Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Hoorcollege Internationaal privaatrecht

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
14
Geüpload op
14-06-2022
Geschreven in
2021/2022

Hoorcollege Internationaal privaatrecht

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Week 6: Rechtspersonenrecht



Onderwerpen

Aspecten internationaal rechtspersonenrecht (bevoegdheid, toepasselijk recht).



Te bestuderen stof



Literatuur:

• Strikwerda/Schaafsma, nrs. 254-257.

• R.B. van Hees, ‘Boek 10 BW, Titel 8 (Corporaties), art. 10 :117-124 BW’, WPNR nr. 6847 (2010), p.
493-498 (Brightspace).

 Titel 8 (art. 10:117-124 BW) bevat de conflictenrechtelijke bepalingen omtrent corporaties
 Definities ex 10:117 BW:
1. Het begrip corporatie is blijkens de memorie van toelichting een ruim uit te leggen
verzamelbegrip voor naar buiten optredende lichamen en samenwerkingsverbanden die
door het recht als zodanig worden erkend. Rechtspersoonlijkheid is niet vereist.
Voldoende is dat een vennootschap die geen rechtspersoon is, als zelfstandige eenheid
naar buiten optreedt. Het behoeft daarbij niet te gaan om een economische of
bedrijfsmatige zelfstandigheid.
2. Functionaris: “hij die, zonder orgaan te zijn, krachtens het op de corporatie toepasselijke
recht en haar statuten of samenwerkingsovereenkomst bevoegd is deze te
vertegenwoordigen”. Gedacht kan worden aan een gedelegeerd commissaris of een
procuratiehouder die zijn bevoegdheid aan de statuten ontleent. Voor alle duidelijkheid:
niet binnen deze omschrijving vallen derhalve personen die hun bevoegdheid tot
vertegenwoordiging ontlenen aan een individuele volmacht
 In het Nederlandse recht geldt het incorporatiestelsel, op grond waarvan een corporatie
beheerst wordt door het recht van de staat naar welks recht zij is opgericht. Hier tegenover
staat het stelsel van de werkelijke zetel, waarin - de naam zegt het al - ter bepaling van het
recht dat van toepassing is op de corporatie wordt uitgegaan van het recht van de staat waar
de corporatie haar werkelijke zetel heeft. Art. 10:118 BW belichaamt het in Nederland als
aanknopingspunt gehanteerde incorporatiestelsel
 Art. 10:121 BW is een uitzondering op de hiervoor uiteengezette hoofdregel dat het
incorporatierecht van toepassing is op de corporatie
 De onderwerpen die beheerst worden door het recht dat op grond van art. 10:118 BW op de
corporatie van toepassing is, worden opgesomd in art. 10:119 BW.
 Een voorovereenkomst tot oprichting wordt echter beheerst door het recht dat wordt
aangewezen door het EVO, dan wel, indien die overeenkomst is gesloten op of na 17
december 2009, door de Rome I-verordening.
 Ten aanzien van de vraag in hoeverre jegens derden door de corporatie een beroep kan
worden gedaan op de onbevoegdheid van haar orgaan of functionaris, geldt de in art. 10:11
lid 2 BW neergelegde Lizardi-regel. Deze regel biedt bescherming aan de wederpartij van een
persoon die zich erop beroept dat hij naar zijn nationale recht handelingsonbevoegd is,

