Opdracht 1
Opdracht 1A
Kies een onderwerp waarover je graag meer zou willen weten. Het kan van alles zijn als het maar
met (ortho)pedagogiek of onderwijskunde te maken heeft. Voorbeelden zijn:
- Kinderen en het coronavirus
- Gebruik van internet in het onderwijs
- Leerachterstanden
- Vecht scheiding en kinderen
- Tienermoeders
- Kindermishandeling
- Kinderen met een chronische ziekte
- Gameverslaafde kinderen
- Kinderen met overgewicht
Ik wil graag meer weten over kinderen met Nederlands als tweede taal (NT2-kinderen).
Opdracht 1B
Formuleer nu een kwantitatieve en een kwalitatieve onderzoeksvraag met betrekking tot je
onderwerp. Noem bij iedere vraag minstens twee kenmerken van zowel de kwalitatieve als de
kwantitatieve vraag die in hoofdstuk 2 of 3 van Flick genoemd worden. Verwijs daarbij naar het nr
van de pagina waarop de kenmerken beschreven staan en beschrijf hoe het betreffende kenmerk
in de vraag terugkomt.
Kwalitatieve vraag: Hoe denken NT2-kinderen in voltijd schakelklassen over de resultaten van
meertalige voorleesboeken als methode voor de Nederlandse taalontwikkeling?
Kenmerk 1: Constructivisme; perspectief van de onderzochte
Pagnr: 19, 36 ; 7-8
Wijze waarop het in de vraag terugkomt: Er wordt in het onderzoek gekeken naar het perspectief
van de kinderen. Hierbij wordt erkend dat er verschillende waarheden bestaan.
Kenmerk 2: Inhoudelijke sampling (Relevantie)
Pagnr: 21
Wijze waarop het in de vraag terugkomt: De respondenten worden specifiek uitgekozen voor dit
onderzoek.
Kwantitatieve vraag: Welke invloed heeft het gebruik van meertalige voorleesboeken op de
resultaten op taaltoetsen van NT2-kinderen in voltijd schakelklassen?
Kenmerk 1: Positivisme
Pagnr: 35
Wijze waarop het in de vraag terugkomt: Er wordt gezocht naar de resultaten van taaltoetsen; er is
dus sprake van 1 meetbare waarheid die ontdekt moet worden.
Kenmerk 2: Statistische sampling (Representativiteit)
Pagnr: 20
Wijze waarop het in de vraag terugkomt: Er wordt random een representatieve doelgroep
geselecteerd om zo een algemene conclusie te kunnen trekken over de hele groep.