SPSS
Data file; onbewerkte data wordt hier bewaart & bestaat uit data view en variable view
Output file; hier vind je de resultaten en je gemaakte berekeningen/ visualisaties
Data file
Data view; hier vind je de waarde voor elke variabele en kun je deze waardes invoeren,
bekijken en opslaan; gedetailleerde informatie over de scores van de respondenten
Variable view; hier voer je informatie over je variabelen in en kun je deze bekijken en
opslaan; gedetailleerde informatie over de betekenis van variabelen en de waardes die bij
deze variabelen staan hier beschreven
Naam; korte, duidelijke beschrijving/ naam van variabele
Type; het type variabele
- String; de waardes zijn woorden of een stuk tekst
- Numeric; de waardes zijn getallen
Opslaan bestanden; (altijd data file & output file opslaan)
1. File
2. Save as
Data file .sav
Output file .spv
Data invoeren
Coderen; het vervangen van kwalitatieve data door een numerieke code; antwoorden (vaak
woorden en zinnen; labels) aan waardes koppelen waardoor je niet elk antwoord in hoeft te
typen bij categorische variabelen (nominaal/ordinaal); kan dus NIET bij open vragen/
antwoorden; omdat er dan veel verschillende antwoorden mogelijk zijn
Excel bestand in SPSS invoeren
Delimeter = scheidingsteken (zoals komma’s, puntkomma’s, spaties en tabs)
Semicolon = puntkomma
Frequentietabel maken
Analyze descriptive statistics frequencies gewenste variabele selecteren
= voornamelijk nominaal/ ordinaal niveau
Een frequentietabel uit SPSS toont:
- Het totale aantal observaties
- Het aantal missende waarden
- De frequentie, het aandeel van de frequentie ('percent' en 'valid percent') en het
cumulatieve percentage per categorie
Beschrijvende statistieken berekenen
1. Analyze descriptive statistics descriptives gewenste variabele selecteren
2. Gemiddelde, minimum & maximum, variantie, range & standaarddeviatie berekenen
1. Analyze descriptive statistics frequencies
2. Statistics OOK modus, mediaan, gemiddelde berekenen
, Visualisaties in SPSS
Staafdiagram; geschikt voor categorische data (nominaal/ ordinaal); niet interval/ratio
(kwantitatief)
Heel veel observaties histogram i.p.v. frequentietabel
Vergelijking van 2 categorische (norminaal/ ordinaal) variabelen;
- Graph chart builder bar clustered bar
Boxplot; geeft centrum & spreiding in data weer
- Graph chart builder boxplot;
Op de X-as zet je de categorische variabele (nominaal/ ordinaal; geeft
groepen aan)
Op de Y-as zet je de variabele waarvan je het centrum en de variatie wilt laten
zien (interval/ratio variabele)
Bij twee categorische variabelen, kun je eventueel de tweede boxplot optie
gebruiken
Spreidingsdiagram (lineaire, positieve/ negatieve) relatie meten tussen 2 variabelen
- Graph chart builder clatter/ dotplot
Waarde omzetten;
Transform compute variable nieuwe naar van variabele invoeren variabele
selecteren en een som maken
Correlatie (Pearson correlatie) berekenen;
Analyze correlatie bivariate
De p-waarde (significantie) is hier terug te vinden onder sig. (2-tailed)
Spearman correlatie; ordinaal meetniveau
Pearson correlatie; interval/ ratio meetniveau
Analyze correlatie bivariate type correlatie aanvinken & een-/ tweezijdige
hypothese
T-toets uitvoeren; checken of variabelen afhankelijk of onafhankelijk zijn
Onafhankelijke t-toets uitvoeren
Analyze compare means independent-samples t test juiste variabele in kader “test
variables” & “grouping variables” invoeren define groups; group 1 = 1 & group 2 = 2
Afhankelijke t-toets uitvoeren
Analyze compare means paired-samples t test juiste variabele in kader “paired
variables”
ANOVA uitvoeren in SPSS
Analyse compare means one-way ANOVA afhankelijke variabele bij “dependent
list” en onafhankelijke bij “factor” invoeren
