Hoofdstuk 6 Overdracht
§6.1 Inleiding
Bij overdracht gaat een goed door een partijhandeling onder bijzondere titel over uit het vermogen
van de vervreemder in dat van de verkrijger. De wet definieert het begrip ‘overdracht’ niet. Wel zien
we in art. 3:84 lid 1 BW dat overdracht het resultaat is van een levering krachtens een geldige titel,
verricht door hem die bevoegd is over het goed te beschikken. Dat rechtsgevolg bestaat daarin dat
een goed dat eerst aan een vervreemder toebehoorde, nu in de persoon van de verkrijger een
nieuwe rechthebbende heeft. Overdracht staat synoniem voor ‘bewerkstelligde rechtsovergang’.
Niet elke levering leidt tot overdracht. Om overdracht te kunnen bewerkstelligen, moet niet alleen
sprake zijn van een voor overdracht vatbaar goed, maar dient naast aan het leveringsvereiste ook te
zijn voldaan aan de overige vereisten van art. 3:84 lid 1 BW. Om een goed te kunnen overdragen,
moet het daartoe vatbaar zijn. Art. 3:83 lid 1 BW geeft als hoofdregel dat eigendom, beperkte
rechten en vorderingsrechten overdraagbaar zijn. Partijen kunnen de overdraagbaarheid ervan niet
door een beding uitsluiten. Een dergelijk beding mist goederenrechtelijke werking, zodat het goed
gewoon overdraagbaar blijft. Art. 3:84 lid 1 BW vereist voor overdracht: levering, krachtens een
geldige titel en verricht door hem die bevoegd is over het goed te beschikken. De drie vereisten zijn
constitutief. Is aan één van hen niet voldaan, dan komt er al regel geen overdracht tot stand.
§6.2 Beschikkingsbevoegdheid
Voor overdracht vereist art. 3:84 lid 1 BW levering ‘door hem die bevoegd is over het goed te
beschikken’. ‘Beschikken’ is het verrichten van een gedraging met betrekking tot een goed, waardoor
het goed wordt vervreemd of bezwaard. ‘Vervreemden’ betekent een ander tot rechthebbende
maken. Het vormt een synoniem voor overdragen. Onder ‘bezwaren’ wordt verstaan het vestigen
van een beperkt recht op het goed. De eis van beschikkingsbevoegdheid heeft een belangrijke
functie. Zij voorkomt dat de rechthebbende zijn goed verliest wanneer een onbevoegde het goed aan
een derde levert. We zagen al dat aan de eigenaar met uitsluiting van anderen de bevoegdheid
toekomt om over de zaak te beschikken. Beschikken hoort tot de inhoud van het recht
§6.3 Regelgeving op het internet
§6.5 Wetten lezen
§6.6 Het opzoeken van wettelijke bepalingen
§6.6.1 Het opzoeken van een concrete bepaling
§6.6.2 Het opzoeken van een bepaling ter beantwoording van een vraag
§6.7 Het verwijzen naar wetsartikelen
§6.1 Inleiding
Bij overdracht gaat een goed door een partijhandeling onder bijzondere titel over uit het vermogen
van de vervreemder in dat van de verkrijger. De wet definieert het begrip ‘overdracht’ niet. Wel zien
we in art. 3:84 lid 1 BW dat overdracht het resultaat is van een levering krachtens een geldige titel,
verricht door hem die bevoegd is over het goed te beschikken. Dat rechtsgevolg bestaat daarin dat
een goed dat eerst aan een vervreemder toebehoorde, nu in de persoon van de verkrijger een
nieuwe rechthebbende heeft. Overdracht staat synoniem voor ‘bewerkstelligde rechtsovergang’.
Niet elke levering leidt tot overdracht. Om overdracht te kunnen bewerkstelligen, moet niet alleen
sprake zijn van een voor overdracht vatbaar goed, maar dient naast aan het leveringsvereiste ook te
zijn voldaan aan de overige vereisten van art. 3:84 lid 1 BW. Om een goed te kunnen overdragen,
moet het daartoe vatbaar zijn. Art. 3:83 lid 1 BW geeft als hoofdregel dat eigendom, beperkte
rechten en vorderingsrechten overdraagbaar zijn. Partijen kunnen de overdraagbaarheid ervan niet
door een beding uitsluiten. Een dergelijk beding mist goederenrechtelijke werking, zodat het goed
gewoon overdraagbaar blijft. Art. 3:84 lid 1 BW vereist voor overdracht: levering, krachtens een
geldige titel en verricht door hem die bevoegd is over het goed te beschikken. De drie vereisten zijn
constitutief. Is aan één van hen niet voldaan, dan komt er al regel geen overdracht tot stand.
§6.2 Beschikkingsbevoegdheid
Voor overdracht vereist art. 3:84 lid 1 BW levering ‘door hem die bevoegd is over het goed te
beschikken’. ‘Beschikken’ is het verrichten van een gedraging met betrekking tot een goed, waardoor
het goed wordt vervreemd of bezwaard. ‘Vervreemden’ betekent een ander tot rechthebbende
maken. Het vormt een synoniem voor overdragen. Onder ‘bezwaren’ wordt verstaan het vestigen
van een beperkt recht op het goed. De eis van beschikkingsbevoegdheid heeft een belangrijke
functie. Zij voorkomt dat de rechthebbende zijn goed verliest wanneer een onbevoegde het goed aan
een derde levert. We zagen al dat aan de eigenaar met uitsluiting van anderen de bevoegdheid
toekomt om over de zaak te beschikken. Beschikken hoort tot de inhoud van het recht
§6.3 Regelgeving op het internet
§6.5 Wetten lezen
§6.6 Het opzoeken van wettelijke bepalingen
§6.6.1 Het opzoeken van een concrete bepaling
§6.6.2 Het opzoeken van een bepaling ter beantwoording van een vraag
§6.7 Het verwijzen naar wetsartikelen