Frans grammatica chapitre 4
La négation
Ne… pas = niet/geen
Ne… rein= niets
Ne… jamais= nooit
Ne… plus= niet meer
Ne… personne= niemand
Ne… aucun(e)= geen enkel(e)
Ne… pas du tout= helemaal niet
Ne… pas non plus= ook niet
Ne… pas encore= nog niet
Ne… plus jamais= nooit meer
Ne… que= slechts, alleen maar
*Ne voor persoonsvorm, het andere woord erna
* Bij wederkerende werkwoorden en bij zinnen met een persoonlijk voornaamwoord komt
het voornaamwoord tussen ne en de persoonsvorm te staan
* Als niemand het onderwerp is personne ne
* Als niemand lijdend voorwerp is ne… personne, ne voor persoonsvorm en personne na
het hele gezegde
* Als niets het onderwerp is rein ne/n’
* Als niets lijdend voorwerp is ne/n’… rein
Le pronom personnel
Met nadruk, ‘los’ of Onderwerp (sujet) Lijdend voorwerp Meewerkend
na voorzetsel (COD) voorwerp (COI)
Moi Je/j’ Me/m’ Me/m’
Toi Tu Te, t’ Te/t’
Lui= hij/hem Il Le/ l’= hem Lui= hem+haar
Elle= zij/haar Elle La/ l’= haar
On
Nous Nous Nous Nous
Vous Vous Vous Vous
Eux= zij/hen man Ils Les=hen Leur=hun
Elles= zij/hen Elles
vrouwelijk
Plaats in de zin:
* als er in een heel werkwoord in de zin staat, dan staat het persoonlijk voornaamwoord daarvoor
* als er geen heel werkwoord staat, dan staat het persoonlijk voornaamwoord voor de persoonsvorm
* Bij een ontkenning komt het persoonlijk voornaamwoord direct voor het werkwoord te staan
La négation
Ne… pas = niet/geen
Ne… rein= niets
Ne… jamais= nooit
Ne… plus= niet meer
Ne… personne= niemand
Ne… aucun(e)= geen enkel(e)
Ne… pas du tout= helemaal niet
Ne… pas non plus= ook niet
Ne… pas encore= nog niet
Ne… plus jamais= nooit meer
Ne… que= slechts, alleen maar
*Ne voor persoonsvorm, het andere woord erna
* Bij wederkerende werkwoorden en bij zinnen met een persoonlijk voornaamwoord komt
het voornaamwoord tussen ne en de persoonsvorm te staan
* Als niemand het onderwerp is personne ne
* Als niemand lijdend voorwerp is ne… personne, ne voor persoonsvorm en personne na
het hele gezegde
* Als niets het onderwerp is rein ne/n’
* Als niets lijdend voorwerp is ne/n’… rein
Le pronom personnel
Met nadruk, ‘los’ of Onderwerp (sujet) Lijdend voorwerp Meewerkend
na voorzetsel (COD) voorwerp (COI)
Moi Je/j’ Me/m’ Me/m’
Toi Tu Te, t’ Te/t’
Lui= hij/hem Il Le/ l’= hem Lui= hem+haar
Elle= zij/haar Elle La/ l’= haar
On
Nous Nous Nous Nous
Vous Vous Vous Vous
Eux= zij/hen man Ils Les=hen Leur=hun
Elles= zij/hen Elles
vrouwelijk
Plaats in de zin:
* als er in een heel werkwoord in de zin staat, dan staat het persoonlijk voornaamwoord daarvoor
* als er geen heel werkwoord staat, dan staat het persoonlijk voornaamwoord voor de persoonsvorm
* Bij een ontkenning komt het persoonlijk voornaamwoord direct voor het werkwoord te staan