1 Historische context
1.1 Christelijk Europa
400-650 = Van Romeinse oudheid naar middeleeuwen
Het West-Romeinse rijk brokkelde af.
476 = Keizerschap stopt.
Germanen stichten Koninkrijkjes in het West-Romeinse rijk.
Rooms-Katholieke kerk breidt uit > kerstening.
1.2 Standenmaatschappij
Adelbero: Er zijn 3 groepen in de maatschappij.
1. Bidden (geestelijkheid)
Ookwel de eerste groep genoemd. Op te delen in 2 groepen. Reguliere geestelijkheid
(monniken en nonnen) en seculiere geestelijkheid (paus, bisschoppen en pastors)
2. Strijden (ridders en adel)
Van de 8e tot de 11e eeuw heerste de feodale maatschappij. Het idee was dat je door
werken en het beschermen van een heer eten en uitrusting kreeg.
3. Werken (boeren en vissers)
1.3 Schrijfcultuur en boekdrukkunst
Voor de 12e eeuw werd er voornamelijk geschreven door monniken in kloosters.
Vanaf 12e eeuw ontstonden er kathedraalscholen, mensen wilden dat er meer konden lezen
en schrijven. (de schrijfcultuur)
In de Middeleeuwen waren er 3 literaire milieus:
1. De wereldlijke, adellijke hoven.
2. Wereldlijk publiek in de steden.
3. Geestelijk milieu van kloosterlingen, bisschoppelijke hoven en religieuze groepen.
Middeleeuwen gingen geleidelijk over tot de nieuwe tijd door o.a. de boekdrukkunst. De
verspreiding van verhalen, kennis en inzichten werden hierdoor nu sneller verspreid.
3 literaire ontwikkelingen
3.1 schrijver en publiek
Van veel middeleeuwse teksten is het onbekend wie het heeft geschreven.
Hendrik van Veldeke: 2e helft van de 12e eeuw. Hij kwam uit een ridderlijk milieu van
lagere adel. Hij heeft een goede schoolopleiding gehad. Hij was een Clericus (iemand
met een kerkelijke opleiding, maar niet geen priester)
Diederik van Assenede: (overleden rond 1293) schreef Floris ende Blancefloer. Hij
was kanselarijklerk aan het Vlaamse grafelijk hof.
Jacob van Maerlant: (1230-1268). Hij was waarschijnlijk op clericus. Hij werkte onder
andere voor het Hollandse gravenhof.
1.1 Christelijk Europa
400-650 = Van Romeinse oudheid naar middeleeuwen
Het West-Romeinse rijk brokkelde af.
476 = Keizerschap stopt.
Germanen stichten Koninkrijkjes in het West-Romeinse rijk.
Rooms-Katholieke kerk breidt uit > kerstening.
1.2 Standenmaatschappij
Adelbero: Er zijn 3 groepen in de maatschappij.
1. Bidden (geestelijkheid)
Ookwel de eerste groep genoemd. Op te delen in 2 groepen. Reguliere geestelijkheid
(monniken en nonnen) en seculiere geestelijkheid (paus, bisschoppen en pastors)
2. Strijden (ridders en adel)
Van de 8e tot de 11e eeuw heerste de feodale maatschappij. Het idee was dat je door
werken en het beschermen van een heer eten en uitrusting kreeg.
3. Werken (boeren en vissers)
1.3 Schrijfcultuur en boekdrukkunst
Voor de 12e eeuw werd er voornamelijk geschreven door monniken in kloosters.
Vanaf 12e eeuw ontstonden er kathedraalscholen, mensen wilden dat er meer konden lezen
en schrijven. (de schrijfcultuur)
In de Middeleeuwen waren er 3 literaire milieus:
1. De wereldlijke, adellijke hoven.
2. Wereldlijk publiek in de steden.
3. Geestelijk milieu van kloosterlingen, bisschoppelijke hoven en religieuze groepen.
Middeleeuwen gingen geleidelijk over tot de nieuwe tijd door o.a. de boekdrukkunst. De
verspreiding van verhalen, kennis en inzichten werden hierdoor nu sneller verspreid.
3 literaire ontwikkelingen
3.1 schrijver en publiek
Van veel middeleeuwse teksten is het onbekend wie het heeft geschreven.
Hendrik van Veldeke: 2e helft van de 12e eeuw. Hij kwam uit een ridderlijk milieu van
lagere adel. Hij heeft een goede schoolopleiding gehad. Hij was een Clericus (iemand
met een kerkelijke opleiding, maar niet geen priester)
Diederik van Assenede: (overleden rond 1293) schreef Floris ende Blancefloer. Hij
was kanselarijklerk aan het Vlaamse grafelijk hof.
Jacob van Maerlant: (1230-1268). Hij was waarschijnlijk op clericus. Hij werkte onder
andere voor het Hollandse gravenhof.