- Zonder probleem is er geen onderzoek!
- In een probleemstelling wordt geformuleerd welke kennis, die noodzakelijk is om het
(Praktijk) probleem te kunnen oplossen, tot op heden nog ontbreekt.
Onderzoeksvraag:
- Welke kennis men echt graag wil genereren in een vraag vorm
- Een onderzoeksvraag is dan ook een specifieke verwoording van de behoefte aan (nieuwe)
kennis en inzichten
- In vergelijking met een probleemstelling is een onderzoeksvraag specifieker en
gedetailleerder.
Mogelijke facetten van een onderzoeksvraag:
- Kenmerken van de patiënt/ patiëntengroep
- Uitkomstmaat
- Interventie
- Meetinstrument
- Behandeling of test waarmee de (nieuwe) interventie wordt vergeleken (care as
usual/gouden standaard)
LET OP! , soms is een onderzoeksvraag vervangen voor een doel:
- ‘het doel van deze studie is het in kaart brengen van ..’
- ‘het doel van deze studie is om inzicht te krijgen in ..’
Waarom is een complete methode belangrijk?
- Betrouwbaarheid/ reproduceerbaarheid
- Validiteit
Nieuwe data verzamelen:
- Kwalitatief: beschrijving van beleving/ ervaringen/ verwachtingen van proefpersonen
- Kwantitatief: uitkomsten makkelijk uit te drukken in cijfers
De keuze van het onderzoeksdesign is onder andere afhankelijk van de onderzoeksvraag
,Kwantitatief observationeel onderzoek:
- Wat gebeurt en in de huidige praktijk? → geen interventie: uitkomst(maat) wordt niet
beïnvloed
- verschillende vormen:
• cross sectioneel onderzoek
• cohort onderzoek
• case-control studie (patiënt – controle onderzoek)
• diagnostisch onderzoek
kwantitatief observationeel onderzoek: case control studie:
- vorm van kwanitatief onderzoek
- er wordt uitgegaan van de ziekte/aandoening zelf, er wordt retrospectief naar de
risicofactoren gekeken
- voordelen:
• zeldzame aandoeningen
• meerdere factoren in relatie tot probleem
• goedkoop en relatief snel uit te voeren
- nadelen:
• geen causaal verband
• proefpersonen herinneren risicofactoren beter (Recall bias)
• gevoelig voor bias als controles niet goed geselecteerd worden
kwantitatief observationeel onderzoek: cross sectioneel onderzoek:
- vorm van kwantitatief onderzoek
- verbanden leggen: risicofactor en uitkomst gemeten op een moment in de tijd (→ analytisch
onderzoek)
- OF beschrijven van een huidige situatie( alleen uitkomst wordt gemeten, er worden geen
groepen vergeleken → beschrijvend onderzoek)
- Voordelen:
, • Goedkoop en relatief snel uit te voeren
• Meerdere factoren in relatie tot probleem
- Nadelen:
• Geen causaal verband
• Ongeschikt voor zeldzame aandoeningen
Kwantitatief observationeel onderzoek: cohort onderzoek
- Vorm van kwantitatief onderzoek
- Meest nauwkeurige observationele onderzoeksdesign
- Er wordt uitgegaan van de risicofactor
• Patiëntengroep over langere tijd gevolgd
• Prospectief versus retrospectief
- Voordelen:
• Je hebt een tijdslijn met betrekking tot de relatie risicofactor – probleem
• Meerdere factoren in relatie tot probleem
- Nadelen:
• Ongeschikt voor zeldzame ziekten
• Tijdrovend en duur
• Eventueel verlies proefpersonen uit follow up
• Eventueel ontbreken van gegevens
Kwantitatief interventie onderzoek RCT:
- Vorm van kwantitatief onderzoek
- Beste onderzoeksdesign voor causaal verband
• Via experiment bepalen of interventie beter/slechter is
• Random verdeling proefpersonen
• Blindering (onderzoeker/ patiënt)
• (placebo-interventie)
- Nadelen:
• Vaak duur
• Niet altijd mogelijk
• Niet ethische interventie/ leefstijlfactor/ spontane risicofactor
• Blindering
Diagnostisch onderzoek:
- Vorm van kwantitatief onderzoek
- Wat is een goed meetinstrument om accurate diagnose te stellen?
- Vergelijking met de gouden standaard
- Kan op (ruwweg) twee manieren:
• Middels cross sectioneel onderzoek
• Middels case control onderzoek
- Nadeel: de waarden van een diagnostische test kunnen verschillen per populatie