Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting PO 6 Anatomie, Fysiologie en Pathologie

Beoordeling
-
Verkocht
4
Pagina's
59
Geüpload op
02-11-2015
Geschreven in
2014/2015

Deze samenvatting omvat alle colleges en zelfstudie taken van P&O6.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

AFP | P&O 6

,Inhoud
Thorax ..................................................................................................................................................... 2
Glandula Thyroïdea ............................................................................................................................. 2
Oesophagus ......................................................................................................................................... 3
Trachea ................................................................................................................................................ 4
Pulmones (longen) .............................................................................................................................. 4
Hart (cor) en vaten .............................................................................................................................. 7
Diafragma (middenrif) ....................................................................................................................... 11
Beweging ............................................................................................................................................... 12
Skelet ................................................................................................................................................. 12
Skelet spieren .................................................................................................................................... 13
Abdomen ............................................................................................................................................... 14
Tractus Uropoëticus .......................................................................................................................... 14
Tractus digestivus .............................................................................................................................. 17
Hepar (lever) ..................................................................................................................................... 23
Voedsel .................................................................................................................................................. 27
Koolhydraten ..................................................................................................................................... 27
Eiwitten ............................................................................................................................................. 27
Vetten ................................................................................................................................................ 27
Cholesterol ........................................................................................................................................ 28
Mond – Speeksel ............................................................................................................................... 28
Caput ..................................................................................................................................................... 29
Stress ..................................................................................................................................................... 39
Slaap ...................................................................................................................................................... 42
Extremiteiten......................................................................................................................................... 44
Bovenste extremiteiten ..................................................................................................................... 44
Schoudergordel ............................................................................................................................. 46
Onderste extremiteiten ..................................................................................................................... 47
Immuunsysteem .................................................................................................................................... 50
Niet specifieke immuniteit ................................................................................................................ 51
Specifieke immuniteit ....................................................................................................................... 54




1

,Thorax

Glandula Thyroïdea
De schildklier wordt ook wel glandula thyroïdea genoemd. De schildklier ligt anterior over de
luchtpijp heen en ligt inferior ten opzicht van het schildkraakbeen van het strottenhoofd.

In de schildklier worden drie verschillende hormonen geproduceerd. Dit zijn:
• Calcitonine
• Tri-joodthyronine (T3)
• Thyroxine (T4)

De hypothalamus produceert, in de paraventriculaire nucleus, het thyrotropine-releasing hormone
(TRH). TRH zorgt ervoor dat de hypofyse, in de hypofysevoorkwab, begint met het produceren van
thyroid-stimulerend hormoon (TSH).

TRH = Thyrotropine-releasing hormoon
TSH = Thyroid-stimulerend hormoon

De TSH productie hangt af van de concentratie van de T3 en T4 cellen in het bloed.
De TSH productie daalt als de T3- en T4-spiegels stijgen, en andersom. Dit wordt negatieve-
terugkoppeling genoemd.

De schildklierhormonen hebben verschillende functies. Dit zijn:
• Versnellen van de ATP-productie
• Toenemen van zuurstofverbruik
• Toenemen van stofwisselingssnelheid en hierbij de warmte-productie (calorigene effect)
• Reguleren van groei en ontwikkeling
• Afname calciumconcentratie in lichaamsvloeistoffen


Wanneer er teveel T3 en T4 wordt geproduceerd door de schildklier wordt er gesproken over
hyperthyroïdie. De functies van de schildklier worden hierdoor over gestimuleerd.
Symptomen van hyperthyroïdie zijn:
• Gewichtsverlies door groot energieverbruik
• Grote eetlust
• Verhoogde hartfrequentie
• Verhoogde warmteproductie
• Verhoogde zuurstof consumptie

Een ziekte waarbij hyperthyroïdie optreedt is de ziekte van Graves. Die is een auto-immuunziekte
waarbij de schildklier te snel gaat werken.



Wanneer er juist een lage afscheiding is van T3 en T4 in de schildklier wordt er gesproken over
hypothyroïdie. Doordat de hypofyse extra veel TSH gaat aanmaken groeit de schildklier abnormaal.
Deze abnormale groei wordt een struma genoemd.
Symptomen van hypothyroïdie zijn:
• Zwelling rond de ogen
• Koude droge huid




2

, • Haaruitval
• Gevoelig zijn voor kou
• Gewichtstoename
• Verminderde eetlust
• Verlaagde zuurstof consumptie

Hyperthyroïdie = te snel werkende schildklier
Euthyroïdie = normaal werkende schildklier
Hypothyroïdie = te langzaam werkende schildklier



Oesophagus
De slokdarm wordt ook wel oesophagus genoemd. De slokdarm ligt dorsaal van de trachea (luchtpijp)
en ventraal van de wervelkolom. De oesophaguswand is opgebouwd uit epitheelcellen (mucosa).
Onder de mucosa bevindt zich een laag bindweefsel (submucosa). Onder de submucosa bevindt zich
het gespierde wanddeel.

Mucosa = slijmvlieslaag op epitheelwanden

De onderste kringspier van de oesophagus (gastro-oesofagale
sfincter) is actief samengetrokken en sluit de overgang van de
slokdarm naar de maag af. Door deze kringspier kan er geen
inhoud vanuit de maag naar de oesophagus terugstromen.

