Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Bedrijfseconomie boek 2 gedeeltelijk

Rating
-
Sold
-
Pages
5
Uploaded on
20-06-2022
Written in
2021/2022

Ik dit document staat samengevat hoofdstukken 26, 28 tm 31.2. Het gaat voornamelijk om de begrippen en de formules die zich in deze hoofdstukken bevinden.

Level
Course

Content preview

Bedrijfseconomie hoofdstukken 26, 28 tm 31.2

Hoofdstuk 26 E-business

26.1 E-marketingbeleid

Crossmediale uitzendingen zijn uitzendingen waar bij bv het programma (medium) oproept om een
ander type medium te gebruiken.

Een e-marketingbeleid bestaat uit alle activiteiten die de onderneming onderneemt om behoeften
van afnemers via internet te bevredigen. De ‘e’ in e-marketing staat voor elektronisch of electronic.

De 4 p’s staan voor product, prijs, plaats en promotie. Op het internet heb je de 4 c’s.

 Customer’s solution: de p van product verandert naar de c van customer’s solution.
 Cost to consumer: de p van prijs verandert naar de c van cost to consumer.
 Convenience: de p van plaats verandert naar de c van convenience.
 Communication: de p van promotie verandert naar de c van communication.

26.2 E-commerce

E-commerce is handel via het internet. Het bevat veel manieren van handel, maar deze 4 moet je
weten:

1. Business to Consumer (B2C)
2. Business to Business (B2B)
3. Consumer to Business (C2B)
4. Consumer to Consumer (C2C)

Clickstream programma’s zijn programma’s die klantgegevens onthouden en analyseren. Daarnaast
zijn ze ook handig om je webwinkel te optimaliseren.

Winkels kunnen werken met een eigen voorraad of geen voorraad. Als ze geen voorraad hebben, dus
het via iemand anders bestellen noem je het dropshipping. Dit heeft een voordeel , want je hebt
geen voorraad nodig. Het nadeel is alleen dat je afhankelijk bent van je leverancier.

Webwinkelmodel, klant: webwinkelmodel, detaillist:

, 26.3 E-mailmarketing, zoekmachineoptimalisatie en webvertising

e-mailmarketing is het gebruiken van een e-mail om haar producten of informatie onder
belangstelling te brengen. Het is alleen verboden via de Telecommunicatiewet om een groep mensen
uit het niets een e-mail toe te sturen. Je moet toestemming hebben van het betreffende e-mailadres.

Bedrijven maken gebruik van een zoekmachineoptimalisatie. Een goede vindbaarheid van een
onderneming is namelijk belangrijk. als je de zoekmachineresultaten wilt optimaliseren, moet de
website veel relevante inhoud bevatten. Als dit niet genoeg is, kun je ook nog als bedrijf betalen om
je website hoger in de zoekmachineresultaten te laten verschijnen. Een landingspagina is de pagina
waar je terecht komt als je op een advertentie drukt, en deze moet vaak een goede call to action
hebben.

Webvertising is het adverteren op het internet. Er zijn voor webvertising en
zoekmachineadvertenties een aantal betaalmodellen:

 Cost per Mille(CPM) bestaat uit de kosten per 1000 keer dat de advertentie verschijnt.
 Cost Per Click(CPC) is de kosten per klik op een advertentie.
 Cost Per Action(CPA) zijn de kosten per ondernomen onderhandeling.

Affiliate marketing is het adverteren om per verkoop een vergoeding te ontvangen(een vorm van
CPA).

Conversieratio is het percentage dat daadwerkelijke bestelling plaatst. De conversatieratio bereken
je zo: aantal bestellingen/totaal aantal bezoekers x 100%.

26.4 Social media

Socialmediaplatformen verzamelen en analyseren alle handelingen van bezoekers. Hierdoor kan een
onderneming gericht voor een bepaalde doelgroep adverteren.

Toch hebben e-advertenties minder invloed gekregen en proberen bedrijven dit te verbeteren door
influencer marketing. Een influencer is iemand die een groep volgers of fans beïnvloedt.

Steeds meer bedrijven hebben een webcareteam. Dit is team houdt de sociale media in de gaten en
verzorgt de communicatie op social media. In het socialmediabeleid staan richtlijnen hoe social
media binnen de onderneming wordt ingezet en welk gedrag van medewerkers wordt verwacht
tijdens en buiten het werk.

Hoofdstuk 28

28.1/28.2/28.3

Drie systemen kun je onderscheiden:

 Fifo: staat voor ‘’first in first out’’. Je verkoopt dus de producten die je als eerste inkoopt.
 Lifo: staat voor ‘’last in first out’’. Hierbij verkoop je dus de producten die je als laatst hebt
ingekocht.
 Vaste verekenprijs: er is een vaste prijs gesteld voor het verkopen van producten.

Dit hoofdstuk is vooral rekenwerk.

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
5

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
26, 28 t/m 32
Uploaded on
June 20, 2022
Number of pages
5
Written in
2021/2022
Type
SUMMARY

Subjects

$8.99
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
Marijneleber

Get to know the seller

Seller avatar
Marijneleber
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
3 year
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions