die orde? Dit
betreft het menselijke geluk. Waarin ligt dan het menselijke geluk volgens hem?
Wat typerend is voor de mens: zooion logon echon = dier dat rede heeft. Door rede
kan een mens handelen en nadenken.