Wanneer een persoon last heeft van refluxoesofagitis zit er een ontsteking in een deel, meestal het
onderste deel, van de slokdarm. De ontsteking wordt veroorzaakt door oesofagale reflux. Oesofagale
reflux is het terugstromen van maagzuur in de slokdarm. Symptomen van refluxoesofagitis zijn:
• Branderige pijn achter het borstbeen
• Brandend maagzuur

Een Barrett-slokdarm is een aandoening waarbij het slijmvlies van het onderste deel van de slokdarm
is verandert. Het slijmvlies van een Barrett-slokdarm lijkt op het slijmvlies van de maag en de dunne
darm. Mensen met een Barrett-slokdarm hebben een grotere kans (3-5%) om slokdarmkanker te
krijgen.

Andere risicofactoren voor het ontwikkelen van een slokdarm-carcinoom zijn:
• Roken
• Overmatig alcoholgebruik
• Overgewicht
• Ongezonde en eenvoudige voeding
• Regelmatig en langdurig terugstromen van maagzuur in de slokdarm (leidt ook tot een
Barrett-slokdarm)




3

,Trachea
De luchtpijp wordt ook wel trachea genoemd. De luchtpijp ligt ventraal van de oesophagus. De
trachea bestaat uit kraakbeenringen welke zijn verbonden door glad-spierweefsel en bindweefsel.

In de wand van de luchtpijp bevinden zich trilhaar-epitheelcellen. De trilhaar-epitheelcellen zorgen
voor het terugduwen van stoffen welke niet in de luchtpijp thuishoren.

Slijmbekercellen produceren slijm en zorgen hiermee voor een barrière tegen ziektekiemen.

Wanneer er sprake is van tracheomalacie zijn de wanden van de luchtpijp en het ondersteunende
kraakbeen zwak. De luchtpijp kan hierdoor vernauwd raken of in elkaar klappen. Tracheomalacie kan
worden gediagnostiseerd met behulp van een bronchoscopie, bronchografie, CT- of MRI-scan.



Pulmones (longen)
De longen worden ook wel pulmones genoemd. De longen zijn opgebouwd uit verschillende
kwabben (lobus).

De rechterlong bevat drie kwabben welke worden gescheiden door de fissurae horizontalis en
fissurae obliqua.
• Lobus superior
• Lobus medius
• Lobus inferior

De linkerlong bevat maar twee kwabben welke worden gescheiden door de fissurae obliqua.
• Lobus superior
• Lobus inferior


Een belangrijke structuur in de longen is de Hilus Pulmonis. De Hilus Pulmonis is de toegangspoort
waar de bronchiën, zenuwen en bloed- en lymfevaten de long in en uit gaan.

De bronchiaalboom begint bij de trachea. De trachea vertakt bij de bifurcatio trachia in twee hoofd-
bronchi waarbij één naar de linker- en één naar de rechter long gaat.

De rechter hoofdbronchus vertakt in drie bronchiën voor de longkwabben.
De linker hoofdbronchus vertakt in twee bronchiën voor de longkwabben.

In de longkwabben vertakken de bronchiën zich in segmentale bronchi die zich daarna vertakken in
bronchioli.

De bronchioli zijn weer opgebouwd uit alveoli.

De alveoli zijn longblaasjes waarin de gasuitwisseling in de longen plaatsvindt. Er bevinden zich zo’n
150.000.000 (150 miljoen) alveoli in de longen.

De pleura (longvliezen) zitten om de longen heen.
• Viscerale pleura (membraam om de longen heen)
• Pariatale pleura (tegen thorax aan)
• Pleuraholte (tussen 2 oppervlakte)

Door het pleuravocht blijven de viscerale pleura en pariatale pleura aan elkaar vast zitten.
(te vergelijken met 2 pasjes die met wat water aan elkaar vast blijven zitten)



4

, Vt: Ademvolume
De hoeveelheid in- of uitgeademde lucht bij iedere ademhaling in rust.

IRV: Inspiratoir reserve volume
De hoeveelheid lucht die nog maximaal kan worden ingeademd na een normale Vt
inademing.

ERV: Expiratoir reserve volume
De hoeveelheid lucht die nog maximaal kan worden uitgeademd na een normale Vt
uitademing.

TC: Totale capaciteit | TC = (IRV + Vt + ERV + RV)
De maximale hoeveelheid lucht die in de longen zit na een maximale inademing.

VC: Vitale capaciteit | VC = (IRV + Vt + ERV)
De maximale hoeveelheid lucht die uitgeademd kan worden na een maximale
inademing.

RV: Residu volume
De hoeveelheid lucht die in de longen achterblijft na een maximale uitademing.

FRC: Functioneel residuale capaciteit | FRC = (ERV + RV)
De hoeveelheid lucht die in de longen achterblijft na een normale Vt uitademing.

Regulatie van de ademhaling gebeurd in de Pons (hersenstam). Hier bevindt zich het ademcentrum.
In het ademcentrum bevinden zich rekkingsgevoelige- en chemosensoren.

Rekkingsgevoelige sensoren reguleren ademautomatisme en voorkomen te grote uitrekking.

Chemosensoren zijn het meest gevoelig voor CO2 (koolstofdioxide). Tijdens beweging gaat de pCO2
omhoog. Er wordt tijdens beweging meer zuurstof afgegeven aan de spieren, en meer CO2 aan het
bloed. Het ademminuutvolume gaat door regulatie van het ademcentrum omhoog.


pCO2 = partiële druk van CO2 in het bloed of andere lichaamsvloeistoffen.




5

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
2 november 2015
Aantal pagina's
59
Geschreven in
2014/2015
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$9.56
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
dage538 Rijksuniversiteit Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
104
Lid sinds
12 jaar
Aantal volgers
56
Documenten
5
Laatst verkocht
2 jaar geleden

3.7

18 beoordelingen

5
5
4
5
3
6
2
1
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen