Pathologie review 1.0
Les 1 Het maagdarmkanaal (H19 Rubin)
❖ In de mondholte begint vertering, wat dan via de
esophagus (slokdarm) de maag binnendringt,
dunne darm, dikke darm en uiteindelijk het anale
kanaal
❖ Dit kan alleen plaatsvinden doordat de organen
eromheen bepaalde enzymen uitscheiden,
waardoor de vertering op gang komt
❖ Serosa/adventitia (buiten) → spierlaag
(longitudinaal (buiten) en circulaire (binnen)) →
submucosa → muscularis mucosa → epithelium
laag
❖ In de submucosa bevinden zich de bloedvaten, dit
is belangrijk om te weten omdat als bijvoorbeeld
tumorcellen in de submucosa zit kan het zich
metastaseren = verspreiden
❖ Als je buiten de buikholte zit, noem je het adventitia
terwijl als je binnen de buikholte zit, noem je het
serosa
❖ Als er bij de rand van het diafragma een bochtje afwezig is krijg je
reflux = het terugstromen van maagzuur in de mondholte of in de
slokdarm waardoor je irritatie krijgt
❖ Diafragma is de rand wat de borstholte scheidt van het buikholte
❖ Als de doorgang te groot is krijg je een uitstulping van de maag
richting de borstholte wat afgeklemd kan worden = hernia → kan
op allerlei plekken plaatsvinden
❖ Wanneer je reflux hebt, past het epitheel zich aan om zich te
beschermen tegen dit zuur → krijg je barrett esophagus, een
metaplastisch epitheel
, ❖ Ook kun je heel veel bloedvaten krijgen → spataderen, dit zijn vergrootte aderen
door overdruk van het lever, dus overdruk van de bloedvaten
❖ Spataderen = (esophagus) varices
❖ Esophagitis is een ontsteking van de esophagus door reflux → wat leidt tot
metaplasie, dus barrett esophagus
❖ Vernauwing = strictuur
❖ Afklemming = hernia
❖ Verbindweefseling = scleroderma
❖ Uitbochting = diverticulum
❖ Als er een opening is tussen twee gebieden = fistul
** ken deze termen**
❖ Wanneer er teveel
aanpassingen zijn
van het epitheel,
kan het leiden tot
een tumor
❖ Er zijn dan weinig
bloedvaten en het
weefsel is heel wit
→ abnormaal
❖ De cellen zijn
onrustig, de kernen
en cytoplasma
hebben rare
vormen = irregulair
, ❖ De maag heeft verschillende gebieden
❖ Het bochtje bij de ingang van de maag heet
het cardia
❖ De fundus is de bovenkant van de maag, hier
is de pH wat hoger dan in de rest van de
maag en de rest is het corpus → dus e.g.
bacteriën emigreren zich naar de fundus
omdat ze niet kunnen overleven
❖ Net voor het sluit portier (pylorus), heb je
antrum → eten kan pas door de pylorus als je
bij de antrum zuur is en daarbuiten basisch is
(door klieren van Brunner)
❖ Dit is belangrijk voor diagnostiek, zodat je ook
meteen de lokalisatie weet
❖ Als je een rustige maag hebt heeft het een roze kleur, maar als geïrriteerd is door
e.g. roken en drinken krijg je ontsteking van de maag → erosieve gastritis
❖ Je hebt dan een gestresst beeld en toename van maagzuur, waardoor je een
maagzweer kan krijgen → het epitheel van de maag kan dat niet meer aan
waardoor het maagzuur zich doorheen kan branden waardoor het zuur door het
epitheel gaat
❖ Dus je krijgt gaten in het epitheel = perforatie door stress of een bacterie
❖ Helicobacter pylori nestelt zich aan de oppervlak van de maag waardoor je veel
stress krijgt → die stimuleer gastritis doordat het stofjes uitscheidt wat leidt tot
meer zoutzuur in de maag, waardoor je een gastritis krijgt, dit kan weer leiden tot
een zweer (ulcer)
Les 1 Het maagdarmkanaal (H19 Rubin)
❖ In de mondholte begint vertering, wat dan via de
esophagus (slokdarm) de maag binnendringt,
dunne darm, dikke darm en uiteindelijk het anale
kanaal
❖ Dit kan alleen plaatsvinden doordat de organen
eromheen bepaalde enzymen uitscheiden,
waardoor de vertering op gang komt
❖ Serosa/adventitia (buiten) → spierlaag
(longitudinaal (buiten) en circulaire (binnen)) →
submucosa → muscularis mucosa → epithelium
laag
❖ In de submucosa bevinden zich de bloedvaten, dit
is belangrijk om te weten omdat als bijvoorbeeld
tumorcellen in de submucosa zit kan het zich
metastaseren = verspreiden
❖ Als je buiten de buikholte zit, noem je het adventitia
terwijl als je binnen de buikholte zit, noem je het
serosa
❖ Als er bij de rand van het diafragma een bochtje afwezig is krijg je
reflux = het terugstromen van maagzuur in de mondholte of in de
slokdarm waardoor je irritatie krijgt
❖ Diafragma is de rand wat de borstholte scheidt van het buikholte
❖ Als de doorgang te groot is krijg je een uitstulping van de maag
richting de borstholte wat afgeklemd kan worden = hernia → kan
op allerlei plekken plaatsvinden
❖ Wanneer je reflux hebt, past het epitheel zich aan om zich te
beschermen tegen dit zuur → krijg je barrett esophagus, een
metaplastisch epitheel
, ❖ Ook kun je heel veel bloedvaten krijgen → spataderen, dit zijn vergrootte aderen
door overdruk van het lever, dus overdruk van de bloedvaten
❖ Spataderen = (esophagus) varices
❖ Esophagitis is een ontsteking van de esophagus door reflux → wat leidt tot
metaplasie, dus barrett esophagus
❖ Vernauwing = strictuur
❖ Afklemming = hernia
❖ Verbindweefseling = scleroderma
❖ Uitbochting = diverticulum
❖ Als er een opening is tussen twee gebieden = fistul
** ken deze termen**
❖ Wanneer er teveel
aanpassingen zijn
van het epitheel,
kan het leiden tot
een tumor
❖ Er zijn dan weinig
bloedvaten en het
weefsel is heel wit
→ abnormaal
❖ De cellen zijn
onrustig, de kernen
en cytoplasma
hebben rare
vormen = irregulair
, ❖ De maag heeft verschillende gebieden
❖ Het bochtje bij de ingang van de maag heet
het cardia
❖ De fundus is de bovenkant van de maag, hier
is de pH wat hoger dan in de rest van de
maag en de rest is het corpus → dus e.g.
bacteriën emigreren zich naar de fundus
omdat ze niet kunnen overleven
❖ Net voor het sluit portier (pylorus), heb je
antrum → eten kan pas door de pylorus als je
bij de antrum zuur is en daarbuiten basisch is
(door klieren van Brunner)
❖ Dit is belangrijk voor diagnostiek, zodat je ook
meteen de lokalisatie weet
❖ Als je een rustige maag hebt heeft het een roze kleur, maar als geïrriteerd is door
e.g. roken en drinken krijg je ontsteking van de maag → erosieve gastritis
❖ Je hebt dan een gestresst beeld en toename van maagzuur, waardoor je een
maagzweer kan krijgen → het epitheel van de maag kan dat niet meer aan
waardoor het maagzuur zich doorheen kan branden waardoor het zuur door het
epitheel gaat
❖ Dus je krijgt gaten in het epitheel = perforatie door stress of een bacterie
❖ Helicobacter pylori nestelt zich aan de oppervlak van de maag waardoor je veel
stress krijgt → die stimuleer gastritis doordat het stofjes uitscheidt wat leidt tot
meer zoutzuur in de maag, waardoor je een gastritis krijgt, dit kan weer leiden tot
een zweer (ulcer)