Samenvatting gehoor
Week 1
Symbolen:
O rood rondje
luchtgeleiding re-oor
X blauw kruisje
luchtgeleiding li-oor
∆ re gemaskeerd
luchtgeleiding
□ li gemaskeerd
luchtgeleiding
< beengeleiding re-oor
> beengeleiding li-oor
[ re gemaskeerd beengeleiding
] li gemaskeerd beengeleiding
Perceptief verlies: conductief verlies:
,Conductief: ziekte in middenoor/gehoorgang
Perceptief: ziekte zit in cochlea/gehoorzenuw
• 0 dB tot 15 dB normaal gehoor
• 16 dB tot 40 dB licht gehoorverlies
• 41 dB tot 55 dB matig gehoorverlies
• 56 dB tot 70 dB ernstig gehoorverlies
• 71 dB tot 90 dB zeer ernstig verlies
• 90 dB of meer zeer ernstig verlies
(doofheid)
FI/ Fletcher index
drempel bij
500 Hz + 1000 Hz + 2000 Hz : 3
Hoge FI
1000 Hz + 2000 Hz + 4000 Hz : 3
Gemiddelde
500 Hz + 1000 Hz + 2000 Hz + 4000 Hz : 4
Spraakaudiometrie
Stippellijntje is het gemiddelde. Je begint met
de volume halverwege de hoorspan (de
hoorspan is de afstand tussen FI en het
aangename luidheisniveau 100 db) FI+100:2
1= 20 Db verschoven verder identiek
(conductief verlies)
2= iemand gaat nooit 100% halen, er is 30%
verlies. Discriminatieverlies is 30%. (perceptief verlies)
3= eerst gaat hij omhoog dan slechter. 50% discriminatie verlies. Regressie ( hij loopt
weer naar beneden) ( perceptief, mogelijk retrocochlear verlies)
,Maskeren
• Doel: overhoren voorkomen
Overhoren luchtgeleiding va verschil van 45 dB
Overhoren beengeleiding va verschil van 0 dB
• Werkwijze: contralaterale oor krijgt via de koptelefoon een ruis aangeboden
• Volume? Start met 20 dB boven luchtgeleidingsdrempel (dus als je met
luchtgeleiding met betere oor 0 db hebt gemeten zet je hem op 20 db)
• Als meting van slechte oor met ruis verschuift zet je de ruis ook harder, als die
bleef staan was het goed. Steeds als het slechte oor verschuift doe je de ruis
harder tot hij niet meer verschuift.
Bera
Bera is objectief patient hoeft niet mee te werken.
Indicatie voor bera onderzoek:
Verwijzing na screeningsonderzoek gehoorverlies
Niet betrouwbaar kunnen reageren bij subjectieve audiometrie
Vermoedens van retrocochleaire pathologie
Latentietijd = tijd tussen stimulus en responsie
Diagnostiek
Is er sprake van gehoorverlies?
Waar ligt de hoordrempel?
Soort verlies
Een- of tweezijdig verlies?
Functioneren van de hoorzenuw
Als stimulus worden ”clicks” gebruikt. Dit zijn zeer kort durende geluidjes. Dit is
noodzakelijk, omdat bij langere signalen de zenuw te lang actief is. Omdat de
tijdsduur tussen de verschillende gemeten pieken zo rond de 1,5 ms ligt, moet de
stimulus dus zeker korter zijn dan 1,5 ms.
Gelukkig blijken klik geluiden ook informatie te geven over hoe het oor in de hoge
tonen werkt.
Aan de hand van de gegevens van de BERA kan bepaald worden of het oor goed
gefunctioneerd heeft en het signaal goed is getransporteerd.
, Resultaat
Diagnostiek retrocochleaire pathologie AS (links)
Goede oor als referentie AD (rechts)
OAE Oto-akoestische emissie meting
OAE: er word geluid aangeboden en het oor reageert met een geluid
terug (objectief) voordelen: kan bij babys. Nadeel: je weet nog niet
precies wat er is.