Data file; onbewerkte data wordt hier bewaart & bestaat uit data view en variable view
Output file; hier vind je de resultaten en je gemaakte berekeningen/ visualisaties
Data file
Data view; hier vind je de waarde voor elke variabele en kun je deze waardes invoeren,
bekijken en opslaan; gedetailleerde informatie over de scores van de respondenten
Variable view; hier voer je informatie over je variabelen in en kun je deze bekijken en
opslaan; gedetailleerde informatie over de betekenis van variabelen en de waardes die bij
deze variabelen staan hier beschreven
Naam; korte, duidelijke beschrijving/ naam van variabele
Type; het type variabele
- String; de waardes zijn woorden of een stuk tekst
- Numeric; de waardes zijn getallen
Opslaan bestanden; (altijd data file & output file opslaan)
1. File
2. Save as
Data file .sav
Output file .spv
Data invoeren
Coderen; het vervangen van kwalitatieve data door een numerieke code; antwoorden (vaak
woorden en zinnen; labels) aan waardes koppelen waardoor je niet elk antwoord in hoeft te
typen bij categorische variabelen (nominaal/ordinaal); kan dus NIET bij open vragen/
antwoorden; omdat er dan veel verschillende antwoorden mogelijk zijn
Excel bestand in SPSS invoeren
Delimeter = scheidingsteken (zoals komma’s, puntkomma’s, spaties en tabs)
Semicolon = puntkomma
Frequentietabel maken
Analyze descriptive statistics frequencies gewenste variabele selecteren
= voornamelijk nominaal/ ordinaal niveau
Een frequentietabel uit SPSS toont:
- Het totale aantal observaties
- Het aantal missende waarden
- De frequentie, het aandeel van de frequentie ('percent' en 'valid percent') en het
cumulatieve percentage per categorie
Beschrijvende statistieken berekenen
1. Analyze descriptive statistics descriptives gewenste variabele selecteren
2. Gemiddelde, minimum & maximum, variantie, range & standaarddeviatie berekenen
1. Analyze descriptive statistics frequencies
2. Statistics OOK modus, mediaan, gemiddelde berekenen
, Visualisaties in SPSS
Staafdiagram; geschikt voor categorische data (nominaal/ ordinaal); niet interval/ratio
(kwantitatief)
Heel veel observaties histogram i.p.v. frequentietabel
Vergelijking van 2 categorische (norminaal/ ordinaal) variabelen;
- Graph chart builder bar clustered bar
Boxplot; geeft centrum & spreiding in data weer
- Graph chart builder boxplot;
Op de X-as zet je de categorische variabele (nominaal/ ordinaal; geeft
groepen aan)
Op de Y-as zet je de variabele waarvan je het centrum en de variatie wilt laten
zien (interval/ratio variabele)
Bij twee categorische variabelen, kun je eventueel de tweede boxplot optie
gebruiken
Spreidingsdiagram (lineaire, positieve/ negatieve) relatie meten tussen 2 variabelen
- Graph chart builder clatter/ dotplot
Waarde omzetten;
Transform compute variable nieuwe naar van variabele invoeren variabele
selecteren en een som maken
Correlatie (Pearson correlatie) berekenen;
Analyze correlatie bivariate
De p-waarde (significantie) is hier terug te vinden onder sig. (2-tailed)
Spearman correlatie; ordinaal meetniveau
Pearson correlatie; interval/ ratio meetniveau
Analyze correlatie bivariate type correlatie aanvinken & een-/ tweezijdige
hypothese
T-toets uitvoeren; checken of variabelen afhankelijk of onafhankelijk zijn
Onafhankelijke t-toets uitvoeren
Analyze compare means independent-samples t test juiste variabele in kader “test
variables” & “grouping variables” invoeren define groups; group 1 = 1 & group 2 = 2
Afhankelijke t-toets uitvoeren
Analyze compare means paired-samples t test juiste variabele in kader “paired
variables”
ANOVA uitvoeren in SPSS
Analyse compare means one-way ANOVA afhankelijke variabele bij “dependent
list” en onafhankelijke bij “factor” invoeren