Hoorcollege 3: Onderzoek en behandeling CNA
Centraal neurologische aandoening: alles wat met centraal zenuwstelsel te maken heeft.
Onderverdeeld in deze 4:
- Cortex laesies
- Ruggenmerg
- Basale kernen
- Cerebellum laesies
Meestal ernstige consequentie, centraal zenuwstelsel stuurt erg veel aan. Impact op lijf en
functioneren is heel groot, en niet alleen motorisch. Goed en gericht onderzoek is dus heel
belangrijk.
Klinische redeneren
Altijd rode vlaggen aanwezig in DTF. Want er is sprake van neurologisch letsel. Dus ze komen eigenlijk
altijd via verwijzing. Dus doel is niet om een diagnose te stellen, maar te helpen bij hulpvraag?
Er is ook zoveel te zien bij iemand met CNA, hoe structureer je dit. Anatomisch substraat is dus
eigenlijk aan de hand.
Doel dit blok:
Gestructureerd leren observeren, onderzoeksplan leren opstellen en uitvoeren. FT diagnose
formuleren, behandelplan opstellen en uitvoeren middels de juisten middelen/methoden Bij CNA
patiënten in een extramurale setting.
1. Anamnese (wat) & Observatie (hoe)
a. Introductie
b. Reden van komst NB. Bij CNA vrijwel altijd verwijzing
c. Hulpvraag verhelderen:
LOFTIG
NB. Bij CNA: activiteit staat centraal (persoon/omgeving/taak)
Taak: open/gesloten, discreet/serieel/continu, cognitief/motorisch,
manipulatief/locomotorisch, statisch/dynamisch, vrijheidsgraden, taakeisen
Persoon: fysiek GME’s/capaciteit,
cognitie overtuiging, motivatie,
inzicht, (leer)capaciteit,
(leer/coping-)stijl, emotie gevoel
voor/van beweging en
bewegingssituatie
Omgeving: materiaal
statisch/dynamisch, sociaal
d. CEGS Heel erg belangrijk
, CASUS SCHALWIJK
Hulpvraag: weer gaan zitten op de lage/zachte bank
Persoon: 5 maand na cortex laesie rechts. Weinig inzicht in ziekte, enigszins impulsief
Taak: Gesloten keten, dynamische activiteit.
Omgeving: Lage zachte zitting, ondergrond is wel stevig. Man wil ondersteunen maar weet niet hoe
Hoe – Observatie
Hulpmiddel: Model Gentile & hedman
- Kenmerken Gentile (pt-omg)
- Situatie en voorbereiding
- Welke deelbewegingen zie je?
- Zijn er opvallende uiterlijke kenmerken?
Centraal neurologische aandoening: alles wat met centraal zenuwstelsel te maken heeft.
Onderverdeeld in deze 4:
- Cortex laesies
- Ruggenmerg
- Basale kernen
- Cerebellum laesies
Meestal ernstige consequentie, centraal zenuwstelsel stuurt erg veel aan. Impact op lijf en
functioneren is heel groot, en niet alleen motorisch. Goed en gericht onderzoek is dus heel
belangrijk.
Klinische redeneren
Altijd rode vlaggen aanwezig in DTF. Want er is sprake van neurologisch letsel. Dus ze komen eigenlijk
altijd via verwijzing. Dus doel is niet om een diagnose te stellen, maar te helpen bij hulpvraag?
Er is ook zoveel te zien bij iemand met CNA, hoe structureer je dit. Anatomisch substraat is dus
eigenlijk aan de hand.
Doel dit blok:
Gestructureerd leren observeren, onderzoeksplan leren opstellen en uitvoeren. FT diagnose
formuleren, behandelplan opstellen en uitvoeren middels de juisten middelen/methoden Bij CNA
patiënten in een extramurale setting.
1. Anamnese (wat) & Observatie (hoe)
a. Introductie
b. Reden van komst NB. Bij CNA vrijwel altijd verwijzing
c. Hulpvraag verhelderen:
LOFTIG
NB. Bij CNA: activiteit staat centraal (persoon/omgeving/taak)
Taak: open/gesloten, discreet/serieel/continu, cognitief/motorisch,
manipulatief/locomotorisch, statisch/dynamisch, vrijheidsgraden, taakeisen
Persoon: fysiek GME’s/capaciteit,
cognitie overtuiging, motivatie,
inzicht, (leer)capaciteit,
(leer/coping-)stijl, emotie gevoel
voor/van beweging en
bewegingssituatie
Omgeving: materiaal
statisch/dynamisch, sociaal
d. CEGS Heel erg belangrijk
, CASUS SCHALWIJK
Hulpvraag: weer gaan zitten op de lage/zachte bank
Persoon: 5 maand na cortex laesie rechts. Weinig inzicht in ziekte, enigszins impulsief
Taak: Gesloten keten, dynamische activiteit.
Omgeving: Lage zachte zitting, ondergrond is wel stevig. Man wil ondersteunen maar weet niet hoe
Hoe – Observatie
Hulpmiddel: Model Gentile & hedman
- Kenmerken Gentile (pt-omg)
- Situatie en voorbereiding
- Welke deelbewegingen zie je?
- Zijn er opvallende uiterlijke kenmerken?