Week 1
Symbolen:
O rood rondje
luchtgeleiding re-oor
X blauw kruisje
luchtgeleiding li-oor
∆ re gemaskeerd
luchtgeleiding
□ li gemaskeerd
luchtgeleiding
< beengeleiding re-oor
> beengeleiding li-oor
[ re gemaskeerd beengeleiding
] li gemaskeerd beengeleiding
Perceptief verlies: conductief verlies:
,Conductief: ziekte in middenoor/gehoorgang
Perceptief: ziekte zit in cochlea/gehoorzenuw
• 0 dB tot 15 dB normaal gehoor
• 16 dB tot 40 dB licht gehoorverlies
• 41 dB tot 55 dB matig gehoorverlies
• 56 dB tot 70 dB ernstig gehoorverlies
• 71 dB tot 90 dB zeer ernstig verlies
• 90 dB of meer zeer ernstig verlies
(doofheid)
FI/ Fletcher index
drempel bij
500 Hz + 1000 Hz + 2000 Hz : 3
Hoge FI
1000 Hz + 2000 Hz + 4000 Hz : 3
Gemiddelde
500 Hz + 1000 Hz + 2000 Hz + 4000 Hz : 4
Spraakaudiometrie
Stippellijntje is het gemiddelde. Je begint met
de volume halverwege de hoorspan (de
hoorspan is de afstand tussen FI en het
aangename luidheisniveau 100 db) FI+100:2
1= 20 Db verschoven verder identiek
(conductief verlies)
2= iemand gaat nooit 100% halen, er is 30%
verlies. Discriminatieverlies is 30%. (perceptief verlies)
3= eerst gaat hij omhoog dan slechter. 50% discriminatie verlies. Regressie ( hij loopt
weer naar beneden) ( perceptief, mogelijk retrocochlear verlies)
,Maskeren
• Doel: overhoren voorkomen
Overhoren luchtgeleiding va verschil van 45 dB
Overhoren beengeleiding va verschil van 0 dB
• Werkwijze: contralaterale oor krijgt via de koptelefoon een ruis aangeboden
• Volume? Start met 20 dB boven luchtgeleidingsdrempel (dus als je met
luchtgeleiding met betere oor 0 db hebt gemeten zet je hem op 20 db)
• Als meting van slechte oor met ruis verschuift zet je de ruis ook harder, als die
bleef staan was het goed. Steeds als het slechte oor verschuift doe je de ruis
harder tot hij niet meer verschuift.
Bera
Bera is objectief patient hoeft niet mee te werken.
Indicatie voor bera onderzoek:
Verwijzing na screeningsonderzoek gehoorverlies
Niet betrouwbaar kunnen reageren bij subjectieve audiometrie
Vermoedens van retrocochleaire pathologie
Latentietijd = tijd tussen stimulus en responsie
Diagnostiek
Is er sprake van gehoorverlies?
Waar ligt de hoordrempel?
Soort verlies
Een- of tweezijdig verlies?
Functioneren van de hoorzenuw
Als stimulus worden ”clicks” gebruikt. Dit zijn zeer kort durende geluidjes. Dit is
noodzakelijk, omdat bij langere signalen de zenuw te lang actief is. Omdat de
tijdsduur tussen de verschillende gemeten pieken zo rond de 1,5 ms ligt, moet de
stimulus dus zeker korter zijn dan 1,5 ms.
Gelukkig blijken klik geluiden ook informatie te geven over hoe het oor in de hoge
tonen werkt.
Aan de hand van de gegevens van de BERA kan bepaald worden of het oor goed
gefunctioneerd heeft en het signaal goed is getransporteerd.
, Resultaat
Diagnostiek retrocochleaire pathologie AS (links)
Goede oor als referentie AD (rechts)
OAE Oto-akoestische emissie meting
OAE: er word geluid aangeboden en het oor reageert met een geluid
terug (objectief) voordelen: kan bij babys. Nadeel: je weet nog niet
precies wat er is.