, terwijl hij naar het recht van het land waar hij handelt, wél bevoegd is om de betreffende
handeling(en) te verrichten. Die bescherming bestaat echter niet indien de wederpartij wist
of behoorde te weten dat die persoon onbevoegd was naar het nationale recht van
laatstgenoemde. Art. 10:11 lid 2 BW verwijst naar art. 13 Rome I-verordening. Deze regel was
ook al gecodificeerd in art. 11 EVO. Ofschoon de Lizardi-regel beperkt is tot natuurlijke
personen, is het van overeenkomstige toepassing op rechtspersonen.
 Door de (statutaire) zetel van een corporatie te verplaatsen van de ene staat naar de andere
kan - onder omstandigheden - een wijziging van het op de corporatie toepasselijke recht
plaatsvinden zonder onderbreking van rechtspersoonlijkheid (re-incorporatie). De corporatie
wisselt dan in feite van nationaliteit. Onderscheid moet worden gemaakt tussen een
dergelijke zetelverplaatsing mét en de verplaatsing van de zetel zónder wijziging van het
recht dat van toepassing is op de corporatie.
 Het Hof van Justitie EG heeft in het Cartesio-arrest18 - kort gezegd - overwogen dat de art.
43 en 48 EG (thans na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon: art. 49 en 54
VWEU) zich niet verzetten tegen een regeling van een lidstaat die verhindert dat een
krachtens zijn nationale recht opgerichte vennootschap haar zetel verplaatst naar een
andere lidstaat met behoud van rechtspersoonlijkheid naar het oorspronkelijke recht. Het
belemmeren van een grensoverschrijdende zetelverplaatsing mét wijziging van het op de
vennootschap toepasselijke recht is daarentegen wel een op grond van art. 43 EG (art. 49
VWEU) verboden beperking van de vrijheid van vestiging
 Art. 10:120 BW is de opvolger van art. 4 WCC en regelt ten eerste de erkenning van het
voortbestaan van een corporatie in het geval de corporatie haar statutaire zetel verplaatst
naar een ander land. Ik benadruk dat de regeling alleen ziet op zetelverplaatsingen waarbij
Nederland niet de staat van ontvangst of van vertrek is.
 Als hoofdregel geldt dat vanaf het moment van zetelverplaatsing het recht van de staat van
ontvangst van toepassing is op de in art. 10:119 BW genoemde onderwerpen. Dat lijdt echter
uitzondering indien het recht van die staat voorschrijft dat het recht van de staat van vertrek
van toepassing blijft. Het voortbestaan van de corporatie die haar statutaire zetel
grensoverschrijdend heeft verplaatst als rechtspersoon wordt naar Nederlands recht erkend,
mits zowel de staat van vertrek als de staat van ontvangst het voortbestaan van de
corporatie als rechtspersoon erkennen. Daarvoor geldt als peildatum het tijdstip van de
zetelverplaatsing
 Aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen bij faillissement (art. 10:121 BW). Art.
10:121 BW geldt dus niet voor (personen die vallen binnen het bredere begrip)
functionarissen, doch uitsluitend voor bestuurders, commissarissen en lokale managers.
 Het recht dat van toepassing is op de corporatie, is ten gevolge van deze bepaling niet van
toepassing op de hier bedoelde aansprakelijkheid. Volgens de heersende leer zal de rechter
bij de beoordeling van de vraag of de in art. 10:121 BW genoemde personen op basis van het
bepaalde in de art. 2:138/149 BW aansprakelijk zijn, echter wel rekening moeten houden
met de in het incorporatierecht levende opvattingen omtrent de (on)behoorlijke
taakvervulling van het bestuur
 Doel of werkzaamheid corporatie in strijd met openbare orde/van rechtswege verboden
corporaties (art. 10:122-123 BW). Op grond van art. 10:122 BW kan het openbaar ministerie
de Rechtbank Utrecht vragen voor recht te verklaren dat het doel of de werkzaamheid van
een corporatie in strijd is met de (Nederlandse) openbare orde als bedoeld in art. 2:20 BW.
Van strijd met de openbare orde als bedoeld in art. 2:20 BW is slechts sprake in geval van
handelingen die inbreuk maken op de algemeen aanvaarde grondvesten van ons
rechtsstelsel. Het gaat dan om handelingen die, indien op grote schaal toegepast, een

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
14 juni 2022
Aantal pagina's
14
Geschreven in
2021/2022
Type
College aantekeningen
Docent(en)
X
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

$4.18
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Notarieelrechtenstudent Universiteit Leiden
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
44
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
20
Documenten
107
Laatst verkocht
11 maanden geleden
Notarieel recht - bachelor jaar 3 en master

Bekijk vooral eens mijn gemaakte bundels!

3.5

4 beoordelingen

5
0
4
3
3
0
2
1
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen